Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

In december zullen zeer veel bedienden een eindejaarspremie (of zgn. “13e maand”) ontvangen. De regels voor de toekenning worden in elke sector apart vastgelegd. Voor de bouwsector is dit het paritair comité 200. We zetten de regels ervan hieronder uiteen. Opgelet, indien de bedienden in uw bedrijf onder verschillende paritaire comités ressorteren, dan zullen ook andere regels van toepassing zijn. We beperken ons hier tot het PC 200 (CAO 9 juni 2016). Ook op handelsvertegenwoordigers zijn enkele specifieke regels van toepassing.

1. Recht op de premie 

Alle bedienden die in dienst zijn op het ogenblik van de betaling, hebben recht op de premie, mits ze een anciënniteit hebben in de onderneming van 6 maanden. 

Omtrent het ogenblik van betaling bepaalt de CAO dat deze plaatsvindt uiterlijk op de laatste dag van het jaar of bij het indienen van de maatschappelijke rekeningen. 

Op ondernemingsvlak kan wel een afwijkend tijdstip worden vastgesteld, bv. in oktober. Dat heeft dan wel tot gevolg dat alle bedienden in dienst dan recht hebben op de premie, ook al zouden ze bv. in november uit dienst treden. 

Ondernemingen kunnen evenwel evenwaardige voordelen toekennen ter vervanging van de eindejaarspremie. In dat geval wordt sterk aangeraden om dit zeer duidelijk op schrift te zetten en met voldoende juridisch advies de nodige stappen te zetten. 

2. Bij uitdienst

De CAO bepaalt verder dat ook bedienden die om volgende redenen uit dienst treden recht hebben op de premie, mits ze een anciënniteit hebben van 6 maanden: 

a. Eenzijdig ontslag door de werkgever, maar niet bij een ontslag om dringende redenen. 
b. De bruggepensioneerden (SWT)
c. De gepensioneerden
d. Bij einde contract wegens overmacht. Hieronder valt de medische overmacht. 
e. Bij einde contract van bepaalde duur of bepaald werk van minstens 6 maanden. 

De bedienden die zelf ontslag nemen in de loop van het jaar, hebben slechts recht op de premie als ze 5 jaar anciënniteit hebben in de onderneming. 

3. Bedrag van de premie

De premie is gelijk aan het voltijdse (bruto) maandloon van toepassing op het ogenblik van betaling. Dit is echter enkel het geval voor bedienden die het gehele jaar voltijds hebben gewerkt zonder een aantal specifieke afwezigheden. 

In de volgende gevallen wordt de premie herleid: 

a. In- en/of uitdienst in de loop van het jaar. In dat geval worden de premies geprorateerd overeenkomstig de volledig gewerkte maanden. 
Bv. een bediende gaat 16 augustus uit dienst (ontslag werkgever). Van januari tot en met zijn uitdienst werkte hij voltijds en kende geen afwezigheden (zie verder). Zijn premie zal 7/12e  bedragen van het maandloon. Augustus telt dus niet mee omdat deze niet volledig werd gepresteerd. 
Bv. een bediende komt in dienst op 7 maart 2018. Zijn premie in december bedraagt 9/12e  van het maandloon, maart 2018 telt immers niet mee voor de berekening. 

b. Onvolledige prestaties omwille van afwezigheden
De CAO bepaalt uitdrukkelijk welke afwezigheden worden gelijkgesteld voor de berekening van de premie. Dat zijn alle afwezigheden ten gevolge van de wettelijke bepalingen ivm jaarlijkse vakantie, beroepsziekte en arbeidsongeval, klein verlet, vaderschapsverlof en moederschaprust, feestdagen, educatief verlof en syndicaal verlof. 

Wat betreft arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval worden slechts 60 dagen gelijkgesteld. Een bediende die meer dan 60 dagen afwezig was, zal dus zijn premie verminderd zien in verhouding tot het excedent. 

