Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Vanaf 1 december 2019 zijn er enkele belangrijke wijzigingen in de regeling van de mobiliteitsvergoedingen – bouwsector.

Wat verandert er precies?

  1. HET BEDRAG VAN DE MOBILITEITSVERGOEDING VERHOOGT MET 20%.

Voor verplaatsingen met een ander vervoermiddel dan de trein (het zogenoemde barema B), wordt het bedrag van de mobiliteitsvergoeding vanaf 1 december 2019 met 20% verhoogd.  Voortaan komen we op volgende basisbedragen uit :

Werkelijk totale afgelegde afstand per dag

Mobiliteitsvergoeding per km heen en terug

0 tot 59 km

€ 0,0619

60 tot 77 km

€ 0,0676

78 tot 103 km

€ 0,0700

104 tot 129 km

€ 0,0724

130 tot 155 km

€ 0,0773

156 tot 207 km

€ 0,0818

208 tot 259 km

€ 0,0844

260 km en meer

€ 0,0868

Looncode bij Dienstbetoon : 5000

 

Via onze website www.dienstbetoon.be kan de in de bouw verschuldigde mobiliteitsvergoeding, verplaatsings- en fietsvergoeding via een eenvoudige Excel-module berekend worden.  Vanaf  9  december 2019  wordt de nieuwe versie gepubliceerd. 

( https://www.dienstbetoon.be/index.php/mobiliteitsvergoeding )

 

  1. CHAUFFEURS MET PERSONEELSVOERTUIGEN DIE ALLEEN RIJDEN - NIEUW

Vanaf 1 december 2019 is er een nieuw mobiliteitsbedrag van kracht voor bestuurders van voertuigen van de werkgever, die daarbij geen personeel vervoeren

Het moet hierbij uitdrukkelijk gaan om :

  • Een arbeider die zich alleen (dus zonder passagiers) met een bedrijfsvoertuig van de werkgever naar de werf verplaatst;
  • waarbij de verplaatsing gebeurt op vraag van de werkgever
  • en er geen collectief vervoer voor deze arbeider mogelijk is.

In alle andere gevallen blijft de gewone mobiliteitsvergoeding (aan het tarief opgenomen in 1) van toepassing

Voor deze categorie van bestuurders bedraagt de mobiliteitsvergoeding 5% meer dan de vergoeding opgenomen in de vorige tabel en komen we op volgende bedragen uit :

Werkelijk totale afgelegde afstand per dag

Mobiliteitsvergoeding per km heen en terug

0 tot 59 km

€ 0,0650

60 tot 77 km

€ 0,0710

78 tot 103 km

€ 0,0735

104 tot 129 km

€ 0,0760

130 tot 155 km

€ 0,0812

156 tot 207 km

€ 0,0859

208 tot 259 km

€ 0,0886

260 km en meer

€ 0,0911

Nieuwe looncode bij Dienstbetoon : 5040

 

  1. CHAUFFEURS MET PERSONEELSVOERTUIGEN DIE PERSONEEL VERVOEREN

Voor deze categorie van  bestuurders bedraagt de mobiliteitsvergoeding sinds jaar en dag 0,1316 EUR/km en dat vanaf de eerste kilometer.  Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat op sociale zekerheids vlak en fiscaal vrijgesteld wordt.

De sociale partners van de bouwsector spraken of om deze vergoeding met 20% te verhogen en op 0,1579 EUR/km te brengen

Deze verhoging van 20% zal uitwerking hebben nadat een Koninklijk Besluit wordt genomen waarbij het grensbedrag van mobiliteitsvergoeding minimaal wordt verhoogd tot 0,1579 EUR/km. Tot dan blijft het bedrag van 0,1316 EUR/km van toepassing. 

