Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Dat onze Regering vrij inventief is in de bedenking van allerlei belastende maatregelen, is al langer geweten.

Eén van de maatregelen die in het begin van dit jaar in het oog springt, is de zogenaamde “Wijninckx-bijdrage" : voortaan moeten de ondernemingen een bijdrage van 1,5% betalen op de bedragen die gestort worden voor de opbouw van aanvullende pensioenen van loontrekkende werknemers en zelfstandigen, die het drempelbedrag van € 30.000 overschrijden.

De wettelijke basis hiervan is terug te vinden in de Programmawet van 22 juni 2012 die op de voorlaatste dag van het vorig schooljaar in het Staatsblad verscheen (B.S. 28/06/2012). De reglementering errond moest nog verder uitgewerkt worden. Wat uiteindelijk gebeurde met de publicatie van de Programmawet van 27 december 2012; deze programmawet werd op de laatste dag van 2012 in het Staatsblad opgenomen (B.S. 31 december 2012 – 2de editie)

Deze bijdrage is voor het eerst voor het jaar 2012 verschuldigd en wordt berekend op de bedragen gestort voor de opbouw van een aanvullend pensioen in 2011. Betaling voor de werknemers aan de RSZ is voorzien tegen 31 januari 2013; voor de zelfstandigen zou de Wijninckxbijdrage normaal betaald moeten geweest zijn op 31 december 2012 : omdat de reglementering pas laat bekend was, worden er geen bijdrageverhogingen toegepast indien de betaling aan de RSVZ gebeurt vóór 1 maart 2013.

De invoering van deze nieuwe bijdrage gebeurt in twee fases: een overgangsfase, die tot 31 december 2015 loopt, gevolgd door een definitief stelsel (waarover later bericht zal worden).

1. De Wijninckxbijdrage voor de werknemers

1.1 Principe
In de overgangsfase van 1 januari 2012 tot 31 december 2015 is de werkgever verplicht om een aanvullende sociale bijdrage van 1,5% te betalen op het deel van de bijdragen en/of premies dat een jaarlijkse drempel van € 30.000 overschrijdt. Deze drempel geldt per werknemer en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Deze bijdrage komt bovenop de 8,86% RSZ-werkgeversbijdrage die verschuldigd is op de werkgeversbijdragen (zonder drempel) die betaald worden voor de opbouw van een aanvullend pensioen van een werknemer.

De werkgever is verplicht om deze aanvullende bijdrage in het 4de kwartaal van elk jaar te storten samen met de bijbehorende sociale zekerheidsbijdragen (bijdragejaar N). Voor het eerst dient dit gebeuren in het 4e kwartaal 2012 wanneer de bedragen die toegekend worden voor de opbouw van een aanvullend pensioen ten gunste van de werknemer hoger zijn dan € 30.000 in het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar (jaar N-1). Voor de bijdrage verschuldigd in het 4de kwartaal 2012 zal nagegaan worden of de drempel van € 30.000 in 2011 overschreden werd.

Indien u voor bepaalde werknemers verplicht bent om de Wijninckxbijdrage te betalen, dient u contact op te nemen met uw verzekeringsinstelling die u de berekeningsbasis en het bedrag van de verschuldigde bijdrage kunnen meedelen. Deze gegevens dient u aan ons sociaal secretariaat mee te delen en zullen wij mee opnemen in de DMFA-aangifte van het 4de kwartaal 2012.

1.2 Bepalen van de drempel van € 30.000
Om na te gaan of de drempel van € 30.000 is overschreden, moeten de bedragen die worden toegekend voor de opbouw van een aanvullend rust en/of overlevingspensioen, de verandering van de verworven reserves en de premies bij overlijden in aanmerking worden genomen, ongeacht of deze het resultaat zijn van een bijdrage van de werkgever of van de werknemer;

Er is een bijzonder stelsel voorzien wanneer de premie niet individualiseerbaar is omwille van een collectieve kapitalisatie van de premies voor meerdere werknemers; er wordt daar gewerkt met een theoretische premie die gelijk is aan de verhoging van de verworven reserves rekening houdend met een intrestvoet van 6%.

Vanaf het bijdragejaar 2014 zal de werkgever eveneens rekening moeten houden met de bedragen die toegekend worden voor de opbouw van een sectoraal pensioen;

De aanvullende pensioenen waarvan de uitvoering niet toevertrouwd is aan een pensioeninstelling worden niet beoogd in het overgangsstelsel;

Ook de producten waarop de werknemer privé heeft ingetekend in het kader van de 3e pensioenpijler, worden niet in aanmerking genomen (bijvoorbeeld de pensioenspaarproducten).


