Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De DIMONA-aangifte houdt een verplichting in voor de werkgevers om de RSZ onmiddellijk langs elektronische weg de begin- en einddatum mee te delen van de tewerkstelling van hun personeelsleden. Een indiensttreding moet gemeld worden vóóraleer de werknemer in dienst treedt. Een uitdiensttreding wordt ten laatste de arbeidsdag na de dag van beëindiging van de arbeidsovereenkomst gemeld.

Wanneer er geen Dimona-aangifte werd ingediend, kan dit aanleiding geven tot een solidariteits-bijdrage (burgerrechtelijke sanctie), maar ook tot strafrechtelijke sancties of een administratieve geldboete.

Sedert 1 januari 2009 kan de RSZ een solidariteitsbijdrage opleggen ten laste van werkgevers die personeel tewerkgesteld hebben voor wie geen Dimona-aangifte werd ingediend.
Wanneer de verschillende diensten van de sociale inspectie tijdens een controle vaststellen dat een werkgever geen Dimona-aangifte heeft ingediend, legt de RSZ steeds vaker ambtshalve deze solidariteitsbijdrage op. Het bedrag ervan is in principe gelijk aan de normale socialezekerheids-bijdragen op 3 maal het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen met een minimum-bedrag van 2.500,-euro per werknemer.
Dit minimumbedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex. Voor 2012 wordt het minimum-bedrag van deze solidariteitsbijdrage verhoogd tot 2.625,51 euro per werknemer.

Daarnaast kan een werkgever, die zijn Dimona-verplichtingen niet nakomt, ook veroordeeld worden tot een strafrechtelijke sanctie of een administratieve geldboete. Het gaat hierbij om een sanctie van niveau 4 uit het Sociaal Strafwetboek. Een sanctie van niveau 4 bestaat uit hetzij een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000,-euro (+ de wettelijke opdeciemen) of uit één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 300 tot 3.000,-euro (+ de wettelijke opdeciemen). De wettelijke opdeciemen bedragen sinds 1 januari 2012 6 wat betekent dat een administratieve geldboete van 300 euro momenteel in werkelijkheid 1.800 euro bedraagt.

Na een veroordeling door de Europese Commissie op 24 november 2011 zag België zich verplicht om zijn wetgeving met betrekking tot de jaarlijkse vakantie aan te passen. Hierdoor zullen sommige werknemers vanaf 2012 recht hebben op vakantiedagen hoewel ze in 2011 niet hebben gewerkt of onvoldoende gepresteerde of gelijkgestelde dagen achter hun naam hebben om in 2012 recht te hebben op vakantie.

Het principe werd vastgelegd in artikel 58 van de Wet van 29 maart 2012 houdende Diverse Bepalingen : een werknemer die een activiteit aanvat of hervat kan vanaf de laatste week van de betrokken driemaandelijkse periode aanspraak maken op een week vakantie. Die aanvullende vakantiedagen zullen worden vergoed.

De Nationale Arbeidsraad, die in een eerste fase de krachtlijnen van de aanpassingen had gepreciseerd, heeft zich in een in een op 4 april jl. gegeven advies uitgesproken over de concrete aanpassingsmodaliteiten aan het stelsel van de jaarlijkse vakantie.

Deze modaliteiten moeten echter nog door een koninklijk besluit worden bekrachtigd.

1. Wie heeft recht op aanvullende vakantie?

De werknemers die een activiteit aanvatten of de werknemers die een activiteit hervatten.

Het zou moeten gaan om een werknemer die:
• een beroepsactiviteit als loontrekkende aanvat;
• een activiteit als loontrekkende uitoefent na een periode van activiteit in het buitenland;
• overgaat van het statuut van zelfstandige naar het statuut van loontrekkende;
• overgaat van de overheidssector naar de privésector;
• na een periode van volledige werkloosheid een activiteit hervat;
• na een langdurige ziekteperiode een activiteit hervat;
• een activiteit als loontrekkende hervat na een periode van volledige loopbaanonderbreking.