Looncode bij Dienstbetoon : 5002 (Mobiliteit chauffeur)

 

  1. ARBEIDERS DIE OP JAARBASIS 43.000 KILOMETER OF MEER AFLEGGEN, KRIJGEN EEN MOBILITEITSDAG - NIEUW

De werkgever is voortaan verplicht om een betaalde mobiliteitsdag (= vakantiedag) toe te kennen aan arbeiders die op jaarbasis 43.000 kilometer of meer afleggen. Voor het bepalen van de grens telt zowel de afstand tussen de woonplaats en het bedrijf, als deze tussen het bedrijf en de werf mee Deze mobiliteitsdag wordt in onderling akkoord met de werkgever opgenomen vóór 1 april volgend op het jaar waarop deze mobiliteitsdag betrekking heeft.  De eerste mobiliteitsdagen met betrekking tot 2019 kunnen dus al vanaf nu tot 31 maart 2020 opgenomen worden door de bouwvakarbeiders die meer dan 43.000 km in 2019 aflegden.

De mobiliteitsdag is enkel verschuldigd als de arbeider hem effectief opneemt.  De werkgever moet het loon voor de mobiliteitsdag niet betalen als de arbeider hem niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Nieuwe prestatiecode bij Dienstbetoon : 217

 

  1. ARBEIDERS DIE ZICH MET DE FIETS VERPLAATSEN, ONTVANGEN EEN FIETSVERGOEDING

De fietsvergoeding bedraagt vanaf 1 december 2019 € 0,24 (ipv € 0,22) per werkelijk afgelegde kilometer. De fietsvergoeding vervangt de terugbetaling van de reiskosten en de mobiliteitsvergoeding.

Looncode bij Dienstbetoon : 8210 (of 8211)

 

WETTELIJKE REFERENTIE

CAO van 30 september 2019 betreffende de tegemoetkoming in de reiskosten voor bouwvakarbeiders.

Nu het jaareinde in zicht komt, duiken er vaak enkele praktische problemen op rond de opname of het overdragen van resterende vakantiedagen. In dit artikel geven wij u een antwoord op enkele mogelijke vragen en bezorgt het u enkele handige tips.

Opname van de wettelijke vakantiedagen: vóór 31 december

Elke werknemer moet zijn wettelijke vakantiedagen verplicht opnemen vóór 31 december van het vakantiejaar. Met andere woorden: de wettelijke vakantiedagen van 2019 moeten allemaal vóór 31 december 2019 zijn opgenomen. 

Omdat de inhaalrustperiode voor de bouwsector dit jaar op maandag 23 december 2019 start, betekent dit dat de bedienden en arbeiders tewerkgesteld in de bouwbedrijven, hun wettelijke vakantiedagen moeten opnemen vóór maandag 23 december 2019.

Als werkgever bent u in principe verplicht de wettelijke vakantiedagen toe te kennen, ook al verzoekt uw werknemer hier niet expliciet om. Als u de opname van vakantiedagen zou belemmeren, riskeert u in het slechtste geval (straf)sancties.  Het gaat hierbij om een sanctie van het niveau 2 (een strafrechtelijke boete van 300 à 3.000,-EUR of een administratieve geldboete van 150 à 1.500,-EUR).

In het verleden werden deze sancties zelden of bijna nooit toegepast.  Om u helemaal veilig te stellen, is het wellicht niet slecht om een personeelsnota te verspreiden waarin u uw werknemers erop wijst dat zij hun resterende vakantiedagen nog vóór het eind van dit jaar moeten opnemen.

 

Kan uw werknemer vakantiedagen overdragen naar volgend jaar?

Een werknemer moet tijdens het jaar alle vakantiedagen opnemen waarop hij in dat bepaalde vakantiejaar recht heeft. Het is dus niet toegelaten om vakantiedagen over te dragen naar een volgend vakantiejaar. De werknemer mag ook geen afstand doen van zijn recht op vakantie.   Elementen zoals een overvolle agenda of een belangrijke functie kunnen nooit tellen om een uitzondering op deze regels te rechtvaardigen.

Ook wanneer het voor een werknemer onmogelijk is om vóór het einde van het vakantiejaar zijn vakantie helemaal op te nemen (bijvoorbeeld omwille van langdurige ziekte), kunnen er geen vakantiedagen worden overgedragen naar een volgend vakantiejaar. 


Let op! 

Wanneer het voor een bediende absoluut onmogelijk is om zijn/haar vakantie op te nemen (bv: werknemer is een hele tijd ziek), moet het (resterende) vakantiegeld uiterlijk op 31 december aan hem/haar worden uitbetaald. Dit wordt zo bepaald in de vakantiereglementering. 

