Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

In het Belgisch Staatsblad van 29 december 2014 werd de Programmawet van 19 december 2014 gepubliceerd.

 Hieronder zullen we de voor u meest voorname onderwerpen bespreken.

1. Forfaitaire beroepskosten

In België zijn de lasten op arbeid te hoog. Daarom heeft men beslist om in 2015, maar ook in 2016 het bedrag van de forfaitaire beroepskosten voor de werknemers te verhogen. Dit heeft tot gevolg dat de werknemers hun nettoloon zullen zien stijgen. De aanpassing van de schalen van de forfaitaire beroepskosten zal rechtstreeks worden doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing.
Werknemers hebben automatisch recht op dit wettelijk forfait voor de kosten gemaakt in het kader van hun beroep, tenzij men natuurlijk de werkelijke beroepskosten bewijst.

2. Wijziging in geplande verhoging vrijstelling bedrijfsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid

Indien u als werkgever uw werknemers tewerkstelt in een systeem van nacht- en/of ploegenarbeid kan u onder bepaalde voorwaarden genieten van een specifieke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Concreet wil dit zeggen dat u als werkgever de normale bedrijfsvoorheffing moet inhouden op het loon van de betrokken werknemers, maar een bepaald percentage hiervan niet moet doorstorten aan de belastingdienst.

De wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het Pact voor Competitiviteit, Werkgelegenheid en Relance had een verhoging van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voorzien:

- vanaf 1 januari 2015 tot 18% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 20,2% voor een volcontinu arbeidssysteem;
- vanaf 1 januari 2017 tot 20,4% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 22,6% voor een volcontinu arbeidssysteem;
- vanaf 1 januari 2019 tot 22,8% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 25% voor een volcontinu arbeidssysteem.

De regering Michel I heeft de verhoging van 1 januari 2015 uitgesteld tot 1 januari 2016. De verhoging die voorzien was in 2017 door de relancewet zal op zijn beurt worden vervroegd naar 1 januari 2016.

Dit betekent dus concreet voor:

- nacht- en/of ploegenarbeid:

vanaf 1 januari 2016 20,4%
vanaf 1 januari 2019 22,8%

- volcontinu arbeidssysteem:

vanaf 1 januari 2016 22,6%
vanaf 1 januari 2019 25%

 

3. Wijziging geplande verhoging structurele lastenvermindering

De structurele lastenvermindering is een maatregel waardoor de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid verminderd worden. De structurele vermindering stemt overeen met een forfaitair bedrag per kwartaal en per werknemer dat varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn arbeidsprestaties.

We kunnen 3 categorieën onderscheiden:

- categorie 1: alle werknemers die niet tot categorie 2 of 3 behoren;
- categorie 2: de Sociale Maribelsectoren;
- categorie 3: de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen.

De regering Di Rupo had aangekondigd dat het forfaitair bedrag van de structurele verminderingen voor de 1ste categorie zou verhoogd worden met telkens 14 euro:

- vanaf 1 januari 2015: 476,60 euro;
- vanaf 1 januari 2017: 490,60 euro;
- vanaf 1 januari 2019: 504,60 euro.

Bijkomend werd door deze regering ook voorzien in een verhoging van de lageloongrens S0 die gebruikt wordt voor de berekening van de structurele vermindering:

- vanaf het 1ste kwartaal 2015: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014;
- vanaf het 1ste kwartaal 2017: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014-2016;
- vanaf het 1ste kwartaal 2019: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014-2018.

De verhogingen die voorzien waren voor 2015, zullen nu uitgesteld worden tot 2016.

4. Wijziging geplande versterking fiscale werkbonus

Dankzij de fiscale werkbonus worden werknemers met een laag loon ondersteund door een vermindering van de bedrijfsvoorheffing. Hiervoor komen alle werknemers in aanmerking die recht hebben op de sociale werkbonus, een vermindering van de RSZ-werknemersbijdragen.
De fiscale werkbonus is dan ook een percentage van de sociale werkbonus die men heeft genoten. Sinds april 2014 bedraagt de fiscale werkbonus 14,40%.

De regering Di Rupo had aangekondigd om de fiscale werkbonus stapsgewijs te versterken:

- vanaf 1 januari 2015: 20,15%, met een maximumbedrag van 280 euro op jaarbasis;
- vanaf 1 januari 2017: 25,91%, met een maximumbedrag van 360 euro op jaarbasis;
- vanaf 1 januari 2019: 31,66%, met een maximumbedrag van 440 euro op jaarbasis.

