Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Sinds 6 januari 2019 moet elke werkgever bij uitdiensttreding van een werknemer een bedrijfswagenattest aan hem of haar meegeven, als de werknemer onder de regeling van de mobiliteitsvergoeding (cash for car)[1] viel of tijdens zijn arbeidsrelatie de beschikking had over een bedrijfswagen (die privé kon worden gebruikt).

Met dit nieuw document kan de werknemer bij zijn nieuwe werkgever de mobiliteitsvergoeding (cash for car) verder zetten of sneller verkrijgen.  Op voorwaarde evenwel dat de nieuwe werkgever een mobiliteitsvergoeding (cash for car) heeft ingevoerd en met de toekenning van deze regeling aan de nieuwe werknemer akkoord gaat.

Welke informatie moet het bedrijfswagenattest bevatten?

Het attest moet de volgende informatie bevatten:

  • de periode waarin de bedrijfswagen ter beschikking werd gesteld;
  • de cataloguswaarde van de bedrijfswagen;
  • de waarde van de CO2-uitstoot van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen, uitgedrukt in gr/km;
  • het type brandstof van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen;
  • desgevallend, de gehele of gedeeltelijke tussenkomst van de werkgever in de brandstofkosten verbonden aan het persoonlijk gebruik van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen;
  • desgevallend, de eigen bijdrage die door de werknemer werd betaald voor de ter beschikking gestelde bedrijfswagen gedurende de laatste maand voor de inlevering ervan;
  • desgevallend, het feit dat de toekenning van de bedrijfswagen werd gekoppeld aan een gehele of gedeeltelijke vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of aanvulling hierbij, al dan niet bijdrageplichtig voor de sociale zekerheid;
  • desgevallend, het bedrag van de mobiliteitsvergoeding die aan de werknemer werd toegekend op datum van het einde van de arbeidsovereenkomst, evenals alle elementen op basis waarvan de waarde op jaarbasis van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen die aan de basis lag van deze mobiliteitsvergoeding werd vastgesteld;
  • desgevallend, de datum waarop de bedrijfswagen door de werknemer werd ingeleverd in ruil voor een mobiliteitsvergoeding.
 

Soepeler voorwaarden voor de mobiliteitsvergoeding bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever ("rugzakmodel").

Een werknemer kan een mobiliteitsvergoeding verkrijgen bij zijn nieuwe werkgever, op voorwaarde dat deze de mobiliteitsvergoeding heeft ingevoerd en hiermee akkoord gaat:

1° indien hij bij zijn vorige werkgever de mobiliteitsvergoeding al had verkregen. Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om deze mobiliteitsvergoeding verder te zetten;   

2° indien hij bij zijn vorige werkgever in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag reeds 12 maanden over een bedrijfswagen heeft beschikt en minstens drie maanden ononderbroken onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding. Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen. Deze periode van 36 maanden is niet van toepassing bij een nieuw opgerichte vennootschap;   

3° indien hij bij zijn vorige werkgever over een bedrijfswagen heeft beschikt tijdens een periode van minder dan 12 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding. Hij kan in dat geval, na kennisgeving aan zijn nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na de indiensttreding, deze periode bij de nieuwe werkgever verderzetten en vervolledigen, waarna hij aan de nieuwe werkgever een aanvraag kan richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen.

 

Wordt het bedrijfswagenattest binnenkort afgeschaft?

Het bedrijfswagenattest is verplicht voor elke uitdiensttreding vanaf 6 januari 2019  af te leveren, maar zou - begrijpe wie kan – binnenkort mogelijk terug afgeschaft worden.

Enkele maanden geleden werden er immers wetswijzigingen aangekondigd om de reglementering over de mobiliteitsvergoeding (cash for car) aan te passen om ze in overeenstemming te brengen met de ontwerpreglementering betreffende het mobiliteitsbudget.

Eén van de aangekondigde wijzigingen is om de mobiliteitsvergoeding (cash for car) open te stellen voor werknemers die nog niet over een bedrijfswagen beschikken maar er wel voor in aanmerking komen, waardoor het rugzakmodel zou verdwijnen.