De wetgeving voorziet een specifieke berekeningswijze van het vakantiegeld voor deze niet opgenomen dagen.  De werkgever moet hem dan uiterlijk op 31 december van het vakantiejaar het volgende betalen:

  • het normale loon voor de nog niet opgenomen dagen, op basis van het loon van de maand december;
  • indien het dubbel vakantiegeld nog niet of nog niet volledig betaald werd, een toeslag van 92% van het loon van december, gedeeld door respectievelijk 24, 20, 16, 12, 8 of 4 (afhankelijk van het regime van de bediende: 6, 5, 4, 3, 2 of 1  arbeidsdagen per week), vermenigvuldigd met het aantal niet opgenomen dagen.  We merken hier op dat de vermenigvuldiging vermoedelijk moet gebeuren met het aantal dagen waarvoor nog geen dubbel vakantiegeld betaald is (niet steeds gelijk aan het aantal niet opgenomen dagen!).(1)

Uiteraard zorgt ons sociaal secretariaat automatisch voor deze berekening.

 

Maak tijdig uw collectieve vakantie voor 2020 bekend !

De lokale Confederaties Bouw stelden onlangs regionale vakantieakkoorden op waarin een periode van collectieve sluiting voor de bouwbedrijven voor 2020 aanbevolen wordt.

Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat de meeste bouwbedrijven deze aanbeveling opvolgen…

Hou er wel rekening mee dat de data van de collectieve sluiting jaarlijkse vakantie net als de data van de 12  inhaalrustdagen bouw moeten opgenomen worden in uw arbeidsreglement. (als een bijlage hierbij). In tegenstelling tot de bekendmaking van de vervangende feestdagen (bekendmaking voor 15  december), is er geen wettelijke deadline vooropgesteld rond de communicatie van de effectieve collectieve sluitingsperiode. Toch doet u er als werkgever goed aan om dit tijdig te doen (bv: samen met de bekendmaking van de vervangingsdagen van de feestdagen of voor het einde van het jaar). Zo vermijdt u mogelijke discussies met uw werknemers, zijn deze tijdig op de hoogte en kunnen zij hun vakantieplannen op tijd in orde brengen. 

De 12 inhaalrustdagen in de bouwsector moeten verplicht gevolgd worden door de arbeiders en bedienden, tewerkgesteld in de bouwsector.

 

Andere sectoren dan de bouw : Neem tijdig de inhaalrustdagen op !

Verschillende Paritaire Comités laten toe dat er in de bedrijven gewerkt wordt met ‘een gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis door toekenning van inhaalrust- of ADV-dagen’.   Belangrijk is te noteren dat deze ADV-dagen voor het einde van het jaar moeten worden opgenomen (tenzij een CAO afgesloten in het toepasselijke Paritair Comité anders voorziet).

 

---------------------------------

(1) in de praktijk wordt het dubbel vakantiegeld immers meestal al in mei of in juni uitbetaald.

 

Op 1 september 2019  werd het betaald educatief verlof door het Vlaams Opleidingsverlof vervangen in Vlaanderen.

Om terugbetaling van de opgenomen opleidingsverlofuren te bekomen, dient er binnen de 3 maanden na de start van de opleiding al on line één en ander door de werkgever ondernomen te worden, waarbij ons sociaal secretariaat een actieve begeleidende rol kan spelen.

Daarom willen wij enkele hoofdprincipes van de nieuwe reglementering al kort voor u samenvatten.

Voor opleidingen die vanaf 1 september 2019  starten kan een werknemer maximaal 125 uur opleidingsverlof opnemen. Voor deeltijdse werknemers wordt het verlof  pro rata berekend. Er is wel minimum een halftijdse tewerkstelling vereist. Enkel voor opleidingen die opgenomen werden in de opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives kan opleidingsverlof genomen worden.

De Vlaamse Overheid betaalt aan de werkgever een forfaitair bedrag terug (21,30 EUR/uur). De terugbetaling verloopt voortaan digitaal via het WSE-loket van de Vlaamse overheid.