1.3 Berekeningsbasis van de bijdrage
Indien de drempel van € 30.000 overschreden wordt, is de bijzondere bijdrage van 1,5% door de werkgever enkel verschuldigd op het deel van de bedragen dat de drempel overschrijdt.

Er zijn bijzondere berekeningsmodaliteiten voorzien indien de bijdrage van de werkgever lager is dan het bedrag dat de drempel overschrijdt. In dat geval is de bijzondere bijdrage verschuldigd op de totaliteit van de werkgeversbijdrage.

1.4 Procedure
Er werd een bepaalde administratieve procedure voor het nagaan van de verplichting tot betaling van de Wijninckxbijdrage opgenomen in de Programmawet van 27 december 2012. Deze procedure geldt pas vanaf het bijdragejaar 2013 en ziet er als volgt uit :

• Voor 28 februari van elk bijdragejaar (en voor de 1e maal op 28 februari 2013) delen de werkgevers aan de pensioeninstellingen de lijst van werknemers mee waarvoor tijdens het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar een pensioentoezegging werd toegekend;
• Voor 30 juni van elk jaar (en voor de 1e maal op 30 juni 2013) bezorgen de pensioeninstellingen aan SIGeDIS de gegevens op basis waarvan de inningsbasis voor de bijzondere bijdrage kan worden bepaald;
• Voor 30 september van elk bijdragejaar (en voor de 1e maal op 30 september 2013) deelt SIGeDIS de vereiste gegevens aan de werkgevers mee zodat ze de bijzondere bijdrage kunnen berekenen en betalen.

Voor de bijdrage verschuldigd in het 4e kwartaal 2012 werd er geen procedure uitgeschreven in de wet : u dient dus zelf de nodige gegevens voor de berekening op te vragen bij de groepsverzekeraar en – omdat ze moeten meeverwerkt worden in de DMFA-aangifte - aan ons mee te delen. Wij verzoeken u daarom om voor 20 januari 2013 de bedragen van de werkgevers- en werknemersbijdragen uitgesplitst per werknemer en in 2011 gestort voor uw werknemers bij uw pensioeninstelling(en) op te vragen.

2. De Wijninckxbijdrage voor zelfstandigen

2.1 Principe
Vanaf 2012 moet elke vennootschap die voor een zelfstandige een aanvullende pensioentoezegging heeft onderschreven, jaarlijks een bijzondere bijdrage aan het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (=RSVZ) betalen. Naar analogie met het stelsel dat voor de werknemers geldt, bedraagt deze bijdrage 1,5 % op het gedeelte van de premies (gestort in het kader van een aanvullende pensioentoezegging) dat de drempel van € 30.000 overschrijdt. Deze drempel geldt per zelfstandige en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Om na te gaan of de drempel van € 30.000 overschreden werd, moeten volgende premies (exclusief premietaks) opgeteld worden :
• de premies Leven en/of Overlijden gestort op een Individuele PensioensToezeggingsverzekering (IPT) of een groepsverzekering voor zelfstandigen
• de premies van een bijkomende waarborg Ongevallen, afgesloten in het kader van voornoemde contracten

Om het bedrag van de verschuldigde Wijninckxbijdrage te kennen, dient u zo snel als mogelijk contact op te nemen met uw verzekeringsinstelling. De Wijninckxbijdrage is immers verschuldigd door de vennootschap, niet door de zelfstandige.

2.2 Betaling
De reglementering voorziet dat de jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen moet voor 31 december van elk jaar betaald moet worden (betaling = dag waarop het bedrag op de rekening van het RSVZ is gestort).

De betaling moet niet via ons sociaal secretariaat lopen en kan rechtstreeks door de onderneming uitgevoerd worden met gebruik van volgende gegevens :
BE06 6790 0247 5722
Rijksinstituut Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ)
Jan Jacobsplein 6
1000 BRUSSEL

De RSVZ wijst er op zijn website op dat het absoluut noodzakelijk om bij de betaling de gestructureerde mededeling te gebruiken en heeft op zijn website een applicatie gezet om aan de hand van het ondernemingsnummer van de vennootschap de gestructureerde mededeling te bepalen.
(http://www.rsvz.be/nl/companies/p2p.htm)

Bij laattijdige betaling wordt er per maand vertraging een verhoging van 1 % aangerekend op het deel van de bijdrage dat niet betaald werd.
Voor 2012 worden deze verhogingen toegepast vanaf 1 maart 2013 tot en met de maand waarin de schuld werd betaald of een gerechtelijke procedure werd ingeleid.