Aangezien de lijst met afwezigheden limitatief bepaald werd, zullen alle andere afwezigheden niet meetellen. We denken dan onder andere aan toegestane afwezigheid, dwingend familiaal verlof (sociaal verlof) en onwettige afwezigheid. 

c. Deeltijdse prestaties
Bij deeltijdse prestaties doorheen het jaar zal men tevens een proratering moeten toepassen op de eindejaarspremie. Per tewerkstellingsbreuk over het jaar dient men een berekening te maken en de resultaten optellen om tot een geprorateerd eindresultaat te komen. 
Bv. een bediende werkte van 1 januari tot 31 maart 32 uren en schakelde dan over naar een voltijds regime. 
- Van 1/1 tot 31/3: 3/12 * 32/40 * maandloon
- Van 1/4 tot 31/12: 9/12 * 40/40 * maandloon

d. Afwijkende regels
Van belang is wel te noteren dat de onderneming van deze strikte regels kan afwijken door zelf voordeligere regels uit te werken voor hun bedienden. Ze kan bv. bepalen dat alle niet-gelijkgestelde afwezigheden worden samengeteld en op jaarbasis een vermindering wordt toegepast als breuk met het totaal aantal te werken dagen. Bv. 10 dagen familiaal verlof doen de eindejaarspremie verminderen met 10/261. Vaak wordt bv. ook bepaald dat maanden waarin meer dan de helft wordt gepresteerd toch als volledige maand worden geteld. Dit is evenwel geen automatisme. 

4. Wat houdt de werknemer over van de premie? 

De bruto premie bedraagt een maandloon, toch zal de werknemer netto vaak minder overhouden dan een gewone voltijds gewerkte maand. De reden is dat de premie onderworpen is aan andere regels betreffende de inhoudingen bedrijfsvoorheffing. De barema’s op eindejaarspremies zijn extra hoog. 

Waar de bedrijfsvoorheffing op het gewone loon wordt gerekend volgens de schalen die progressief werken, worden exceptionele vergoedingen gerekend volgens vaste tarieven overeenkomstig een normaal jaarloon (maandloon x 13,92). Het hoogste tarief bedraagt 53,5 %. 

Uiteraard zal bij de eindbelasting weliswaar opnieuw het volledige jaarloon moeten samengesteld worden om de eindbelasting te bepalen. Weet dus dat een bediende in de maand zelf iets minder zal overhouden van zijn eindejaarspremie dan een normaal loon, maar de eindbelasting is steeds gerekend op alle loonselementen. De bediende financiert dus ook een beetje de fiscus op het einde van het jaar…

 

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,189 14,893 15,124 15,879 16,085 17,073 15,54050

 

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,061 + 0,064 + 0,065 + 0,068 + 0,069 + 0,073 + 0,06667

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/10/2018 tem 31/12/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,073 + 3,415 20,488
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,085 + 1,609 17,694
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,073 + 1,707 18,780
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/10/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,619

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018 Van 01/10/2018 t/m 31/12/2018

Huisvesting 

Kost

12,79

26,91

12,83

27,01

12,89

27,16

12,95

27,31

Totaal 39,70 39,84 40,05 40,26

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 340,10 510,10
16 jaar 371,90 557,90
17 jaar 403,80 605,70
18 jaar 435,70 653,50
19 jaar 467,60 701,30
20 jaar 499,40 749,10
21 jaar en + 531,30 797,00

 

Barema

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,662
15 jaar en 6 maanden 8,372
16 jaar 9,081
16 jaar en 6 maanden 10,500
17 jaar 11,919
17 jaar en 6 maanden 13,338
18 jaar 14,189

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Voor bepaalde gelegenheden kan u uw werknemers een geschenk geven dat vrij is van sociale zekerheidsbijdragen.

Op 6 juli 2018 verschenen de nieuwe vrijgestelde bedragen voor geschenken in het Belgisch Staatsblad.

Deze bedragen zijn al geldig vanaf 1 januari 2017 (!).

 

Gelegenheid Vorige Bedragen Nieuwe bedragen
Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar € 35 € 40
Eervolle onderscheiding € 105 € 120
Pensionering € 35 per dienstjaar, met een minimum van € 105 en een maximum van € 875 € 40 per dienstjaar, met een minimum van € 120 en een maximum van € 1.000
Huwelijk of verklaring wettelijk samenwonen € 200 € 245

 

De hogere maximumbedragen gelden enkel voor de RSZ.  Voor de fiscus blijven voorlopig de oude bedragen van toepassing.

 

Bron: K.B. van 3 juli 2018 tot wijziging van artikel 19, &2, 14°, van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 6 juli 2018.