Wanneer deze aangekondigde wijzigingen effectief worden doorgevoerd, wordt het nieuwe bedrijfswagenattest overbodig.

Deze wijzigingen zouden normaal al  in werking getreden  zijn vanaf 1 januari 2019.  Door de politieke situatie is het onzeker of en wanneer deze wetswijzigingen er komen. 

Deze wijziging werd door ons sociaal secretariaat Dienstbetoon bij de publicatie in het Staatsblad direct opgemerkt en een aanpassing in de loonsoftware werd ondertussen doorgevoerd. Ten aanzien van de bedienden die de firma verlaten, wordt het nieuw bedrijfswagenattest ter beschikking gesteld.

 

Bronnen: KB van 16 december 2018 tot bepaling van de nadere regels volgens dewelke inlichtingen noodzakelijk met het oog op de aanvraag van een mobiliteitsvergoeding door de werknemer aan zijn nieuwe werkgever worden bezorgd (BS 27/12/2019); Wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding; Wetsontwerp tot wijziging van de wet tot invoering van de mobiliteitsvergoeding ingevoegd bij de wet van 30 maart 2018.

 

[1] De mobiliteitsvergoeding – “cash for car” is niet te verwarren met het stelsel van de mobiliteitsvergoeding zoals dit al jaar en dag bestaat voor de arbeiders uit onder meer de bouwsector. 

In één van de vorige nummers van Bouwvast werd de mobiliteitsvergoeding – “cash for car” uitgebreid besproken.

Het stelsel van de RSZ-Doelgroepsverminderingen kent een aantal wijzigingen vanaf het begin van 2019.

Vanaf 1 januari 2019 : 

  • verhoogt het bedrag van de doelgroepvermindering voor zittende 60-plussers naar maximaal 1.500 euro/kwartaal (voorheen 1.150 euro/kwartaal);
  • wordt het loonplafond voor alle werknemers die onder de doelgroepvermindering oudere werknemers vallen, verhoogd van 13.400 euro naar 13.945 euro per kwartaal en (omwille van de uitbetaling van de eindejaarspremie) voor ieder laatste kwartaal van het jaar naar 18.545 euro.

Voor uitzendkrachten geldt een andere regeling, vermits hun eindejaarspremie wordt uitbetaald in het eerste kwartaal:

- het loonplafond blijft voor het volledige jaar 2019 vastgesteld op 13.945 euro per kwartaal;
- vanaf 2020 bedraagt het loonplafond voor ieder eerste kwartaal van het jaar 18.545 euro. Voor de andere kwartalen blijft het vastgelegd op 13.945 euro.
 
  • Is er een volledige vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen gedurende maximum 8 kwartalen bij:

- de aanwerving van niet-werkende werkzoekende 55-plussers;
- de aanwerving van laaggeschoolde jongeren.
 

Er is geen overgangsperiode voorzien: met ingang van 1 januari 2019 zijn de wijzigingen ook van toepassing op de reeds lopende doelgroepverminderingen, voor de resterende kwartalen.

 

Wettelijke referentie: Besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2018 tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid (BS 25 januari 2019).

Wanneer een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt aan zijn werknemer die deze wagen ook mag gebruiken voor privé-doeleinden, dan ontstaat er een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer.

Sinds 1 januari 2012 wordt het voordeel van alle aard van bedrijfswagens forfaitair bepaald aan de hand van de volgende formule:

((cataloguswaarde x correctiecoëfficiënt) x 6/7) x CO2 -coëfficiënt) = voordeel in natura bedrijfswagen op jaarbasis.

In de berekening van het voordeel van alle aard is de CO2 -coëfficiënt een belangrijke factor. Deze coëfficiënt wordt jaarlijks herzien op basis van de globale evolutie van de CO2 -uitstoot van het nationale bedrijfswagenpark.

De basis-CO2 -coëfficiënt bedraagt 5,5% voor de referentie-CO2- uitstoot.
Voor het inkomstenjaar 2018 was de referentie-CO2- uitstoot 86 gr/km voor voertuigen met een dieselmotor en 105 gr/km voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor.