2. Voorwaarde van minimale activiteit en periode van toekenning

De werknemer moet kunnen aantonen dat hij minstens drie maanden heeft gewerkt. Om de minimumperiode van 3 maanden tewerkstelling te kunnen aantonen, worden de periodes gedekt door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gecumuleerd. De aanvullende vakantiedagen moeten worden opgenomen in het lopende kalenderjaar.

3. Vakantieduur

De werknemer kan enkel aanspraak maken op aanvullende vakantiedagen als hun aantal hoger is dan het aantal vakantiedagen waarop hij aanspraak kan maken op basis van het voorgaande vakantiedienstjaar.
De aanvullende vakantiedagen kunnen slechts worden aangevraagd na uitputting van de vakantiedagen waarop de werknemer aanspraak kan maken in functie van zijn prestaties van het voorgaande vakantiedienstjaar.

4. Vakantiegeld

Een werknemer die aanvullende vakantie opneemt heeft recht op zijn normale loon.

Berekeningsbasis: het vakantiegeld zal op dezelfde manier worden berekend zoals het huidige enkelvoudige vakantiegeld.

Datum van betaling:
• voor bedienden zal het vakantiegeld worden betaald op het moment waarop hij het loon ontvangt van de maand waarin hij zijn vakantie opneemt.
• voor arbeiders zou de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) de betaling kunnen waarborgen in de loop van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ze hun aanvullende vakantie hebben genomen.

Aftrek van het vakantiegeld: het vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschotl. De aftrek zal dus moeten gebeuren in het volgende jaar, ofwel op het moment waarop een vertrekvakantiegeld wordt berekend. Deze aftrek zou moeten beperkt worden tot het dubbele vakantiegeld.

5.Inwerkingtreding ?

In zijn advies dringt de Nationale Arbeidsraad erop aan dat de hierboven verduidelijkte beginselen en nadere regels snel worden omgezet in verordenende teksten, zodat de nieuwe regeling van kracht kan zijn vanaf 2012 en de werknemers hun recht op "Europese" vakantie in 2012 kunnen uitoefenen, zoals gevraagd in haar advies nr. 1.791.

Bron: Advies van de NAR, nr. 1797 van 4 april 2012

In uitvoering van een CAO die op 13 oktober 2011 in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf werd afgesloten, hebben de arbeiders-bouw voortaan vanaf 18 jaar anciënniteit in hetzelfde bedrijf recht op één dag anciënniteitsverlof per jaar ten laste van hun werkgever.

In het jaar dat de arbeider de anciënniteit van 18 jaar bereikt, kan hij de dag opnemen vanaf de datum waarop hij de vereiste anciënniteit bereikt.

Tijdens de volgende jaren heeft hij dan telkens recht op één dag.

Deze regeling heeft een suppletief karakter, wat als volgt wordt verduidelijkt in de CAO zelf : de CAO wijzigt impliciet de bepalingen van ondernemingsakkoorden betreffende het anciënniteitsverlof, tenzij deze bepalingen gunstiger zijn.

Voorbeelden:
• 1 dag na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord wordt 1 dag na 18 jaar;
• 3 dagen na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord, worden 1 dag na 18 jaar en 2 dagen na 20 jaar.

De werkgever moet de dag enkel betalen als het anciënniteitsverlof effectief wordt opgenomen. Hij moet bijgevolg het loon voor de dag anciënniteitsverlof niet betalen, als de arbeider het verlof niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de overeenkomst (dus geen uitbetaling bijv. aan langdurig zieken of aan een arbeider van wie de arbeidsovereenkomst opgezegd of verbroken werd).

Het anciënniteitsverlof kan evenmin worden overgedragen naar een volgend jaar.

De CAO trad in werking op 1 september 2011, zodat er ook in 2011 nog een dag anciënniteitverlof kan opgenomen worden door de arbeiders die de 18 jaar anciënniteit bereiken.