 

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

In december zullen zeer veel bedienden een eindejaarspremie (of zgn. “13e maand”) ontvangen. De regels voor de toekenning worden in elke sector apart vastgelegd. Voor de bouwsector is dit het paritair comité 200. We zetten de regels ervan hieronder uiteen. Opgelet, indien de bedienden in uw bedrijf onder verschillende paritaire comités ressorteren, dan zullen ook andere regels van toepassing zijn. We beperken ons hier tot het PC 200 (CAO 9 juni 2016). Ook op handelsvertegenwoordigers zijn enkele specifieke regels van toepassing.

1. Recht op de premie 

Alle bedienden die in dienst zijn op het ogenblik van de betaling, hebben recht op de premie, mits ze een anciënniteit hebben in de onderneming van 6 maanden. 

Omtrent het ogenblik van betaling bepaalt de CAO dat deze plaatsvindt uiterlijk op de laatste dag van het jaar of bij het indienen van de maatschappelijke rekeningen. 

Op ondernemingsvlak kan wel een afwijkend tijdstip worden vastgesteld, bv. in oktober. Dat heeft dan wel tot gevolg dat alle bedienden in dienst dan recht hebben op de premie, ook al zouden ze bv. in november uit dienst treden. 

Ondernemingen kunnen evenwel evenwaardige voordelen toekennen ter vervanging van de eindejaarspremie. In dat geval wordt sterk aangeraden om dit zeer duidelijk op schrift te zetten en met voldoende juridisch advies de nodige stappen te zetten. 

2. Bij uitdienst

De CAO bepaalt verder dat ook bedienden die om volgende redenen uit dienst treden recht hebben op de premie, mits ze een anciënniteit hebben van 6 maanden: 

a. Eenzijdig ontslag door de werkgever, maar niet bij een ontslag om dringende redenen. 
b. De bruggepensioneerden (SWT)
c. De gepensioneerden
d. Bij einde contract wegens overmacht. Hieronder valt de medische overmacht. 
e. Bij einde contract van bepaalde duur of bepaald werk van minstens 6 maanden. 

De bedienden die zelf ontslag nemen in de loop van het jaar, hebben slechts recht op de premie als ze 5 jaar anciënniteit hebben in de onderneming. 

3. Bedrag van de premie

De premie is gelijk aan het voltijdse (bruto) maandloon van toepassing op het ogenblik van betaling. Dit is echter enkel het geval voor bedienden die het gehele jaar voltijds hebben gewerkt zonder een aantal specifieke afwezigheden. 

In de volgende gevallen wordt de premie herleid: 

a. In- en/of uitdienst in de loop van het jaar. In dat geval worden de premies geprorateerd overeenkomstig de volledig gewerkte maanden. 
Bv. een bediende gaat 16 augustus uit dienst (ontslag werkgever). Van januari tot en met zijn uitdienst werkte hij voltijds en kende geen afwezigheden (zie verder). Zijn premie zal 7/12e  bedragen van het maandloon. Augustus telt dus niet mee omdat deze niet volledig werd gepresteerd. 
Bv. een bediende komt in dienst op 7 maart 2018. Zijn premie in december bedraagt 9/12e  van het maandloon, maart 2018 telt immers niet mee voor de berekening. 

b. Onvolledige prestaties omwille van afwezigheden
De CAO bepaalt uitdrukkelijk welke afwezigheden worden gelijkgesteld voor de berekening van de premie. Dat zijn alle afwezigheden ten gevolge van de wettelijke bepalingen ivm jaarlijkse vakantie, beroepsziekte en arbeidsongeval, klein verlet, vaderschapsverlof en moederschaprust, feestdagen, educatief verlof en syndicaal verlof. 

Wat betreft arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval worden slechts 60 dagen gelijkgesteld. Een bediende die meer dan 60 dagen afwezig was, zal dus zijn premie verminderd zien in verhouding tot het excedent. 