Belangrijk is dat de aanvraag tot terugbetaling binnen de drie maanden na de start  van de opleiding online ingediend moet zijn. Concreet: voor nieuwe opleidingen die startten op 1 september 2019  is 30 november 2019 al de deadline voor indiening.   U kan als werkgever zelf deze aanvraag tot terugbetaling via het WSE-loket online indienen, of wij kunnen hiervoor ook zorgen.  In het laatste geval dienen wij hiervoor een opdrachtbevestiging (zie model waarvan u hier de link vindt)  van u te ontvangen en moeten wij zeker tijdig het inschrijvingsattest voor de opleiding ontvangen naast enkele andere inlichtingen zoals het bankrekeningnummer van de onderneming, contactpersoon in de onderneming, mailgegevens van de werknemer, …. 

Een belangrijk gegeven is dat de werknemer alleszins het ‘attest van inschrijving’ ten laatste op:

  • 31 oktober van het lopende schooljaar;
  • of binnen 15 dagen na inschrijving voor een opleiding;
  • of binnen 15 dagen na verandering van werkgever.

aan de werkgever moet bezorgen, om opleidingsverlof op te kunnen nemen.

Tot slot : Het betaald educatief verlof is nog niet volledig afgeschaft. Indien uw werknemer vorig schooljaar 2018-2019 gebruik maakte van educatief verlof en dit jaar zijn opleiding verder zet, dan blijft de regeling educatief verlof van toepassing  Wat impliceert dat de oude manier van indienen van de terugbetalingsaanvraag na het einde  van de opleding en uiterlijk tot eind 2021 blijft gelden.  Ook in Brussel en Wallonïë blijft het educatief verlof voorlopig nog bestaan.

Volgt uw werknemer dit schooljaar een nieuwe opleiding en wenst hij opleidingsverlof te nemen, zorg er dan zeker voor dat er binnen de 3 maanden na de start van de opleding een aanvraag tot terugbetaling online wordt ingediend (eventueel via ons).

Contacteer ons zeker ingeval van verdere vragen.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Vanaf 1 december 2019 zijn er enkele belangrijke wijzigingen in de regeling van de mobiliteitsvergoedingen – bouwsector.

Wat verandert er precies?

  1. HET BEDRAG VAN DE MOBILITEITSVERGOEDING VERHOOGT MET 20%.

Voor verplaatsingen met een ander vervoermiddel dan de trein (het zogenoemde barema B), wordt het bedrag van de mobiliteitsvergoeding vanaf 1 december 2019 met 20% verhoogd.  Voortaan komen we op volgende basisbedragen uit :

Werkelijk totale afgelegde afstand per dag

Mobiliteitsvergoeding per km heen en terug

0 tot 59 km

€ 0,0619

60 tot 77 km

€ 0,0676

78 tot 103 km

€ 0,0700

104 tot 129 km

€ 0,0724

130 tot 155 km

€ 0,0773

156 tot 207 km

€ 0,0818

208 tot 259 km

€ 0,0844

260 km en meer

€ 0,0868

Looncode bij Dienstbetoon : 5000

 

Via onze website www.dienstbetoon.be kan de in de bouw verschuldigde mobiliteitsvergoeding, verplaatsings- en fietsvergoeding via een eenvoudige Excel-module berekend worden.  Vanaf  9  december 2019  wordt de nieuwe versie gepubliceerd. 

( https://www.dienstbetoon.be/index.php/mobiliteitsvergoeding )

 

  1. CHAUFFEURS MET PERSONEELSVOERTUIGEN DIE ALLEEN RIJDEN - NIEUW

Vanaf 1 december 2019 is er een nieuw mobiliteitsbedrag van kracht voor bestuurders van voertuigen van de werkgever, die daarbij geen personeel vervoeren

Het moet hierbij uitdrukkelijk gaan om :

  • Een arbeider die zich alleen (dus zonder passagiers) met een bedrijfsvoertuig van de werkgever naar de werf verplaatst;
  • waarbij de verplaatsing gebeurt op vraag van de werkgever
  • en er geen collectief vervoer voor deze arbeider mogelijk is.

