Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Studenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onder een voordelige sociale zekerheidsregeling tewerkgesteld worden. Voordelig voor zowel de werkgever als de student zelf. In die zin dat op het verdiend studentenloon in plaats van de normale RSZ-bijdragen (13,07 % werknemersbijdrage, ongeveer 27,50 % werkgeversbijdrage + voor de arbeiders: bijdrage voor fondsen voor bestaanszekerheid en bijdrage voor specifieke stelsels zoals het zegelstelsel bouw) een solidariteitsbijdrage verschuldigd is, gelijk aan:

  • 2,71 % ten laste van de student
  • 5,43 % ten laste van de werkgever

Om van het voordelig solidariteitsbijdrageregime te kunnen genieten, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de student moet tewerkgesteld zijn krachtens een studentenovereenkomst;
  • de student moet tewerkgesteld zijn tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen;
  • er moet tijdig een geldige DIMONA-aangifte “student” worden uitgevoerd, namelijk ten laatste op de dag waarop de prestaties aanvangen. 

 

Belangrijk:

De voordelige solidariteitsbijdrageregeling geldt ook slechts voor de eerste 475 uur per kalenderjaar.

 

Aan de hand van de DIMONA-aangifte wordt de al dan niet overschrijding van het jaarlijkse contingent van 475 uur gecontroleerd: als deze grens overschreden is, dan wordt de werkgever hiervan verwittigd in het DIMONA-ontvangstbewijs. Dit betekent niet dat de tewerkstelling niet meer is toegestaan, maar wel dat er op het loon voor de uren waarop het contingent wordt overschreden, gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

De DIMONA-aangifte moet ook vooraf gebeuren !

De DIMONA studenten dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de DIMONA later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen worden aan normale sociale zekerheidsbijdragen.

Een correctie van een laattijdige DIMONA is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende DIMONA-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

 

In de DIMONA-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar een hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren, die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het “aantal uren” worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Bedienden die regelmatig gebruik maken van de fiets om zich te verplaatsen tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling, hebben sinds 1 juli 2020 recht op een fietsvergoeding ten laste van hun werkgever. Dit volgt uit de cao die in 2019 werd afgesloten binnen het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC 200).

De vergoeding is vastgesteld op 0,10 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer, met een maximum van 4 euro per arbeidsdag. Deze fietsvergoeding is niet onderworpen aan sociale bijdragen en is vrij van belastingen.

De bediende die wil genieten van een fietsvergoeding moet aan zijn werkgever een ondertekende verklaring bezorgen dat hij/zij regelmatig gebruik maakt van de fiets voor het woon-werktraject. Verdere toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd op ondernemingsvlak. Dit gaat bv. over het bepalen wat “regelmatig gebruik” is, het vastleggen van het aantal kilometers, het rapporteren van het aantal trajecten, enz.

De cao bepaalt dat de fietsvergoeding niet cumuleerbaar is met andere tussenkomsten voor het woon-werktraject, met uitzondering van de tussenkomst in het openbaar vervoer. De fietsvergoeding is dus niet combineerbaar met een bedrijfsvoertuig of met een vergoeding voor het gebruik van eigen wagen. Als de bediende in combinatie met de fiets ook het openbaar vervoer gebruikt om zich naar het werk te begeven, is er wel recht op de fietsvergoeding naast de tussenkomst voor het openbaar vervoer.

Bedrijven die al een fietsvergoeding toekennen aan hun bedienden, blijven hun eigen regeling ongewijzigd toepassen, voor zover die minstens gelijkwaardig is aan de sectorale regeling. De sectorale vergoeding komt dus niet bovenop de eigen vergoeding die ze al toekennen.

We herhalen dat ook in de cao van het PC 124 een fietsvergoeding is vastgelegd voor het woon-werkverkeer. Voor de arbeiders-bouw bedraagt die vergoeding 0,24 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer.

In het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 werd bepaald dat de werkgever bij het inroepen van de tijdelijke werkloosheid verplicht is de werknemers voorafgaandelijk in kennis te stellen over de periode waarin tijdelijke werkloosheid wegens Covid-19 wordt ingevoerd alsook de regeling van de werkloosheid (voltijds of gedeeltelijke arbeid).

Voor welke werkgever?

Voor elke werkgever die voor minstens één werknemer vanaf 13 juli 2020 tijdelijke werkloosheid overmacht wegens COVID-19 invoert of een toename van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid voorziet.  


Wanneer?