De regering Michel I besliste echter om enerzijds de voorziene versterking van de fiscale werkbonus vanaf 2015 uit te stellen tot 2016 en anderzijds om de geplande verhoging vanaf 1 januari 2017 te vervroegen naar 1 januari 2016.

Dit betekent dus concreet:

  fiscale werkbonus bedrag (max.) op jaarbasis
vanaf 1 januari 2016 25,91% 360 euro
vanaf 1 januari 2019 31,66% 440 euro

 

5. Arbeidsongeschiktheid

Met betrekking tot het onderwerp arbeidsongeschiktheid zijn er een 4-tal maatregelen te vermelden:

- men gaat uit van een positieve benadering aangaande het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid. Dit betekent concreet dat men bij een onderzoek niet meer uitgaat van het idee dat de werknemer arbeidsongeschikt is voor een welbepaalde functie, maar eerder wat de werknemer wel nog kan;

- herziening van de berekeningswijze van het bedrag van de uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Dit bedrag zal vanaf nu berekend worden op basis van een referentieperiode van 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de arbeidsongeschiktheid. De werknemer zal een equivalent van 60% van zijn brutoloon ontvangen gedurende een jaar;

- de verlenging van de wachttijd tot 12 maanden;

- herziening van de uitkering die werkzoekenden ontvangen tijdens de eerste 6 maanden van hun primaire ongeschiktheid. Vanaf 1 januari 2015 is er een plafond ingevoerd. Voortaan zullen de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid van een werkzoekende immers worden beperkt tot de uitkeringen waarop betrokkene recht zou hebben indien hij voÌoÌr het begin van zijn arbeidsongeschiktheid werknemer zou zijn geweest.

6. Verhoging van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen

De doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen is een maatregel waardoor werkgevers uit de privésector voor hun eerste vijf aanwervingen gedurende een bepaalde periode minder sociale zekerheidsbijdragen moeten betalen. Het bedrag van de vermindering en de periode gedurende dewelke deze kan genoten worden, is verschillend naar gelang het gaat om een eerste, tweede, derde, vierde of vijfde werknemer.

Vanaf 1 januari 2015 zullen de verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de eerste drie aanwervingen verhoogd worden met 50 euro per kwartaal:

  eerste 5 kwartalen 4 volgende kwartalen 4 laatste kwartalen
1ste werknemer EUR 1.550 EUR 1.050 EUR 450
2de werknemer EUR 1.050 EUR 450 EUR 450
3de werknemer EUR 1.050 EUR 450 EUR 0
4de en 5de werknemer EUR 1.000 EUR 400 EUR 0

7. Pensioenen van de grens- en seizoenswerknemers

De pensioenen die in België worden betaald aan werknemers die werken in het buitenland (en hun hoofdverblijfplaats in België hebben) zonder dat er hiervoor een Belgische bijdrage wordt betaald, zullen voor de pensioenen die effectief ten vroegste vanaf 1 januari 2015 zijn ingegaan minder gunstig zijn. Meer nog, ze zullen na verloop van tijd zelfs worden geschrapt. Er zal wel een uitzondering gelden voor de weduwen en weduwnaars.

8. Pensioenbonus

De pensioenbonus, namelijk de verhoging van het pensioenbedrag, is vanaf 1 januari 2015 afgeschaft.

Enkel werknemers die voor 1 december 2014 voldeden aan de voorwaarden om het vervroegd rustpensioen als werknemer te verkrijgen of die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en een loopbaan van minstens 40 kalenderjaren konden bewijzen, kunnen nog gebruik maken van de pensioenbonus.

9. Minimumpensioen

De verschillen met betrekking tot het minimumpensioen tussen werknemers en zelfstandigen zullen worden weggewerkt. Concreet zal vanaf 1 augustus 2016 het bedrag van het minimumpensioen voor alleenstaanden en gehuwden en het bedrag van het minimumpensioen voor een overlevingspensioen worden gelijkgesteld met de bedragen van het gegarandeerd minimumpensioen voor werknemers.

Bron: Programmawet (1) van 19 december 2014, B.S. dd. 29 december 2014

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

In het Belgisch Staatsblad van 29 december 2014 werd de Programmawet van 19 december 2014 gepubliceerd.

