Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,276 14,984 15,217 15,977 16,184 17,178 15,63600

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,087 + 0,091 + 0,093 + 0,098 + 0,099 + 0,105 + 0,09550

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/01/2019 tem 31/03/2019
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,178 + 3,436 20,614
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,184 + 1,618 17,802
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,178 + 1,718 18,896
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/01/2019 Nieuw bedrag
+ 0,004 0,623

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/04/2018 t/m 31/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018 Van 01/10/2018 t/m 31/12/2018 Van 01/01/2019 t/m 31/03/2019

Huisvesting 

Kost

12,83

27,01

12,89

27,16

12,95

27,31

13,01

27,46

Totaal 39,84 40,05 40,26 40,47

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 340,10 510,10
16 jaar 371,90 557,90
17 jaar 403,80 605,70
18 jaar 435,70 653,50
19 jaar 467,60 701,30
20 jaar 499,40 749,10
21 jaar en + 531,30 797,00

 

Barema

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,709
15 jaar en 6 maanden 8,423
16 jaar 9,137
16 jaar en 6 maanden 10,564
17 jaar 11,992
17 jaar en 6 maanden 13,419
18 jaar 14,276

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Het indexpercentage waarmee de lonen van de bedienden (PC 200) verhoogd worden op 1 januari 2019, bedraagt 2,16%.

Loonschaal I: eerste jaar van de indiensttreding

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

ervaring klasse   A klasse B klasse   C klasse   D
0 jaar €1.756,62 €1.829,81 €1.855,69  €2.001,71
1 jaar €1.761,92 €1.840,31 €1.855,69 €2.014,95
2 jaar €1.767,17 €1.850,82 €1.897,54 €2.027,96
3 jaar €1.772,48 €1.861.41 €1.934,33 €2.041,24
4 jaar €1.777,83 €1.875,69 €1.971,10 €2.092,73
5 jaar €1.783,03 €1.890,21 €2.008,01 €2.138,53
6 jaar €1.788,32 €1.901,18 €2.044,80 €2.184,26
7 jaar €1.793,55 €1.928,63 €2.081,72 €2.229,90
8 jaar €1.799,20 €1.956,15 €2.118,66 €2.275,69
9 jaar €1.813,80 €1.983,55 €2.155,57 €2.321,19
10 jaar €1.828,46 €2.011,16 €2.192,37 €2.367,17
11 jaar €1.840,91 €2.034,40 €2.229,26 €2.412,69
12 jaar €1.853,25 €2.057,37 €2.266,09 €2.458,55
13 jaar €1.865,77 €2.080,62 €2.295,21 €2.504,20
14 jaar €1.878,02 €2.103,64 €2.324,22 €2.549,96
15 jaar €1.890,21 €2.126,82 €2.353,35 €2.588,39
16 jaar €1.902,32 €2.134,32 €2.382,36 €2.626,77
17 jaar €1.914,49 €2.141,76 €2.411,44 €2.665,14
18 jaar €1.926,65 €2.149,37 €2.419,72 €2.703,62
19 jaar €1.926,65 €2.156,83 €2.428,05 €2.742,06
20 jaar €1.926,65 €2.164,37 €2.436,40 €2.755,66
21 jaar €1.926,65 €2.172,02 €2.444,91 €2.769,35
22 jaar €1.926,65 €2.179,42 €2.453,27 €2.783,03
23 jaar €1.926,65 €2.186,96 €2.461,83 €2.796,58
24 jaar €1.926,65 €2.194,47 €2.470,22 €2.810,08
25 jaar €1.926,65 €2.201,95 €2.478,79 €2.823,61
26 jaar €1.926,65 €2.209,48 €2.487,21 €2.837,17


Loonschaal II: bedienden die minstens 1 jaar werkzaam zijn in dezelfde onderneming