Als de effectieve CO2 -uitstoot van de bedrijfswagen hoger ligt dan de referentie-uitstoot, dan wordt de coëfficiënt verhoogd met 0,1% per CO2 -gram boven deze referentie-uitstoot, met een maximum van 18%.
Ligt de CO2 -uitstoot van de bedrijfswagen lager dan de referentie-uitstoot, dan wordt de coëfficiënt verminderd met 0,1% per CO2 -gram onder de referentie-uitstoot, met een minimum van 4%.

Vanaf inkomstenjaar 2014 bepaalt de Koning jaarlijks de referentie-CO2-uitstoot in functie van de gemiddelde CO2-uitstoot over een periode van 12 opeenvolgende maanden die eindigt op 30 september van het jaar voorafgaand aan het belastbaar tijdperk.
De referentie-CO2-uitstoot voor inkomstenjaar 2019 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 december 2018. 
Het nieuwe KB is van toepassing op de vanaf 1 januari 2019 toegekende voordelen van alle aard.

Door dit KB stijgt de referentie-CO2-uitstoot voor 2019 tot 88 gr/km voor voertuigen met een dieselmotor. De referentie-CO2-uitstoot voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor verhoogt naar 107 gr/km.
Deze stijging heeft als gevolg dat het belastbaar voordeel van alle aard voor het privégebruik van bedrijfswagens in 2019 daalt ten opzichte van vorig jaar.

Voor 2018 was het minimumbedrag van het voordeel van alle aard van bedrijfswagens vastgesteld op 1.310,- EUR. Voor 2019 wordt dit wellicht 1.340,- EUR. (moet nog officieel bevestigd wordne)

Voorbeeld: Dieselwagen – Cataloguswaarde 25.000 EUR.   CO2-uitstoot van 105 gr/km.

VAA 2018: 25.000 x [(5,5 + (105 – 86) x 0,1%] x 6/7 = 1.585,71 EUR per jaar

VAA 2019: 25.000 x [(5,5 + (105 – 88) x 0,1%] x 6/7 = 1.542,86 EUR per jaar

Bron: KB van 19 december 2018 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig (1), B.S. 27 december 2018.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Sinds 6 januari 2019 moet elke werkgever bij uitdiensttreding van een werknemer een bedrijfswagenattest aan hem of haar meegeven, als de werknemer onder de regeling van de mobiliteitsvergoeding (cash for car)[1] viel of tijdens zijn arbeidsrelatie de beschikking had over een bedrijfswagen (die privé kon worden gebruikt).

Met dit nieuw document kan de werknemer bij zijn nieuwe werkgever de mobiliteitsvergoeding (cash for car) verder zetten of sneller verkrijgen.  Op voorwaarde evenwel dat de nieuwe werkgever een mobiliteitsvergoeding (cash for car) heeft ingevoerd en met de toekenning van deze regeling aan de nieuwe werknemer akkoord gaat.

Welke informatie moet het bedrijfswagenattest bevatten?

Het attest moet de volgende informatie bevatten:

  • de periode waarin de bedrijfswagen ter beschikking werd gesteld;
  • de cataloguswaarde van de bedrijfswagen;
  • de waarde van de CO2-uitstoot van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen, uitgedrukt in gr/km;
  • het type brandstof van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen;
  • desgevallend, de gehele of gedeeltelijke tussenkomst van de werkgever in de brandstofkosten verbonden aan het persoonlijk gebruik van de ter beschikking gestelde bedrijfswagen;
  • desgevallend, de eigen bijdrage die door de werknemer werd betaald voor de ter beschikking gestelde bedrijfswagen gedurende de laatste maand voor de inlevering ervan;
  • desgevallend, het feit dat de toekenning van de bedrijfswagen werd gekoppeld aan een gehele of gedeeltelijke vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of aanvulling hierbij, al dan niet bijdrageplichtig voor de sociale zekerheid;
  • desgevallend, het bedrag van de mobiliteitsvergoeding die aan de werknemer werd toegekend op datum van het einde van de arbeidsovereenkomst, evenals alle elementen op basis waarvan de waarde op jaarbasis van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen die aan de basis lag van deze mobiliteitsvergoeding werd vastgesteld;
  • desgevallend, de datum waarop de bedrijfswagen door de werknemer werd ingeleverd in ruil voor een mobiliteitsvergoeding.
 