Een opname van een dag anciënniteitsverlof dient aan ons sociaal secretariaat opgegeven te worden onder de looncode 410.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De DIMONA-aangifte houdt een verplichting in voor de werkgevers om de RSZ onmiddellijk langs elektronische weg de begin- en einddatum mee te delen van de tewerkstelling van hun personeelsleden. Een indiensttreding moet gemeld worden vóóraleer de werknemer in dienst treedt. Een uitdiensttreding wordt ten laatste de arbeidsdag na de dag van beëindiging van de arbeidsovereenkomst gemeld.

Wanneer er geen Dimona-aangifte werd ingediend, kan dit aanleiding geven tot een solidariteits-bijdrage (burgerrechtelijke sanctie), maar ook tot strafrechtelijke sancties of een administratieve geldboete.

Sedert 1 januari 2009 kan de RSZ een solidariteitsbijdrage opleggen ten laste van werkgevers die personeel tewerkgesteld hebben voor wie geen Dimona-aangifte werd ingediend.
Wanneer de verschillende diensten van de sociale inspectie tijdens een controle vaststellen dat een werkgever geen Dimona-aangifte heeft ingediend, legt de RSZ steeds vaker ambtshalve deze solidariteitsbijdrage op. Het bedrag ervan is in principe gelijk aan de normale socialezekerheids-bijdragen op 3 maal het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen met een minimum-bedrag van 2.500,-euro per werknemer.
Dit minimumbedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex. Voor 2012 wordt het minimum-bedrag van deze solidariteitsbijdrage verhoogd tot 2.625,51 euro per werknemer.

Daarnaast kan een werkgever, die zijn Dimona-verplichtingen niet nakomt, ook veroordeeld worden tot een strafrechtelijke sanctie of een administratieve geldboete. Het gaat hierbij om een sanctie van niveau 4 uit het Sociaal Strafwetboek. Een sanctie van niveau 4 bestaat uit hetzij een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000,-euro (+ de wettelijke opdeciemen) of uit één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 300 tot 3.000,-euro (+ de wettelijke opdeciemen). De wettelijke opdeciemen bedragen sinds 1 januari 2012 6 wat betekent dat een administratieve geldboete van 300 euro momenteel in werkelijkheid 1.800 euro bedraagt.

Na een veroordeling door de Europese Commissie op 24 november 2011 zag België zich verplicht om zijn wetgeving met betrekking tot de jaarlijkse vakantie aan te passen. Hierdoor zullen sommige werknemers vanaf 2012 recht hebben op vakantiedagen hoewel ze in 2011 niet hebben gewerkt of onvoldoende gepresteerde of gelijkgestelde dagen achter hun naam hebben om in 2012 recht te hebben op vakantie.

Het principe werd vastgelegd in artikel 58 van de Wet van 29 maart 2012 houdende Diverse Bepalingen : een werknemer die een activiteit aanvat of hervat kan vanaf de laatste week van de betrokken driemaandelijkse periode aanspraak maken op een week vakantie. Die aanvullende vakantiedagen zullen worden vergoed.

De Nationale Arbeidsraad, die in een eerste fase de krachtlijnen van de aanpassingen had gepreciseerd, heeft zich in een in een op 4 april jl. gegeven advies uitgesproken over de concrete aanpassingsmodaliteiten aan het stelsel van de jaarlijkse vakantie.

Deze modaliteiten moeten echter nog door een koninklijk besluit worden bekrachtigd.

1. Wie heeft recht op aanvullende vakantie?

De werknemers die een activiteit aanvatten of de werknemers die een activiteit hervatten.

Het zou moeten gaan om een werknemer die:
• een beroepsactiviteit als loontrekkende aanvat;
• een activiteit als loontrekkende uitoefent na een periode van activiteit in het buitenland;
• overgaat van het statuut van zelfstandige naar het statuut van loontrekkende;
• overgaat van de overheidssector naar de privésector;
• na een periode van volledige werkloosheid een activiteit hervat;
• na een langdurige ziekteperiode een activiteit hervat;
• een activiteit als loontrekkende hervat na een periode van volledige loopbaanonderbreking.