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

ervaring  klasse A klasse   B klasse   C klasse   D
1   jaar  €1.809,48 €1.890,98 €1.905,80 €2.069,34
2   jaar €1.814,88 €1.900,79 €1.948,78 €2.082,71
3   jaar €1.820,34 €1.911,66 €1.986,54 €2.096,33
4   jaar €1.825,55 €1.926,19 €2.024,42 €2.149,56
5   jaar €1.830,91 €1.941,18 €2.062,40 €2.196,73
6   jaar €1.836,23 €1.952,49 €2.100,20 €2.243,70
7   jaar €1.841,63 €1.980,69 €2.138,22 €2.290,76
8   jaar €1.847,57 €2.009,08 €2.176,26 €2.337,77
9   jaar €1.862,55 €2.037,25 €2.214,19 €2.384,72
10   jaar €1.877,64 €2.065,65 €2.252,15 €2.431,91
11   jaar €1.890,48 €2.089,53 €2.290,02 €2.478,85
12   jaar €1.903,16 €2.113,14 €2.327,89 €2.525,95
13   jaar €1.916,01 €2.137,06 €2.357,84 €2.572,99
14   jaar €1.928,63 €2.160,81 €2.387,67 €2.620,08
15   jaar €1.941,18 €2.184,57 €2.417,63 €2.659,59
16   jaar €1.953,63 €2.192,30 €2.447,55 €2.699,04
17   jaar €1.966,09 €2.199,97 €2.477,49 €2.738,60
18   jaar €1.978,56 €2.207,82 €2.485,97 €2.778,11
19   jaar €1.978,56 €2.215,55 €2.494,52 €2.817,70
20   jaar €1.978,56 €2.223,32 €2.503,17 €2.831,72
21   jaar €1.978,56 €2.231,02 €2.511,90 €2.845,76
22   jaar €1.978,56 €2.238,71 €2.520,49 €2.859,82
23   jaar €1.978,56 €2.246,57 €2.529,37 €2.873,86
24   jaar €1.978,56 €2.254,23 €2.538,03 €2.887,73
25   jaar €1.978,56 €2.261,93 €2.546,84 €2.901,58
26   jaar €1.978,56 €2.269,64 €2.555,44 €2.915,59


Loonschaal jongeren

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

leeftijd klasse   A klasse   B klasse   C klasse   D
16 jaar  €1.317,47 €1.372,36 €1.391,77 €1.501,28
17 jaar €1.405,29 €1.463,85 €1.484,56 €1.601,35
18 jaar €1.493,12 €1.555,34 €1.577,35 €1.701,45
19 jaar €1.580,96 €1.646,83 €1.670,11 €1.801,53
20 jaar €1.668,79 €1.738,33 €1.762,90 €1.901,62


Loonschaal studenten

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

leeftijd klasse   A klasse   B klasse   C klasse   D
16 jaar  €1.133,33 €1.178,37    
17 jaar €1.281,33 €1.333,05    
18 jaar €1.429,21 €1.487,91 €1.613,80 €1.772,02
19 jaar €1.547,50 €1.611,77 €1.749,79 €1.884,76
20 jaar €1.606,70 €1.673,62 €1.817,59 €1.951,45


Elke werknemer wordt ingeschaald in het barema, gebaseerd op het aantal jaren beroepservaring en de functie die hij/zij uitoefent. 

Beroepservaring 
Onder beroepservaring wordt verstaan “de periodes van effectieve en gelijkgestelde beroepsprestaties bij de werkgever waarbij de werknemer in dienst is evenals de periodes van effectieve en gelijkgestelde beroepsprestaties die hij voor de indiensttreding bij zijn huidige werkgever verworven heeft en dit als werknemer, zelfstandige, ambtenaar of statutair”. Een heel aantal periodes worden met effectieve arbeidsprestaties gelijkgesteld, zoals ziekteperiodes voor maximum 3 jaar, thematische verloven (ouderschapsverlof, palliatief verlof, medische bijstand) voor maximum 3 jaar, gewoon voltijds tijdskrediet voor maximum 1 jaar, zwangerschapsverlof, vaderschapsverlof,… Deeltijdse prestaties worden volledig gelijkgesteld met voltijdse prestaties.