In alle andere gevallen blijft de gewone mobiliteitsvergoeding (aan het tarief opgenomen in 1) van toepassing

Voor deze categorie van bestuurders bedraagt de mobiliteitsvergoeding 5% meer dan de vergoeding opgenomen in de vorige tabel en komen we op volgende bedragen uit :

Werkelijk totale afgelegde afstand per dag

Mobiliteitsvergoeding per km heen en terug

0 tot 59 km

€ 0,0650

60 tot 77 km

€ 0,0710

78 tot 103 km

€ 0,0735

104 tot 129 km

€ 0,0760

130 tot 155 km

€ 0,0812

156 tot 207 km

€ 0,0859

208 tot 259 km

€ 0,0886

260 km en meer

€ 0,0911

Nieuwe looncode bij Dienstbetoon : 5040

 

  1. CHAUFFEURS MET PERSONEELSVOERTUIGEN DIE PERSONEEL VERVOEREN

Voor deze categorie van  bestuurders bedraagt de mobiliteitsvergoeding sinds jaar en dag 0,1316 EUR/km en dat vanaf de eerste kilometer.  Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat op sociale zekerheids vlak en fiscaal vrijgesteld wordt.

De sociale partners van de bouwsector spraken of om deze vergoeding met 20% te verhogen en op 0,1579 EUR/km te brengen

Deze verhoging van 20% zal uitwerking hebben nadat een Koninklijk Besluit wordt genomen waarbij het grensbedrag van mobiliteitsvergoeding minimaal wordt verhoogd tot 0,1579 EUR/km. Tot dan blijft het bedrag van 0,1316 EUR/km van toepassing. 

Looncode bij Dienstbetoon : 5002 (Mobiliteit chauffeur)

 

  1. ARBEIDERS DIE OP JAARBASIS 43.000 KILOMETER OF MEER AFLEGGEN, KRIJGEN EEN MOBILITEITSDAG - NIEUW

De werkgever is voortaan verplicht om een betaalde mobiliteitsdag (= vakantiedag) toe te kennen aan arbeiders die op jaarbasis 43.000 kilometer of meer afleggen. Voor het bepalen van de grens telt zowel de afstand tussen de woonplaats en het bedrijf, als deze tussen het bedrijf en de werf mee Deze mobiliteitsdag wordt in onderling akkoord met de werkgever opgenomen vóór 1 april volgend op het jaar waarop deze mobiliteitsdag betrekking heeft.  De eerste mobiliteitsdagen met betrekking tot 2019 kunnen dus al vanaf nu tot 31 maart 2020 opgenomen worden door de bouwvakarbeiders die meer dan 43.000 km in 2019 aflegden.

De mobiliteitsdag is enkel verschuldigd als de arbeider hem effectief opneemt.  De werkgever moet het loon voor de mobiliteitsdag niet betalen als de arbeider hem niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Nieuwe prestatiecode bij Dienstbetoon : 217

 

  1. ARBEIDERS DIE ZICH MET DE FIETS VERPLAATSEN, ONTVANGEN EEN FIETSVERGOEDING

De fietsvergoeding bedraagt vanaf 1 december 2019 € 0,24 (ipv € 0,22) per werkelijk afgelegde kilometer. De fietsvergoeding vervangt de terugbetaling van de reiskosten en de mobiliteitsvergoeding.

Looncode bij Dienstbetoon : 8210 (of 8211)

 

WETTELIJKE REFERENTIE

CAO van 30 september 2019 betreffende de tegemoetkoming in de reiskosten voor bouwvakarbeiders.

Nu het jaareinde in zicht komt, duiken er vaak enkele praktische problemen op rond de opname of het overdragen van resterende vakantiedagen. In dit artikel geven wij u een antwoord op enkele mogelijke vragen en bezorgt het u enkele handige tips.

Opname van de wettelijke vakantiedagen: vóór 31 december

Elke werknemer moet zijn wettelijke vakantiedagen verplicht opnemen vóór 31 december van het vakantiejaar. Met andere woorden: de wettelijke vakantiedagen van 2019 moeten allemaal vóór 31 december 2019 zijn opgenomen. 