 Hieronder zullen we de voor u meest voorname onderwerpen bespreken.

1. Forfaitaire beroepskosten

In België zijn de lasten op arbeid te hoog. Daarom heeft men beslist om in 2015, maar ook in 2016 het bedrag van de forfaitaire beroepskosten voor de werknemers te verhogen. Dit heeft tot gevolg dat de werknemers hun nettoloon zullen zien stijgen. De aanpassing van de schalen van de forfaitaire beroepskosten zal rechtstreeks worden doorgerekend in de bedrijfsvoorheffing.
Werknemers hebben automatisch recht op dit wettelijk forfait voor de kosten gemaakt in het kader van hun beroep, tenzij men natuurlijk de werkelijke beroepskosten bewijst.

2. Wijziging in geplande verhoging vrijstelling bedrijfsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid

Indien u als werkgever uw werknemers tewerkstelt in een systeem van nacht- en/of ploegenarbeid kan u onder bepaalde voorwaarden genieten van een specifieke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Concreet wil dit zeggen dat u als werkgever de normale bedrijfsvoorheffing moet inhouden op het loon van de betrokken werknemers, maar een bepaald percentage hiervan niet moet doorstorten aan de belastingdienst.

De wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het Pact voor Competitiviteit, Werkgelegenheid en Relance had een verhoging van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voorzien:

- vanaf 1 januari 2015 tot 18% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 20,2% voor een volcontinu arbeidssysteem;
- vanaf 1 januari 2017 tot 20,4% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 22,6% voor een volcontinu arbeidssysteem;
- vanaf 1 januari 2019 tot 22,8% voor nacht- en/of ploegenarbeid en tot 25% voor een volcontinu arbeidssysteem.

De regering Michel I heeft de verhoging van 1 januari 2015 uitgesteld tot 1 januari 2016. De verhoging die voorzien was in 2017 door de relancewet zal op zijn beurt worden vervroegd naar 1 januari 2016.

Dit betekent dus concreet voor:

- nacht- en/of ploegenarbeid:

vanaf 1 januari 2016 20,4%
vanaf 1 januari 2019 22,8%

- volcontinu arbeidssysteem:

vanaf 1 januari 2016 22,6%
vanaf 1 januari 2019 25%

 

3. Wijziging geplande verhoging structurele lastenvermindering

De structurele lastenvermindering is een maatregel waardoor de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid verminderd worden. De structurele vermindering stemt overeen met een forfaitair bedrag per kwartaal en per werknemer dat varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn arbeidsprestaties.

We kunnen 3 categorieën onderscheiden:

- categorie 1: alle werknemers die niet tot categorie 2 of 3 behoren;
- categorie 2: de Sociale Maribelsectoren;
- categorie 3: de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen.

De regering Di Rupo had aangekondigd dat het forfaitair bedrag van de structurele verminderingen voor de 1ste categorie zou verhoogd worden met telkens 14 euro:

- vanaf 1 januari 2015: 476,60 euro;
- vanaf 1 januari 2017: 490,60 euro;
- vanaf 1 januari 2019: 504,60 euro.

Bijkomend werd door deze regering ook voorzien in een verhoging van de lageloongrens S0 die gebruikt wordt voor de berekening van de structurele vermindering:

- vanaf het 1ste kwartaal 2015: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014;
- vanaf het 1ste kwartaal 2017: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014-2016;
- vanaf het 1ste kwartaal 2019: verhoging met 480 euro en een bijkomende verhoging met 2% voor elke indexering van de loongrenzen die zich voordeed in 2014-2018.

De verhogingen die voorzien waren voor 2015, zullen nu uitgesteld worden tot 2016.

4. Wijziging geplande versterking fiscale werkbonus

Dankzij de fiscale werkbonus worden werknemers met een laag loon ondersteund door een vermindering van de bedrijfsvoorheffing. Hiervoor komen alle werknemers in aanmerking die recht hebben op de sociale werkbonus, een vermindering van de RSZ-werknemersbijdragen.
De fiscale werkbonus is dan ook een percentage van de sociale werkbonus die men heeft genoten. Sinds april 2014 bedraagt de fiscale werkbonus 14,40%.