Functieclassificatie 
De functies van de bedienden worden in vier klassen ingedeeld welke door niveauonderscheidende criteria en de hierna vermelde algemene maatstaven worden bepaald:

Klasse A: Uitvoerend: functies gekenmerkt door het verrichten van een beperkt aantal zich herhalende eenvoudige taken. 
Klasse B: Ondersteunend: welke een bijdrage levert tot de realisatie van een grotere opdracht. 
Klasse C: Beherend: functies gekenmerkt door het realiseren van een afgerond geheel van taken die samen één opdracht vormen. 
Klasse D: Adviserend: functies gekenmerkt door het bewaken en ontwikkelen van één bedrijfsproces in het kader van een bepaalde doelstelling.

In onderstaand document vindt u de niveau-onderscheidende criteria per klasse alsook voorbeelden van functies per klasse.

download pdfFunctieclassificatie bedienden PC 200

Met de tax shift wil de regering de lasten op arbeid verlagen en zo meer werkgelegenheid creëren. De eerste fase van de tax shift vond plaats in april 2016, met onder meer een daling van de patronale bijdragen tot 30%, een gedeeltelijke afschaffing van de IPA-korting en een versterking van de RSZ-vermindering eerste aanwervingen.

In 2018 werd de tweede fase doorgevoerd. De werkgeversbijdragen werden verder verlaagd naar 25%, de structurele vermindering werd afgebouwd. Om de koopkracht van de werknemers te verhogen werden de forfaitaire beroepskosten verhoogd, de belastingschijf van 30% afgeschaft en de belastingvrije som verhoogd.

Op 1 januari 2019 bereiken we de derde en voorlopig laatste fase van de tax shift. Hierna vindt u een overzicht van de belangrijkste maatregelen uit deze derde fase.

Werkgeversbijdragen profitsector

De basiswerkgeversbijdrage daalt niet verder en blijft vastgesteld op 25%.

In de structurele vermindering stijgt de kwartaalgrens voor lage lonen vanaf 1 januari 2019 nogmaals tot € 9.035 per kwartaal. Dit betekent dus een extra vermindering lage lonen voor alle kwartaallonen beneden deze grens.

Deze extra vermindering is in de praktijk evenwel zeer beperkt. De grens van € 9.035 werd al in 2016 vastgelegd. Sindsdien is de lageloongrens echter al een aantal keer geïndexeerd. Door de laatste indexatie bedroeg de lageloongrens reeds € 9.027.

Werkgeversbijdragen non profitsector

Voor de werkgevers van de sociale maribelsectoren bedraagt de werkgeversbijdrage nog steeds 32,40%. Deze is nooit verlaagd geweest in het kader van de tax shift.

Ook voor de non profitsector stijgt de kwartaalgrens voor lage lonen vanaf 1 januari 2019 met name naar € 7.590 per kwartaal (de vorige lage loongrens bedroeg € 7.548).

Stijging fiscale werkbonus

Door de toekenning van een werkbonus hebben werknemers met een laag loon recht op een vermindering van hun persoonlijke RSZ-bijdragen (sociale werkbonus) en van hun belastingen (fiscale werkbonus). Het bedrag van de fiscale werkbonus is een percentage van de effectief genoten sociale werkbonus. Het huidige percentage bedraagt 28,03%. Vanaf 1 januari 2019 wordt het percentage verhoogd naar 33,14%. Het maximumbedrag van de belastingvermindering wordt opgetrokken van € 420 naar € 500 per jaar.

Stijging belastingvrije som

Iedereen die onderworpen is aan de personenbelasting (dus zowel werknemers als bedrijfsleiders) heeft recht op een belastingvrije som. Op dit ogenblik kennen we twee soorten belastingvrije sommen: de algemene van € 4.095 (niet-geïndexeerd) en de verhoogde belastingvrije som van € 4.260 voor belastingplichtigen met een belastbaar inkomen van maximaal € 25.220 (niet-geïndexeerde bedragen).

Vanaf 1 januari 2019 verdwijnt dit onderscheid en zal er slechts één bedrag gelden voor alle belastingplichtigen, met name € 4.785 (niet-geïndexeerd).

Verruiming belastingschijf van 40%

De belastingschijf van 40% wordt verder verruimd. Hierdoor zullen sommige inkomens niet meer onder de hogere schijf van 45% vallen.

 

Bron: Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, B.S. 30 december 2015.