Omdat de inhaalrustperiode voor de bouwsector dit jaar op maandag 23 december 2019 start, betekent dit dat de bedienden en arbeiders tewerkgesteld in de bouwbedrijven, hun wettelijke vakantiedagen moeten opnemen vóór maandag 23 december 2019.

Als werkgever bent u in principe verplicht de wettelijke vakantiedagen toe te kennen, ook al verzoekt uw werknemer hier niet expliciet om. Als u de opname van vakantiedagen zou belemmeren, riskeert u in het slechtste geval (straf)sancties.  Het gaat hierbij om een sanctie van het niveau 2 (een strafrechtelijke boete van 300 à 3.000,-EUR of een administratieve geldboete van 150 à 1.500,-EUR).

In het verleden werden deze sancties zelden of bijna nooit toegepast.  Om u helemaal veilig te stellen, is het wellicht niet slecht om een personeelsnota te verspreiden waarin u uw werknemers erop wijst dat zij hun resterende vakantiedagen nog vóór het eind van dit jaar moeten opnemen.

 

Kan uw werknemer vakantiedagen overdragen naar volgend jaar?

Een werknemer moet tijdens het jaar alle vakantiedagen opnemen waarop hij in dat bepaalde vakantiejaar recht heeft. Het is dus niet toegelaten om vakantiedagen over te dragen naar een volgend vakantiejaar. De werknemer mag ook geen afstand doen van zijn recht op vakantie.   Elementen zoals een overvolle agenda of een belangrijke functie kunnen nooit tellen om een uitzondering op deze regels te rechtvaardigen.

Ook wanneer het voor een werknemer onmogelijk is om vóór het einde van het vakantiejaar zijn vakantie helemaal op te nemen (bijvoorbeeld omwille van langdurige ziekte), kunnen er geen vakantiedagen worden overgedragen naar een volgend vakantiejaar. 


Let op! 

Wanneer het voor een bediende absoluut onmogelijk is om zijn/haar vakantie op te nemen (bv: werknemer is een hele tijd ziek), moet het (resterende) vakantiegeld uiterlijk op 31 december aan hem/haar worden uitbetaald. Dit wordt zo bepaald in de vakantiereglementering. 

De wetgeving voorziet een specifieke berekeningswijze van het vakantiegeld voor deze niet opgenomen dagen.  De werkgever moet hem dan uiterlijk op 31 december van het vakantiejaar het volgende betalen:

  • het normale loon voor de nog niet opgenomen dagen, op basis van het loon van de maand december;
  • indien het dubbel vakantiegeld nog niet of nog niet volledig betaald werd, een toeslag van 92% van het loon van december, gedeeld door respectievelijk 24, 20, 16, 12, 8 of 4 (afhankelijk van het regime van de bediende: 6, 5, 4, 3, 2 of 1  arbeidsdagen per week), vermenigvuldigd met het aantal niet opgenomen dagen.  We merken hier op dat de vermenigvuldiging vermoedelijk moet gebeuren met het aantal dagen waarvoor nog geen dubbel vakantiegeld betaald is (niet steeds gelijk aan het aantal niet opgenomen dagen!).(1)

Uiteraard zorgt ons sociaal secretariaat automatisch voor deze berekening.

 

Maak tijdig uw collectieve vakantie voor 2020 bekend !

De lokale Confederaties Bouw stelden onlangs regionale vakantieakkoorden op waarin een periode van collectieve sluiting voor de bouwbedrijven voor 2020 aanbevolen wordt.

Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat de meeste bouwbedrijven deze aanbeveling opvolgen…

Hou er wel rekening mee dat de data van de collectieve sluiting jaarlijkse vakantie net als de data van de 12  inhaalrustdagen bouw moeten opgenomen worden in uw arbeidsreglement. (als een bijlage hierbij). In tegenstelling tot de bekendmaking van de vervangende feestdagen (bekendmaking voor 15  december), is er geen wettelijke deadline vooropgesteld rond de communicatie van de effectieve collectieve sluitingsperiode. Toch doet u er als werkgever goed aan om dit tijdig te doen (bv: samen met de bekendmaking van de vervangingsdagen van de feestdagen of voor het einde van het jaar). Zo vermijdt u mogelijke discussies met uw werknemers, zijn deze tijdig op de hoogte en kunnen zij hun vakantieplannen op tijd in orde brengen. 