Aangezien de lijst met afwezigheden limitatief bepaald werd, zullen alle andere afwezigheden niet meetellen. We denken dan onder andere aan toegestane afwezigheid, dwingend familiaal verlof (sociaal verlof) en onwettige afwezigheid. 

c. Deeltijdse prestaties
Bij deeltijdse prestaties doorheen het jaar zal men tevens een proratering moeten toepassen op de eindejaarspremie. Per tewerkstellingsbreuk over het jaar dient men een berekening te maken en de resultaten optellen om tot een geprorateerd eindresultaat te komen. 
Bv. een bediende werkte van 1 januari tot 31 maart 32 uren en schakelde dan over naar een voltijds regime. 
- Van 1/1 tot 31/3: 3/12 * 32/40 * maandloon
- Van 1/4 tot 31/12: 9/12 * 40/40 * maandloon

d. Afwijkende regels
Van belang is wel te noteren dat de onderneming van deze strikte regels kan afwijken door zelf voordeligere regels uit te werken voor hun bedienden. Ze kan bv. bepalen dat alle niet-gelijkgestelde afwezigheden worden samengeteld en op jaarbasis een vermindering wordt toegepast als breuk met het totaal aantal te werken dagen. Bv. 10 dagen familiaal verlof doen de eindejaarspremie verminderen met 10/261. Vaak wordt bv. ook bepaald dat maanden waarin meer dan de helft wordt gepresteerd toch als volledige maand worden geteld. Dit is evenwel geen automatisme. 

4. Wat houdt de werknemer over van de premie? 

De bruto premie bedraagt een maandloon, toch zal de werknemer netto vaak minder overhouden dan een gewone voltijds gewerkte maand. De reden is dat de premie onderworpen is aan andere regels betreffende de inhoudingen bedrijfsvoorheffing. De barema’s op eindejaarspremies zijn extra hoog. 

Waar de bedrijfsvoorheffing op het gewone loon wordt gerekend volgens de schalen die progressief werken, worden exceptionele vergoedingen gerekend volgens vaste tarieven overeenkomstig een normaal jaarloon (maandloon x 13,92). Het hoogste tarief bedraagt 53,5 %. 

Uiteraard zal bij de eindbelasting weliswaar opnieuw het volledige jaarloon moeten samengesteld worden om de eindbelasting te bepalen. Weet dus dat een bediende in de maand zelf iets minder zal overhouden van zijn eindejaarspremie dan een normaal loon, maar de eindbelasting is steeds gerekend op alle loonselementen. De bediende financiert dus ook een beetje de fiscus op het einde van het jaar…

 

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,189 14,893 15,124 15,879 16,085 17,073 15,54050

 

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,061 + 0,064 + 0,065 + 0,068 + 0,069 + 0,073 + 0,06667

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/10/2018 tem 31/12/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,073 + 3,415 20,488
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,085 + 1,609 17,694
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,073 + 1,707 18,780
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/10/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,619

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018 Van 01/10/2018 t/m 31/12/2018

Huisvesting 

Kost

12,79

26,91

12,83

27,01

12,89

27,16

12,95

27,31

Totaal 39,70 39,84 40,05 40,26

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 340,10 510,10
16 jaar 371,90 557,90
17 jaar 403,80 605,70
18 jaar 435,70 653,50
19 jaar 467,60 701,30
20 jaar 499,40 749,10
21 jaar en + 531,30 797,00

 

Barema

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,662
15 jaar en 6 maanden 8,372
16 jaar 9,081
16 jaar en 6 maanden 10,500
17 jaar 11,919
17 jaar en 6 maanden 13,338
18 jaar 14,189

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Voor bepaalde gelegenheden kan u uw werknemers een geschenk geven dat vrij is van sociale zekerheidsbijdragen.

Op 6 juli 2018 verschenen de nieuwe vrijgestelde bedragen voor geschenken in het Belgisch Staatsblad.

Deze bedragen zijn al geldig vanaf 1 januari 2017 (!).

 

Gelegenheid Vorige Bedragen Nieuwe bedragen
Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar € 35 € 40
Eervolle onderscheiding € 105 € 120
Pensionering € 35 per dienstjaar, met een minimum van € 105 en een maximum van € 875 € 40 per dienstjaar, met een minimum van € 120 en een maximum van € 1.000
Huwelijk of verklaring wettelijk samenwonen € 200 € 245

 

De hogere maximumbedragen gelden enkel voor de RSZ.  Voor de fiscus blijven voorlopig de oude bedragen van toepassing.

 

Bron: K.B. van 3 juli 2018 tot wijziging van artikel 19, &2, 14°, van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 6 juli 2018.

 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...