 

 

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,276 14,984 15,217 15,977 16,184 17,178 15,63600

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,087 + 0,091 + 0,093 + 0,098 + 0,099 + 0,105 + 0,09550

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/01/2019 tem 31/03/2019
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,178 + 3,436 20,614
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,184 + 1,618 17,802
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,178 + 1,718 18,896
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/01/2019 Nieuw bedrag
+ 0,004 0,623

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/04/2018 t/m 31/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018 Van 01/10/2018 t/m 31/12/2018 Van 01/01/2019 t/m 31/03/2019

Huisvesting 

Kost

12,83

27,01

12,89

27,16

12,95

27,31

13,01

27,46

Totaal 39,84 40,05 40,26 40,47

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 340,10 510,10
16 jaar 371,90 557,90
17 jaar 403,80 605,70
18 jaar 435,70 653,50
19 jaar 467,60 701,30
20 jaar 499,40 749,10
21 jaar en + 531,30 797,00

 

Barema

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,709
15 jaar en 6 maanden 8,423
16 jaar 9,137
16 jaar en 6 maanden 10,564
17 jaar 11,992
17 jaar en 6 maanden 13,419
18 jaar 14,276

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Het indexpercentage waarmee de lonen van de bedienden (PC 200) verhoogd worden op 1 januari 2019, bedraagt 2,16%.

Loonschaal I: eerste jaar van de indiensttreding

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

ervaring klasse   A klasse B klasse   C klasse   D
0 jaar €1.756,62 €1.829,81 €1.855,69  €2.001,71
1 jaar €1.761,92 €1.840,31 €1.855,69 €2.014,95
2 jaar €1.767,17 €1.850,82 €1.897,54 €2.027,96
3 jaar €1.772,48 €1.861.41 €1.934,33 €2.041,24
4 jaar €1.777,83 €1.875,69 €1.971,10 €2.092,73
5 jaar €1.783,03 €1.890,21 €2.008,01 €2.138,53
6 jaar €1.788,32 €1.901,18 €2.044,80 €2.184,26
7 jaar €1.793,55 €1.928,63 €2.081,72 €2.229,90
8 jaar €1.799,20 €1.956,15 €2.118,66 €2.275,69
9 jaar €1.813,80 €1.983,55 €2.155,57 €2.321,19
10 jaar €1.828,46 €2.011,16 €2.192,37 €2.367,17
11 jaar €1.840,91 €2.034,40 €2.229,26 €2.412,69
12 jaar €1.853,25 €2.057,37 €2.266,09 €2.458,55
13 jaar €1.865,77 €2.080,62 €2.295,21 €2.504,20
14 jaar €1.878,02 €2.103,64 €2.324,22 €2.549,96
15 jaar €1.890,21 €2.126,82 €2.353,35 €2.588,39
16 jaar €1.902,32 €2.134,32 €2.382,36 €2.626,77
17 jaar €1.914,49 €2.141,76 €2.411,44 €2.665,14
18 jaar €1.926,65 €2.149,37 €2.419,72 €2.703,62
19 jaar €1.926,65 €2.156,83 €2.428,05 €2.742,06
20 jaar €1.926,65 €2.164,37 €2.436,40 €2.755,66
21 jaar €1.926,65 €2.172,02 €2.444,91 €2.769,35
22 jaar €1.926,65 €2.179,42 €2.453,27 €2.783,03
23 jaar €1.926,65 €2.186,96 €2.461,83 €2.796,58
24 jaar €1.926,65 €2.194,47 €2.470,22 €2.810,08
25 jaar €1.926,65 €2.201,95 €2.478,79 €2.823,61
26 jaar €1.926,65 €2.209,48 €2.487,21 €2.837,17


Loonschaal II: bedienden die minstens 1 jaar werkzaam zijn in dezelfde onderneming