De 12 inhaalrustdagen in de bouwsector moeten verplicht gevolgd worden door de arbeiders en bedienden, tewerkgesteld in de bouwsector.

 

Andere sectoren dan de bouw : Neem tijdig de inhaalrustdagen op !

Verschillende Paritaire Comités laten toe dat er in de bedrijven gewerkt wordt met ‘een gemiddelde arbeidsduur op jaarbasis door toekenning van inhaalrust- of ADV-dagen’.   Belangrijk is te noteren dat deze ADV-dagen voor het einde van het jaar moeten worden opgenomen (tenzij een CAO afgesloten in het toepasselijke Paritair Comité anders voorziet).

 

---------------------------------

(1) in de praktijk wordt het dubbel vakantiegeld immers meestal al in mei of in juni uitbetaald.

 

Op 1 september 2019  werd het betaald educatief verlof door het Vlaams Opleidingsverlof vervangen in Vlaanderen.

Om terugbetaling van de opgenomen opleidingsverlofuren te bekomen, dient er binnen de 3 maanden na de start van de opleiding al on line één en ander door de werkgever ondernomen te worden, waarbij ons sociaal secretariaat een actieve begeleidende rol kan spelen.

Daarom willen wij enkele hoofdprincipes van de nieuwe reglementering al kort voor u samenvatten.

Voor opleidingen die vanaf 1 september 2019  starten kan een werknemer maximaal 125 uur opleidingsverlof opnemen. Voor deeltijdse werknemers wordt het verlof  pro rata berekend. Er is wel minimum een halftijdse tewerkstelling vereist. Enkel voor opleidingen die opgenomen werden in de opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives kan opleidingsverlof genomen worden.

De Vlaamse Overheid betaalt aan de werkgever een forfaitair bedrag terug (21,30 EUR/uur). De terugbetaling verloopt voortaan digitaal via het WSE-loket van de Vlaamse overheid.

Belangrijk is dat de aanvraag tot terugbetaling binnen de drie maanden na de start  van de opleiding online ingediend moet zijn. Concreet: voor nieuwe opleidingen die startten op 1 september 2019  is 30 november 2019 al de deadline voor indiening.   U kan als werkgever zelf deze aanvraag tot terugbetaling via het WSE-loket online indienen, of wij kunnen hiervoor ook zorgen.  In het laatste geval dienen wij hiervoor een opdrachtbevestiging (zie model waarvan u hier de link vindt)  van u te ontvangen en moeten wij zeker tijdig het inschrijvingsattest voor de opleiding ontvangen naast enkele andere inlichtingen zoals het bankrekeningnummer van de onderneming, contactpersoon in de onderneming, mailgegevens van de werknemer, …. 

Een belangrijk gegeven is dat de werknemer alleszins het ‘attest van inschrijving’ ten laatste op:

  • 31 oktober van het lopende schooljaar;
  • of binnen 15 dagen na inschrijving voor een opleiding;
  • of binnen 15 dagen na verandering van werkgever.

aan de werkgever moet bezorgen, om opleidingsverlof op te kunnen nemen.

Tot slot : Het betaald educatief verlof is nog niet volledig afgeschaft. Indien uw werknemer vorig schooljaar 2018-2019 gebruik maakte van educatief verlof en dit jaar zijn opleiding verder zet, dan blijft de regeling educatief verlof van toepassing  Wat impliceert dat de oude manier van indienen van de terugbetalingsaanvraag na het einde  van de opleding en uiterlijk tot eind 2021 blijft gelden.  Ook in Brussel en Wallonïë blijft het educatief verlof voorlopig nog bestaan.

Volgt uw werknemer dit schooljaar een nieuwe opleiding en wenst hij opleidingsverlof te nemen, zorg er dan zeker voor dat er binnen de 3 maanden na de start van de opleding een aanvraag tot terugbetaling online wordt ingediend (eventueel via ons).

Contacteer ons zeker ingeval van verdere vragen.