Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Op 1 januari 2009 wordt de verjaringstermijn van de RSZ voor vorderingen van – en tegen de RSZ verkort van 5 tot 3 jaar.

1. Vorderingen van de RSZ

De werkgever (of zijn lasthebber) moet uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal de DMFA-aangifte indienen en de RSZ-bijdragen voor het betrokken kwartaal aan de RSZ storten. Indien men de wettelijke aangifte- en betalingstermijn niet naleeft, geeft dit aanleiding tot sancties. De verjaringstermijn voor vorderingen van de RSZ begint te lopen na deze wettelijke aangifte- en betalingstermijn.

Overgangsregeling

Deze verandering van de verjaringstermijn heeft tot gevolg dat de DMFA-aangiften van het 4e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 tegelijk verjaren op 31 december 2008. Vanaf de DMFA-aangifte van het 4e kwartaal 2005 geldt een nieuwe, ingekorte verjaringstermijn van 3 jaar. De DMFA-aangifte van het 4e kwartaal 2005 zal verjaren op 31 januari 2009.

2. Vorderingen tegen de RSZ

De vorderingen tegen de RSZ verjaren vanaf 1 januari 2009 ook na 3 jaar. Het verschil is dat de verjaringstermijn van vorderingen tegen de RSZ, ingesteld door de werkgever voor ten onrechte betaalde bijdragen, ingaat op de dag dat de werkgever de bijdragen betaalt.

Bron: artikel 42 van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid van arbeiders.

De regeling van de beschikbaarheidstijd (wachturen) van chauffeurs en aangestelden, die tewerkgesteld zijn aan werken van vervoer in de ondernemingen van het PC Bouw nr. 124, werd onlangs aangepast.
Het is belangrijk te noteren dat de voorziene beschikbaarheidstijd niet meegeteld wordt om de arbeidsduur vast te stellen en tegen het normale uurloon wordt betaald.

De chauffeurs

De voorziene beschikbaarheidstijd van de arbeiders die als chauffeur belast zijn met het vervoer van materialen en gereedschap naar de werven van de onderneming en van de arbeiders tewerkgesteld als chauffeur in de ondernemingen voor handel in bouwmaterialen kan tot 2 uren per dag bedragen, met een maximum van 10 uren per week.

Deze tijd wordt echter wel beperkt tot 1 uur per dag, met een maximum van 5 uren per week, voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn aan werken van vervoer in ondernemingen die gebruiksklaar beton produceren en/of leveren.

De aangestelden

De voorziene beschikbaarheidstijd van de aangestelden, namelijk het niet-rijdend personeel aangesteld tot laden en lossen, van de handel in bouwmaterialen en de ondernemingen die gebruiksklaar beton produceren, is beperkt tot 2 uren per dag (maximaal 10 uren per week). Tijdens deze uren staat de arbeider ter beschikking van de werkgever, hoewel hij geen prestatie kan leveren noch een andere bijkomende activiteit kan uitoefenen wegens de afwezigheid van voertuigen en/of van goederen waarmee hij zich zou moeten bezighouden.

Code bij Dienstbetoon: De beschikbaarheidstijd wordt aan ons sociaal secretariaat doorgegeven met de code 110.

Wettelijke referentie: KB van 12 augustus 2008 (BS 26/08/2008).

Sinds 1 juli 2007 mag het onderhoud van de werkkledij in de bouwsector (PC 124) aan een arbeider worden toevertrouwd voor zover een aangepaste risicoanalyse aantoont dat het reinigen van de kledij geen gevaar inhoudt voor de gezondheid van de werknemer of zijn onmiddellijke omgeving.

De werkgever die zijn werknemer opdraagt om zelf zijn werkkledij te wassen, moet hem daarvoor een vergoeding betalen. Deze vergoeding bedroeg aanvankelijk € 0,30 per gepresteerde of aangevatte arbeidsdag. Vanaf 1 mei 2009 wordt ze op € 0,50 per gepresteerde of aangevatte arbeidsdag gebracht.

Het NAVB stelde checklisten op die kunnen gebruikt worden om een risicoanalyse te maken. Op die manier beschikken de bouwondernemingen over een hulpmiddel om uit te maken of hun arbeiders zelf mogen instaan voor het reinigen van hun werkkledij. Deze checklisten zijn terug te vinden in het dossier nr. 117 “Reiniging en onderhoud van werkkledij” dat het NAVB op zijn website gepubliceerd heeft. Het kan opgevraagd worden via www.navb.be/Publicaties/NAVB Dossiers.

Voor de opstelling van een risico-analyse kan de werkgever ook advies vragen aan de arbeidsgeneesheer van zijn externe preventiedienst.

Wettelijke referentie: CAO van 14 mei 2009 afgesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf betreffende de reiniging en onderhoud van werkkledij.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Op 1 januari 2009 wordt de verjaringstermijn van de RSZ voor vorderingen van – en tegen de RSZ verkort van 5 tot 3 jaar.