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

ervaring  klasse A klasse   B klasse   C klasse   D
1   jaar  €1.809,48 €1.890,98 €1.905,80 €2.069,34
2   jaar €1.814,88 €1.900,79 €1.948,78 €2.082,71
3   jaar €1.820,34 €1.911,66 €1.986,54 €2.096,33
4   jaar €1.825,55 €1.926,19 €2.024,42 €2.149,56
5   jaar €1.830,91 €1.941,18 €2.062,40 €2.196,73
6   jaar €1.836,23 €1.952,49 €2.100,20 €2.243,70
7   jaar €1.841,63 €1.980,69 €2.138,22 €2.290,76
8   jaar €1.847,57 €2.009,08 €2.176,26 €2.337,77
9   jaar €1.862,55 €2.037,25 €2.214,19 €2.384,72
10   jaar €1.877,64 €2.065,65 €2.252,15 €2.431,91
11   jaar €1.890,48 €2.089,53 €2.290,02 €2.478,85
12   jaar €1.903,16 €2.113,14 €2.327,89 €2.525,95
13   jaar €1.916,01 €2.137,06 €2.357,84 €2.572,99
14   jaar €1.928,63 €2.160,81 €2.387,67 €2.620,08
15   jaar €1.941,18 €2.184,57 €2.417,63 €2.659,59
16   jaar €1.953,63 €2.192,30 €2.447,55 €2.699,04
17   jaar €1.966,09 €2.199,97 €2.477,49 €2.738,60
18   jaar €1.978,56 €2.207,82 €2.485,97 €2.778,11
19   jaar €1.978,56 €2.215,55 €2.494,52 €2.817,70
20   jaar €1.978,56 €2.223,32 €2.503,17 €2.831,72
21   jaar €1.978,56 €2.231,02 €2.511,90 €2.845,76
22   jaar €1.978,56 €2.238,71 €2.520,49 €2.859,82
23   jaar €1.978,56 €2.246,57 €2.529,37 €2.873,86
24   jaar €1.978,56 €2.254,23 €2.538,03 €2.887,73
25   jaar €1.978,56 €2.261,93 €2.546,84 €2.901,58
26   jaar €1.978,56 €2.269,64 €2.555,44 €2.915,59


Loonschaal jongeren

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

leeftijd klasse   A klasse   B klasse   C klasse   D
16 jaar  €1.317,47 €1.372,36 €1.391,77 €1.501,28
17 jaar €1.405,29 €1.463,85 €1.484,56 €1.601,35
18 jaar €1.493,12 €1.555,34 €1.577,35 €1.701,45
19 jaar €1.580,96 €1.646,83 €1.670,11 €1.801,53
20 jaar €1.668,79 €1.738,33 €1.762,90 €1.901,62


Loonschaal studenten

Dit barema is van toepassing vanaf 1 januari 2019. Het omvat de indexering op 1 januari 2019 met coëfficiënt 1,0216.

leeftijd klasse   A klasse   B klasse   C klasse   D
16 jaar  €1.133,33 €1.178,37    
17 jaar €1.281,33 €1.333,05    
18 jaar €1.429,21 €1.487,91 €1.613,80 €1.772,02
19 jaar €1.547,50 €1.611,77 €1.749,79 €1.884,76
20 jaar €1.606,70 €1.673,62 €1.817,59 €1.951,45


Elke werknemer wordt ingeschaald in het barema, gebaseerd op het aantal jaren beroepservaring en de functie die hij/zij uitoefent. 

Beroepservaring 
Onder beroepservaring wordt verstaan “de periodes van effectieve en gelijkgestelde beroepsprestaties bij de werkgever waarbij de werknemer in dienst is evenals de periodes van effectieve en gelijkgestelde beroepsprestaties die hij voor de indiensttreding bij zijn huidige werkgever verworven heeft en dit als werknemer, zelfstandige, ambtenaar of statutair”. Een heel aantal periodes worden met effectieve arbeidsprestaties gelijkgesteld, zoals ziekteperiodes voor maximum 3 jaar, thematische verloven (ouderschapsverlof, palliatief verlof, medische bijstand) voor maximum 3 jaar, gewoon voltijds tijdskrediet voor maximum 1 jaar, zwangerschapsverlof, vaderschapsverlof,… Deeltijdse prestaties worden volledig gelijkgesteld met voltijdse prestaties.