Soepeler voorwaarden voor de mobiliteitsvergoeding bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever ("rugzakmodel").

Een werknemer kan een mobiliteitsvergoeding verkrijgen bij zijn nieuwe werkgever, op voorwaarde dat deze de mobiliteitsvergoeding heeft ingevoerd en hiermee akkoord gaat:

1° indien hij bij zijn vorige werkgever de mobiliteitsvergoeding al had verkregen. Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om deze mobiliteitsvergoeding verder te zetten;   

2° indien hij bij zijn vorige werkgever in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag reeds 12 maanden over een bedrijfswagen heeft beschikt en minstens drie maanden ononderbroken onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding. Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen. Deze periode van 36 maanden is niet van toepassing bij een nieuw opgerichte vennootschap;   

3° indien hij bij zijn vorige werkgever over een bedrijfswagen heeft beschikt tijdens een periode van minder dan 12 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding. Hij kan in dat geval, na kennisgeving aan zijn nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na de indiensttreding, deze periode bij de nieuwe werkgever verderzetten en vervolledigen, waarna hij aan de nieuwe werkgever een aanvraag kan richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen.

 

Wordt het bedrijfswagenattest binnenkort afgeschaft?

Het bedrijfswagenattest is verplicht voor elke uitdiensttreding vanaf 6 januari 2019  af te leveren, maar zou - begrijpe wie kan – binnenkort mogelijk terug afgeschaft worden.

Enkele maanden geleden werden er immers wetswijzigingen aangekondigd om de reglementering over de mobiliteitsvergoeding (cash for car) aan te passen om ze in overeenstemming te brengen met de ontwerpreglementering betreffende het mobiliteitsbudget.

Eén van de aangekondigde wijzigingen is om de mobiliteitsvergoeding (cash for car) open te stellen voor werknemers die nog niet over een bedrijfswagen beschikken maar er wel voor in aanmerking komen, waardoor het rugzakmodel zou verdwijnen.

Wanneer deze aangekondigde wijzigingen effectief worden doorgevoerd, wordt het nieuwe bedrijfswagenattest overbodig.

Deze wijzigingen zouden normaal al  in werking getreden  zijn vanaf 1 januari 2019.  Door de politieke situatie is het onzeker of en wanneer deze wetswijzigingen er komen. 

Deze wijziging werd door ons sociaal secretariaat Dienstbetoon bij de publicatie in het Staatsblad direct opgemerkt en een aanpassing in de loonsoftware werd ondertussen doorgevoerd. Ten aanzien van de bedienden die de firma verlaten, wordt het nieuw bedrijfswagenattest ter beschikking gesteld.

 

Bronnen: KB van 16 december 2018 tot bepaling van de nadere regels volgens dewelke inlichtingen noodzakelijk met het oog op de aanvraag van een mobiliteitsvergoeding door de werknemer aan zijn nieuwe werkgever worden bezorgd (BS 27/12/2019); Wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding; Wetsontwerp tot wijziging van de wet tot invoering van de mobiliteitsvergoeding ingevoegd bij de wet van 30 maart 2018.

 

[1] De mobiliteitsvergoeding – “cash for car” is niet te verwarren met het stelsel van de mobiliteitsvergoeding zoals dit al jaar en dag bestaat voor de arbeiders uit onder meer de bouwsector. 

In één van de vorige nummers van Bouwvast werd de mobiliteitsvergoeding – “cash for car” uitgebreid besproken.

Het stelsel van de RSZ-Doelgroepsverminderingen kent een aantal wijzigingen vanaf het begin van 2019.

Vanaf 1 januari 2019 : 

  • verhoogt het bedrag van de doelgroepvermindering voor zittende 60-plussers naar maximaal 1.500 euro/kwartaal (voorheen 1.150 euro/kwartaal);
  • wordt het loonplafond voor alle werknemers die onder de doelgroepvermindering oudere werknemers vallen, verhoogd van 13.400 euro naar 13.945 euro per kwartaal en (omwille van de uitbetaling van de eindejaarspremie) voor ieder laatste kwartaal van het jaar naar 18.545 euro.