De regering Di Rupo had aangekondigd om de fiscale werkbonus stapsgewijs te versterken:

- vanaf 1 januari 2015: 20,15%, met een maximumbedrag van 280 euro op jaarbasis;
- vanaf 1 januari 2017: 25,91%, met een maximumbedrag van 360 euro op jaarbasis;
- vanaf 1 januari 2019: 31,66%, met een maximumbedrag van 440 euro op jaarbasis.

De regering Michel I besliste echter om enerzijds de voorziene versterking van de fiscale werkbonus vanaf 2015 uit te stellen tot 2016 en anderzijds om de geplande verhoging vanaf 1 januari 2017 te vervroegen naar 1 januari 2016.

Dit betekent dus concreet:

  fiscale werkbonus bedrag (max.) op jaarbasis
vanaf 1 januari 2016 25,91% 360 euro
vanaf 1 januari 2019 31,66% 440 euro

 

5. Arbeidsongeschiktheid

Met betrekking tot het onderwerp arbeidsongeschiktheid zijn er een 4-tal maatregelen te vermelden:

- men gaat uit van een positieve benadering aangaande het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid. Dit betekent concreet dat men bij een onderzoek niet meer uitgaat van het idee dat de werknemer arbeidsongeschikt is voor een welbepaalde functie, maar eerder wat de werknemer wel nog kan;

- herziening van de berekeningswijze van het bedrag van de uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Dit bedrag zal vanaf nu berekend worden op basis van een referentieperiode van 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de arbeidsongeschiktheid. De werknemer zal een equivalent van 60% van zijn brutoloon ontvangen gedurende een jaar;

- de verlenging van de wachttijd tot 12 maanden;

- herziening van de uitkering die werkzoekenden ontvangen tijdens de eerste 6 maanden van hun primaire ongeschiktheid. Vanaf 1 januari 2015 is er een plafond ingevoerd. Voortaan zullen de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid van een werkzoekende immers worden beperkt tot de uitkeringen waarop betrokkene recht zou hebben indien hij voÌoÌr het begin van zijn arbeidsongeschiktheid werknemer zou zijn geweest.

6. Verhoging van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen

De doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen is een maatregel waardoor werkgevers uit de privésector voor hun eerste vijf aanwervingen gedurende een bepaalde periode minder sociale zekerheidsbijdragen moeten betalen. Het bedrag van de vermindering en de periode gedurende dewelke deze kan genoten worden, is verschillend naar gelang het gaat om een eerste, tweede, derde, vierde of vijfde werknemer.

Vanaf 1 januari 2015 zullen de verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de eerste drie aanwervingen verhoogd worden met 50 euro per kwartaal:

  eerste 5 kwartalen 4 volgende kwartalen 4 laatste kwartalen
1ste werknemer EUR 1.550 EUR 1.050 EUR 450
2de werknemer EUR 1.050 EUR 450 EUR 450
3de werknemer EUR 1.050 EUR 450 EUR 0
4de en 5de werknemer EUR 1.000 EUR 400 EUR 0

7. Pensioenen van de grens- en seizoenswerknemers

De pensioenen die in België worden betaald aan werknemers die werken in het buitenland (en hun hoofdverblijfplaats in België hebben) zonder dat er hiervoor een Belgische bijdrage wordt betaald, zullen voor de pensioenen die effectief ten vroegste vanaf 1 januari 2015 zijn ingegaan minder gunstig zijn. Meer nog, ze zullen na verloop van tijd zelfs worden geschrapt. Er zal wel een uitzondering gelden voor de weduwen en weduwnaars.

8. Pensioenbonus

De pensioenbonus, namelijk de verhoging van het pensioenbedrag, is vanaf 1 januari 2015 afgeschaft.

Enkel werknemers die voor 1 december 2014 voldeden aan de voorwaarden om het vervroegd rustpensioen als werknemer te verkrijgen of die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en een loopbaan van minstens 40 kalenderjaren konden bewijzen, kunnen nog gebruik maken van de pensioenbonus.

9. Minimumpensioen

De verschillen met betrekking tot het minimumpensioen tussen werknemers en zelfstandigen zullen worden weggewerkt. Concreet zal vanaf 1 augustus 2016 het bedrag van het minimumpensioen voor alleenstaanden en gehuwden en het bedrag van het minimumpensioen voor een overlevingspensioen worden gelijkgesteld met de bedragen van het gegarandeerd minimumpensioen voor werknemers.

Bron: Programmawet (1) van 19 december 2014, B.S. dd. 29 december 2014

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...