Functieclassificatie 
De functies van de bedienden worden in vier klassen ingedeeld welke door niveauonderscheidende criteria en de hierna vermelde algemene maatstaven worden bepaald:

Klasse A: Uitvoerend: functies gekenmerkt door het verrichten van een beperkt aantal zich herhalende eenvoudige taken. 
Klasse B: Ondersteunend: welke een bijdrage levert tot de realisatie van een grotere opdracht. 
Klasse C: Beherend: functies gekenmerkt door het realiseren van een afgerond geheel van taken die samen één opdracht vormen. 
Klasse D: Adviserend: functies gekenmerkt door het bewaken en ontwikkelen van één bedrijfsproces in het kader van een bepaalde doelstelling.

In onderstaand document vindt u de niveau-onderscheidende criteria per klasse alsook voorbeelden van functies per klasse.

download pdfFunctieclassificatie bedienden PC 200

Met de tax shift wil de regering de lasten op arbeid verlagen en zo meer werkgelegenheid creëren. De eerste fase van de tax shift vond plaats in april 2016, met onder meer een daling van de patronale bijdragen tot 30%, een gedeeltelijke afschaffing van de IPA-korting en een versterking van de RSZ-vermindering eerste aanwervingen.

In 2018 werd de tweede fase doorgevoerd. De werkgeversbijdragen werden verder verlaagd naar 25%, de structurele vermindering werd afgebouwd. Om de koopkracht van de werknemers te verhogen werden de forfaitaire beroepskosten verhoogd, de belastingschijf van 30% afgeschaft en de belastingvrije som verhoogd.

Op 1 januari 2019 bereiken we de derde en voorlopig laatste fase van de tax shift. Hierna vindt u een overzicht van de belangrijkste maatregelen uit deze derde fase.

Werkgeversbijdragen profitsector

De basiswerkgeversbijdrage daalt niet verder en blijft vastgesteld op 25%.

In de structurele vermindering stijgt de kwartaalgrens voor lage lonen vanaf 1 januari 2019 nogmaals tot € 9.035 per kwartaal. Dit betekent dus een extra vermindering lage lonen voor alle kwartaallonen beneden deze grens.

Deze extra vermindering is in de praktijk evenwel zeer beperkt. De grens van € 9.035 werd al in 2016 vastgelegd. Sindsdien is de lageloongrens echter al een aantal keer geïndexeerd. Door de laatste indexatie bedroeg de lageloongrens reeds € 9.027.

Werkgeversbijdragen non profitsector

Voor de werkgevers van de sociale maribelsectoren bedraagt de werkgeversbijdrage nog steeds 32,40%. Deze is nooit verlaagd geweest in het kader van de tax shift.

Ook voor de non profitsector stijgt de kwartaalgrens voor lage lonen vanaf 1 januari 2019 met name naar € 7.590 per kwartaal (de vorige lage loongrens bedroeg € 7.548).

Stijging fiscale werkbonus

Door de toekenning van een werkbonus hebben werknemers met een laag loon recht op een vermindering van hun persoonlijke RSZ-bijdragen (sociale werkbonus) en van hun belastingen (fiscale werkbonus). Het bedrag van de fiscale werkbonus is een percentage van de effectief genoten sociale werkbonus. Het huidige percentage bedraagt 28,03%. Vanaf 1 januari 2019 wordt het percentage verhoogd naar 33,14%. Het maximumbedrag van de belastingvermindering wordt opgetrokken van € 420 naar € 500 per jaar.

Stijging belastingvrije som

Iedereen die onderworpen is aan de personenbelasting (dus zowel werknemers als bedrijfsleiders) heeft recht op een belastingvrije som. Op dit ogenblik kennen we twee soorten belastingvrije sommen: de algemene van € 4.095 (niet-geïndexeerd) en de verhoogde belastingvrije som van € 4.260 voor belastingplichtigen met een belastbaar inkomen van maximaal € 25.220 (niet-geïndexeerde bedragen).

Vanaf 1 januari 2019 verdwijnt dit onderscheid en zal er slechts één bedrag gelden voor alle belastingplichtigen, met name € 4.785 (niet-geïndexeerd).

Verruiming belastingschijf van 40%

De belastingschijf van 40% wordt verder verruimd. Hierdoor zullen sommige inkomens niet meer onder de hogere schijf van 45% vallen.

 

Bron: Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, B.S. 30 december 2015.

 

 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...