In bepaalde gevallen kan de RSVZ afzien van de toepassing van verhogingen.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Dat onze Regering vrij inventief is in de bedenking van allerlei belastende maatregelen, is al langer geweten.

Eén van de maatregelen die in het begin van dit jaar in het oog springt, is de zogenaamde “Wijninckx-bijdrage" : voortaan moeten de ondernemingen een bijdrage van 1,5% betalen op de bedragen die gestort worden voor de opbouw van aanvullende pensioenen van loontrekkende werknemers en zelfstandigen, die het drempelbedrag van € 30.000 overschrijden.

De wettelijke basis hiervan is terug te vinden in de Programmawet van 22 juni 2012 die op de voorlaatste dag van het vorig schooljaar in het Staatsblad verscheen (B.S. 28/06/2012). De reglementering errond moest nog verder uitgewerkt worden. Wat uiteindelijk gebeurde met de publicatie van de Programmawet van 27 december 2012; deze programmawet werd op de laatste dag van 2012 in het Staatsblad opgenomen (B.S. 31 december 2012 – 2de editie)

Deze bijdrage is voor het eerst voor het jaar 2012 verschuldigd en wordt berekend op de bedragen gestort voor de opbouw van een aanvullend pensioen in 2011. Betaling voor de werknemers aan de RSZ is voorzien tegen 31 januari 2013; voor de zelfstandigen zou de Wijninckxbijdrage normaal betaald moeten geweest zijn op 31 december 2012 : omdat de reglementering pas laat bekend was, worden er geen bijdrageverhogingen toegepast indien de betaling aan de RSVZ gebeurt vóór 1 maart 2013.

De invoering van deze nieuwe bijdrage gebeurt in twee fases: een overgangsfase, die tot 31 december 2015 loopt, gevolgd door een definitief stelsel (waarover later bericht zal worden).

1. De Wijninckxbijdrage voor de werknemers

1.1 Principe
In de overgangsfase van 1 januari 2012 tot 31 december 2015 is de werkgever verplicht om een aanvullende sociale bijdrage van 1,5% te betalen op het deel van de bijdragen en/of premies dat een jaarlijkse drempel van € 30.000 overschrijdt. Deze drempel geldt per werknemer en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Deze bijdrage komt bovenop de 8,86% RSZ-werkgeversbijdrage die verschuldigd is op de werkgeversbijdragen (zonder drempel) die betaald worden voor de opbouw van een aanvullend pensioen van een werknemer.

De werkgever is verplicht om deze aanvullende bijdrage in het 4de kwartaal van elk jaar te storten samen met de bijbehorende sociale zekerheidsbijdragen (bijdragejaar N). Voor het eerst dient dit gebeuren in het 4e kwartaal 2012 wanneer de bedragen die toegekend worden voor de opbouw van een aanvullend pensioen ten gunste van de werknemer hoger zijn dan € 30.000 in het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar (jaar N-1). Voor de bijdrage verschuldigd in het 4de kwartaal 2012 zal nagegaan worden of de drempel van € 30.000 in 2011 overschreden werd.

Indien u voor bepaalde werknemers verplicht bent om de Wijninckxbijdrage te betalen, dient u contact op te nemen met uw verzekeringsinstelling die u de berekeningsbasis en het bedrag van de verschuldigde bijdrage kunnen meedelen. Deze gegevens dient u aan ons sociaal secretariaat mee te delen en zullen wij mee opnemen in de DMFA-aangifte van het 4de kwartaal 2012.

1.2 Bepalen van de drempel van € 30.000
Om na te gaan of de drempel van € 30.000 is overschreden, moeten de bedragen die worden toegekend voor de opbouw van een aanvullend rust en/of overlevingspensioen, de verandering van de verworven reserves en de premies bij overlijden in aanmerking worden genomen, ongeacht of deze het resultaat zijn van een bijdrage van de werkgever of van de werknemer;

Er is een bijzonder stelsel voorzien wanneer de premie niet individualiseerbaar is omwille van een collectieve kapitalisatie van de premies voor meerdere werknemers; er wordt daar gewerkt met een theoretische premie die gelijk is aan de verhoging van de verworven reserves rekening houdend met een intrestvoet van 6%.