De werkgever moet de werknemer op voorhand informeren telkens de werknemer :

  • voor de eerste keer tijdelijk werkloos wordt;
  • opnieuw tijdelijk werkloos wordt;
  • zijn aantal werkloosheidsdagen verhoogd worden;
  • overgaat van een regeling van gedeeltelijke naar volledige tijdelijke werkloosheid.

Op voorhand betekent ten laatste de dag voor aanvang van de werkloosheid.

 

Hoe?

De wijze waarop de werknemer geïnformeerd moet worden, is vrij te kiezen. Dit kan individueel of collectief gebeuren. Dit kan via mail, SMS, Whats’app, mail, telefonisch, een portaal waar de werknemers de info kunnen lezen, brief, communicatie op de werkvloer, uithanging op een zichtbare plaats in de lokalen (ad valvas),…. Voor zover de melding effectief gebeurt en de werknemer de info kan ontvangen.

Belangrijk is om een  bewijs van de mededeling bij te houden. Dit om eventuele discussies achteraf met uw werknemer te vermijden.

 

Wat moet de werkgever vermelden in de mededeling?

  • de periode van de tijdelijke werkloosheid (begin- en einddatum). Als einddatum mag gerefereerd worden naar de einddatum van de specifieke regeling TW corona.
  • de dagen of het aantal dagen dat de werknemer werkloos is
  • de dagen of het aantal dagen dat de werknemer geacht wordt te werken
  • de formaliteiten waaraan de werknemer moet voldoen om zijn uitkering aan te vragen en dat hij zich moet wenden tot zijn uitbetalingsinstelling.

Bij elke wijziging van bovenstaande moet de werkgever de werknemer vooraf verwittigen van de nieuwe situatie en een nieuwe melding doen.

Naast de melding aan de werknemers moet ook, indien die in uw bedrijf aanwezig zijn, de ondernemingsraad (OR) of de vakbondsafvaardiging op de hoogte gesteld worden van bovenstaande mededeling. In de bouwsector vervult de vakbondsafvaardiging de taken van de ondernemingsraad.

 

Wat zijn de sancties ?

Indien niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan de werkgever geen gebruik maken van tijdelijke werkloosheid en is er loon verschuldigd voor deze dagen.  
 
Het volmachtenbesluit werd gepubliceerd op 3/07/2020 en treedt in werking op de tiende dag na datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Studenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onder een voordelige sociale zekerheidsregeling tewerkgesteld worden. Voordelig voor zowel de werkgever als de student zelf. In die zin dat op het verdiend studentenloon in plaats van de normale RSZ-bijdragen (13,07 % werknemersbijdrage, ongeveer 27,50 % werkgeversbijdrage + voor de arbeiders: bijdrage voor fondsen voor bestaanszekerheid en bijdrage voor specifieke stelsels zoals het zegelstelsel bouw) een solidariteitsbijdrage verschuldigd is, gelijk aan:

  • 2,71 % ten laste van de student
  • 5,43 % ten laste van de werkgever

Om van het voordelig solidariteitsbijdrageregime te kunnen genieten, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de student moet tewerkgesteld zijn krachtens een studentenovereenkomst;
  • de student moet tewerkgesteld zijn tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen;
  • er moet tijdig een geldige DIMONA-aangifte “student” worden uitgevoerd, namelijk ten laatste op de dag waarop de prestaties aanvangen. 

 

Belangrijk:

De voordelige solidariteitsbijdrageregeling geldt ook slechts voor de eerste 475 uur per kalenderjaar.

 

Aan de hand van de DIMONA-aangifte wordt de al dan niet overschrijding van het jaarlijkse contingent van 475 uur gecontroleerd: als deze grens overschreden is, dan wordt de werkgever hiervan verwittigd in het DIMONA-ontvangstbewijs. Dit betekent niet dat de tewerkstelling niet meer is toegestaan, maar wel dat er op het loon voor de uren waarop het contingent wordt overschreden, gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

De DIMONA-aangifte moet ook vooraf gebeuren !

De DIMONA studenten dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de DIMONA later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen worden aan normale sociale zekerheidsbijdragen.

Een correctie van een laattijdige DIMONA is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende DIMONA-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

 

In de DIMONA-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar een hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren, die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het “aantal uren” worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Bedienden die regelmatig gebruik maken van de fiets om zich te verplaatsen tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling, hebben sinds 1 juli 2020 recht op een fietsvergoeding ten laste van hun werkgever. Dit volgt uit de cao die in 2019 werd afgesloten binnen het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC 200).