2. Voorwaarde van minimale activiteit en periode van toekenning

De werknemer moet kunnen aantonen dat hij minstens drie maanden heeft gewerkt. Om de minimumperiode van 3 maanden tewerkstelling te kunnen aantonen, worden de periodes gedekt door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gecumuleerd. De aanvullende vakantiedagen moeten worden opgenomen in het lopende kalenderjaar.

3. Vakantieduur

De werknemer kan enkel aanspraak maken op aanvullende vakantiedagen als hun aantal hoger is dan het aantal vakantiedagen waarop hij aanspraak kan maken op basis van het voorgaande vakantiedienstjaar.
De aanvullende vakantiedagen kunnen slechts worden aangevraagd na uitputting van de vakantiedagen waarop de werknemer aanspraak kan maken in functie van zijn prestaties van het voorgaande vakantiedienstjaar.

4. Vakantiegeld

Een werknemer die aanvullende vakantie opneemt heeft recht op zijn normale loon.

Berekeningsbasis: het vakantiegeld zal op dezelfde manier worden berekend zoals het huidige enkelvoudige vakantiegeld.

Datum van betaling:
• voor bedienden zal het vakantiegeld worden betaald op het moment waarop hij het loon ontvangt van de maand waarin hij zijn vakantie opneemt.
• voor arbeiders zou de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) de betaling kunnen waarborgen in de loop van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ze hun aanvullende vakantie hebben genomen.

Aftrek van het vakantiegeld: het vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschotl. De aftrek zal dus moeten gebeuren in het volgende jaar, ofwel op het moment waarop een vertrekvakantiegeld wordt berekend. Deze aftrek zou moeten beperkt worden tot het dubbele vakantiegeld.

5.Inwerkingtreding ?

In zijn advies dringt de Nationale Arbeidsraad erop aan dat de hierboven verduidelijkte beginselen en nadere regels snel worden omgezet in verordenende teksten, zodat de nieuwe regeling van kracht kan zijn vanaf 2012 en de werknemers hun recht op "Europese" vakantie in 2012 kunnen uitoefenen, zoals gevraagd in haar advies nr. 1.791.

Bron: Advies van de NAR, nr. 1797 van 4 april 2012

In uitvoering van een CAO die op 13 oktober 2011 in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf werd afgesloten, hebben de arbeiders-bouw voortaan vanaf 18 jaar anciënniteit in hetzelfde bedrijf recht op één dag anciënniteitsverlof per jaar ten laste van hun werkgever.

In het jaar dat de arbeider de anciënniteit van 18 jaar bereikt, kan hij de dag opnemen vanaf de datum waarop hij de vereiste anciënniteit bereikt.

Tijdens de volgende jaren heeft hij dan telkens recht op één dag.

Deze regeling heeft een suppletief karakter, wat als volgt wordt verduidelijkt in de CAO zelf : de CAO wijzigt impliciet de bepalingen van ondernemingsakkoorden betreffende het anciënniteitsverlof, tenzij deze bepalingen gunstiger zijn.

Voorbeelden:
• 1 dag na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord wordt 1 dag na 18 jaar;
• 3 dagen na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord, worden 1 dag na 18 jaar en 2 dagen na 20 jaar.

De werkgever moet de dag enkel betalen als het anciënniteitsverlof effectief wordt opgenomen. Hij moet bijgevolg het loon voor de dag anciënniteitsverlof niet betalen, als de arbeider het verlof niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de overeenkomst (dus geen uitbetaling bijv. aan langdurig zieken of aan een arbeider van wie de arbeidsovereenkomst opgezegd of verbroken werd).

Het anciënniteitsverlof kan evenmin worden overgedragen naar een volgend jaar.

De CAO trad in werking op 1 september 2011, zodat er ook in 2011 nog een dag anciënniteitverlof kan opgenomen worden door de arbeiders die de 18 jaar anciënniteit bereiken.

Een opname van een dag anciënniteitsverlof dient aan ons sociaal secretariaat opgegeven te worden onder de looncode 410.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...