Voor uitzendkrachten geldt een andere regeling, vermits hun eindejaarspremie wordt uitbetaald in het eerste kwartaal:

- het loonplafond blijft voor het volledige jaar 2019 vastgesteld op 13.945 euro per kwartaal;
- vanaf 2020 bedraagt het loonplafond voor ieder eerste kwartaal van het jaar 18.545 euro. Voor de andere kwartalen blijft het vastgelegd op 13.945 euro.
 
  • Is er een volledige vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen gedurende maximum 8 kwartalen bij:

- de aanwerving van niet-werkende werkzoekende 55-plussers;
- de aanwerving van laaggeschoolde jongeren.
 

Er is geen overgangsperiode voorzien: met ingang van 1 januari 2019 zijn de wijzigingen ook van toepassing op de reeds lopende doelgroepverminderingen, voor de resterende kwartalen.

 

Wettelijke referentie: Besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2018 tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid (BS 25 januari 2019).

Wanneer een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt aan zijn werknemer die deze wagen ook mag gebruiken voor privé-doeleinden, dan ontstaat er een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer.

Sinds 1 januari 2012 wordt het voordeel van alle aard van bedrijfswagens forfaitair bepaald aan de hand van de volgende formule:

((cataloguswaarde x correctiecoëfficiënt) x 6/7) x CO2 -coëfficiënt) = voordeel in natura bedrijfswagen op jaarbasis.

In de berekening van het voordeel van alle aard is de CO2 -coëfficiënt een belangrijke factor. Deze coëfficiënt wordt jaarlijks herzien op basis van de globale evolutie van de CO2 -uitstoot van het nationale bedrijfswagenpark.

De basis-CO2 -coëfficiënt bedraagt 5,5% voor de referentie-CO2- uitstoot.
Voor het inkomstenjaar 2018 was de referentie-CO2- uitstoot 86 gr/km voor voertuigen met een dieselmotor en 105 gr/km voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor.

Als de effectieve CO2 -uitstoot van de bedrijfswagen hoger ligt dan de referentie-uitstoot, dan wordt de coëfficiënt verhoogd met 0,1% per CO2 -gram boven deze referentie-uitstoot, met een maximum van 18%.
Ligt de CO2 -uitstoot van de bedrijfswagen lager dan de referentie-uitstoot, dan wordt de coëfficiënt verminderd met 0,1% per CO2 -gram onder de referentie-uitstoot, met een minimum van 4%.

Vanaf inkomstenjaar 2014 bepaalt de Koning jaarlijks de referentie-CO2-uitstoot in functie van de gemiddelde CO2-uitstoot over een periode van 12 opeenvolgende maanden die eindigt op 30 september van het jaar voorafgaand aan het belastbaar tijdperk.
De referentie-CO2-uitstoot voor inkomstenjaar 2019 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 december 2018. 
Het nieuwe KB is van toepassing op de vanaf 1 januari 2019 toegekende voordelen van alle aard.

Door dit KB stijgt de referentie-CO2-uitstoot voor 2019 tot 88 gr/km voor voertuigen met een dieselmotor. De referentie-CO2-uitstoot voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor verhoogt naar 107 gr/km.
Deze stijging heeft als gevolg dat het belastbaar voordeel van alle aard voor het privégebruik van bedrijfswagens in 2019 daalt ten opzichte van vorig jaar.

Voor 2018 was het minimumbedrag van het voordeel van alle aard van bedrijfswagens vastgesteld op 1.310,- EUR. Voor 2019 wordt dit wellicht 1.340,- EUR. (moet nog officieel bevestigd wordne)

Voorbeeld: Dieselwagen – Cataloguswaarde 25.000 EUR.   CO2-uitstoot van 105 gr/km.

VAA 2018: 25.000 x [(5,5 + (105 – 86) x 0,1%] x 6/7 = 1.585,71 EUR per jaar

VAA 2019: 25.000 x [(5,5 + (105 – 88) x 0,1%] x 6/7 = 1.542,86 EUR per jaar

Bron: KB van 19 december 2018 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig (1), B.S. 27 december 2018.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...