De vergoeding is vastgesteld op 0,10 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer, met een maximum van 4 euro per arbeidsdag. Deze fietsvergoeding is niet onderworpen aan sociale bijdragen en is vrij van belastingen.

De bediende die wil genieten van een fietsvergoeding moet aan zijn werkgever een ondertekende verklaring bezorgen dat hij/zij regelmatig gebruik maakt van de fiets voor het woon-werktraject. Verdere toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd op ondernemingsvlak. Dit gaat bv. over het bepalen wat “regelmatig gebruik” is, het vastleggen van het aantal kilometers, het rapporteren van het aantal trajecten, enz.

De cao bepaalt dat de fietsvergoeding niet cumuleerbaar is met andere tussenkomsten voor het woon-werktraject, met uitzondering van de tussenkomst in het openbaar vervoer. De fietsvergoeding is dus niet combineerbaar met een bedrijfsvoertuig of met een vergoeding voor het gebruik van eigen wagen. Als de bediende in combinatie met de fiets ook het openbaar vervoer gebruikt om zich naar het werk te begeven, is er wel recht op de fietsvergoeding naast de tussenkomst voor het openbaar vervoer.

Bedrijven die al een fietsvergoeding toekennen aan hun bedienden, blijven hun eigen regeling ongewijzigd toepassen, voor zover die minstens gelijkwaardig is aan de sectorale regeling. De sectorale vergoeding komt dus niet bovenop de eigen vergoeding die ze al toekennen.

We herhalen dat ook in de cao van het PC 124 een fietsvergoeding is vastgelegd voor het woon-werkverkeer. Voor de arbeiders-bouw bedraagt die vergoeding 0,24 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer.

In het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 werd bepaald dat de werkgever bij het inroepen van de tijdelijke werkloosheid verplicht is de werknemers voorafgaandelijk in kennis te stellen over de periode waarin tijdelijke werkloosheid wegens Covid-19 wordt ingevoerd alsook de regeling van de werkloosheid (voltijds of gedeeltelijke arbeid).

Voor welke werkgever?

Voor elke werkgever die voor minstens één werknemer vanaf 13 juli 2020 tijdelijke werkloosheid overmacht wegens COVID-19 invoert of een toename van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid voorziet.  


Wanneer?

De werkgever moet de werknemer op voorhand informeren telkens de werknemer :

  • voor de eerste keer tijdelijk werkloos wordt;
  • opnieuw tijdelijk werkloos wordt;
  • zijn aantal werkloosheidsdagen verhoogd worden;
  • overgaat van een regeling van gedeeltelijke naar volledige tijdelijke werkloosheid.

Op voorhand betekent ten laatste de dag voor aanvang van de werkloosheid.

 

Hoe?

De wijze waarop de werknemer geïnformeerd moet worden, is vrij te kiezen. Dit kan individueel of collectief gebeuren. Dit kan via mail, SMS, Whats’app, mail, telefonisch, een portaal waar de werknemers de info kunnen lezen, brief, communicatie op de werkvloer, uithanging op een zichtbare plaats in de lokalen (ad valvas),…. Voor zover de melding effectief gebeurt en de werknemer de info kan ontvangen.

Belangrijk is om een  bewijs van de mededeling bij te houden. Dit om eventuele discussies achteraf met uw werknemer te vermijden.

 

Wat moet de werkgever vermelden in de mededeling?

  • de periode van de tijdelijke werkloosheid (begin- en einddatum). Als einddatum mag gerefereerd worden naar de einddatum van de specifieke regeling TW corona.
  • de dagen of het aantal dagen dat de werknemer werkloos is
  • de dagen of het aantal dagen dat de werknemer geacht wordt te werken
  • de formaliteiten waaraan de werknemer moet voldoen om zijn uitkering aan te vragen en dat hij zich moet wenden tot zijn uitbetalingsinstelling.

Bij elke wijziging van bovenstaande moet de werkgever de werknemer vooraf verwittigen van de nieuwe situatie en een nieuwe melding doen.

Naast de melding aan de werknemers moet ook, indien die in uw bedrijf aanwezig zijn, de ondernemingsraad (OR) of de vakbondsafvaardiging op de hoogte gesteld worden van bovenstaande mededeling. In de bouwsector vervult de vakbondsafvaardiging de taken van de ondernemingsraad.

 

Wat zijn de sancties ?

Indien niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan de werkgever geen gebruik maken van tijdelijke werkloosheid en is er loon verschuldigd voor deze dagen.  
 
Het volmachtenbesluit werd gepubliceerd op 3/07/2020 en treedt in werking op de tiende dag na datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.