1. Vorderingen van de RSZ

De werkgever (of zijn lasthebber) moet uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal de DMFA-aangifte indienen en de RSZ-bijdragen voor het betrokken kwartaal aan de RSZ storten. Indien men de wettelijke aangifte- en betalingstermijn niet naleeft, geeft dit aanleiding tot sancties. De verjaringstermijn voor vorderingen van de RSZ begint te lopen na deze wettelijke aangifte- en betalingstermijn.

Overgangsregeling

Deze verandering van de verjaringstermijn heeft tot gevolg dat de DMFA-aangiften van het 4e kwartaal 2003 tot en met het 3e kwartaal 2005 tegelijk verjaren op 31 december 2008. Vanaf de DMFA-aangifte van het 4e kwartaal 2005 geldt een nieuwe, ingekorte verjaringstermijn van 3 jaar. De DMFA-aangifte van het 4e kwartaal 2005 zal verjaren op 31 januari 2009.

2. Vorderingen tegen de RSZ

De vorderingen tegen de RSZ verjaren vanaf 1 januari 2009 ook na 3 jaar. Het verschil is dat de verjaringstermijn van vorderingen tegen de RSZ, ingesteld door de werkgever voor ten onrechte betaalde bijdragen, ingaat op de dag dat de werkgever de bijdragen betaalt.

Bron: artikel 42 van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid van arbeiders.

De regeling van de beschikbaarheidstijd (wachturen) van chauffeurs en aangestelden, die tewerkgesteld zijn aan werken van vervoer in de ondernemingen van het PC Bouw nr. 124, werd onlangs aangepast.
Het is belangrijk te noteren dat de voorziene beschikbaarheidstijd niet meegeteld wordt om de arbeidsduur vast te stellen en tegen het normale uurloon wordt betaald.

De chauffeurs

De voorziene beschikbaarheidstijd van de arbeiders die als chauffeur belast zijn met het vervoer van materialen en gereedschap naar de werven van de onderneming en van de arbeiders tewerkgesteld als chauffeur in de ondernemingen voor handel in bouwmaterialen kan tot 2 uren per dag bedragen, met een maximum van 10 uren per week.

Deze tijd wordt echter wel beperkt tot 1 uur per dag, met een maximum van 5 uren per week, voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn aan werken van vervoer in ondernemingen die gebruiksklaar beton produceren en/of leveren.

De aangestelden

De voorziene beschikbaarheidstijd van de aangestelden, namelijk het niet-rijdend personeel aangesteld tot laden en lossen, van de handel in bouwmaterialen en de ondernemingen die gebruiksklaar beton produceren, is beperkt tot 2 uren per dag (maximaal 10 uren per week). Tijdens deze uren staat de arbeider ter beschikking van de werkgever, hoewel hij geen prestatie kan leveren noch een andere bijkomende activiteit kan uitoefenen wegens de afwezigheid van voertuigen en/of van goederen waarmee hij zich zou moeten bezighouden.

Code bij Dienstbetoon: De beschikbaarheidstijd wordt aan ons sociaal secretariaat doorgegeven met de code 110.

Wettelijke referentie: KB van 12 augustus 2008 (BS 26/08/2008).

Sinds 1 juli 2007 mag het onderhoud van de werkkledij in de bouwsector (PC 124) aan een arbeider worden toevertrouwd voor zover een aangepaste risicoanalyse aantoont dat het reinigen van de kledij geen gevaar inhoudt voor de gezondheid van de werknemer of zijn onmiddellijke omgeving.

De werkgever die zijn werknemer opdraagt om zelf zijn werkkledij te wassen, moet hem daarvoor een vergoeding betalen. Deze vergoeding bedroeg aanvankelijk € 0,30 per gepresteerde of aangevatte arbeidsdag. Vanaf 1 mei 2009 wordt ze op € 0,50 per gepresteerde of aangevatte arbeidsdag gebracht.

Het NAVB stelde checklisten op die kunnen gebruikt worden om een risicoanalyse te maken. Op die manier beschikken de bouwondernemingen over een hulpmiddel om uit te maken of hun arbeiders zelf mogen instaan voor het reinigen van hun werkkledij. Deze checklisten zijn terug te vinden in het dossier nr. 117 “Reiniging en onderhoud van werkkledij” dat het NAVB op zijn website gepubliceerd heeft. Het kan opgevraagd worden via www.navb.be/Publicaties/NAVB Dossiers.

Voor de opstelling van een risico-analyse kan de werkgever ook advies vragen aan de arbeidsgeneesheer van zijn externe preventiedienst.

Wettelijke referentie: CAO van 14 mei 2009 afgesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf betreffende de reiniging en onderhoud van werkkledij.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...