Vanaf het bijdragejaar 2014 zal de werkgever eveneens rekening moeten houden met de bedragen die toegekend worden voor de opbouw van een sectoraal pensioen;

De aanvullende pensioenen waarvan de uitvoering niet toevertrouwd is aan een pensioeninstelling worden niet beoogd in het overgangsstelsel;

Ook de producten waarop de werknemer privé heeft ingetekend in het kader van de 3e pensioenpijler, worden niet in aanmerking genomen (bijvoorbeeld de pensioenspaarproducten).


1.3 Berekeningsbasis van de bijdrage
Indien de drempel van € 30.000 overschreden wordt, is de bijzondere bijdrage van 1,5% door de werkgever enkel verschuldigd op het deel van de bedragen dat de drempel overschrijdt.

Er zijn bijzondere berekeningsmodaliteiten voorzien indien de bijdrage van de werkgever lager is dan het bedrag dat de drempel overschrijdt. In dat geval is de bijzondere bijdrage verschuldigd op de totaliteit van de werkgeversbijdrage.

1.4 Procedure
Er werd een bepaalde administratieve procedure voor het nagaan van de verplichting tot betaling van de Wijninckxbijdrage opgenomen in de Programmawet van 27 december 2012. Deze procedure geldt pas vanaf het bijdragejaar 2013 en ziet er als volgt uit :

• Voor 28 februari van elk bijdragejaar (en voor de 1e maal op 28 februari 2013) delen de werkgevers aan de pensioeninstellingen de lijst van werknemers mee waarvoor tijdens het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar een pensioentoezegging werd toegekend;
• Voor 30 juni van elk jaar (en voor de 1e maal op 30 juni 2013) bezorgen de pensioeninstellingen aan SIGeDIS de gegevens op basis waarvan de inningsbasis voor de bijzondere bijdrage kan worden bepaald;
• Voor 30 september van elk bijdragejaar (en voor de 1e maal op 30 september 2013) deelt SIGeDIS de vereiste gegevens aan de werkgevers mee zodat ze de bijzondere bijdrage kunnen berekenen en betalen.

Voor de bijdrage verschuldigd in het 4e kwartaal 2012 werd er geen procedure uitgeschreven in de wet : u dient dus zelf de nodige gegevens voor de berekening op te vragen bij de groepsverzekeraar en – omdat ze moeten meeverwerkt worden in de DMFA-aangifte - aan ons mee te delen. Wij verzoeken u daarom om voor 20 januari 2013 de bedragen van de werkgevers- en werknemersbijdragen uitgesplitst per werknemer en in 2011 gestort voor uw werknemers bij uw pensioeninstelling(en) op te vragen.

2. De Wijninckxbijdrage voor zelfstandigen

2.1 Principe
Vanaf 2012 moet elke vennootschap die voor een zelfstandige een aanvullende pensioentoezegging heeft onderschreven, jaarlijks een bijzondere bijdrage aan het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (=RSVZ) betalen. Naar analogie met het stelsel dat voor de werknemers geldt, bedraagt deze bijdrage 1,5 % op het gedeelte van de premies (gestort in het kader van een aanvullende pensioentoezegging) dat de drempel van € 30.000 overschrijdt. Deze drempel geldt per zelfstandige en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Om na te gaan of de drempel van € 30.000 overschreden werd, moeten volgende premies (exclusief premietaks) opgeteld worden :
• de premies Leven en/of Overlijden gestort op een Individuele PensioensToezeggingsverzekering (IPT) of een groepsverzekering voor zelfstandigen
• de premies van een bijkomende waarborg Ongevallen, afgesloten in het kader van voornoemde contracten

Om het bedrag van de verschuldigde Wijninckxbijdrage te kennen, dient u zo snel als mogelijk contact op te nemen met uw verzekeringsinstelling. De Wijninckxbijdrage is immers verschuldigd door de vennootschap, niet door de zelfstandige.

2.2 Betaling
De reglementering voorziet dat de jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen moet voor 31 december van elk jaar betaald moet worden (betaling = dag waarop het bedrag op de rekening van het RSVZ is gestort).

De betaling moet niet via ons sociaal secretariaat lopen en kan rechtstreeks door de onderneming uitgevoerd worden met gebruik van volgende gegevens :
BE06 6790 0247 5722
Rijksinstituut Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ)
Jan Jacobsplein 6
1000 BRUSSEL

De RSVZ wijst er op zijn website op dat het absoluut noodzakelijk om bij de betaling de gestructureerde mededeling te gebruiken en heeft op zijn website een applicatie gezet om aan de hand van het ondernemingsnummer van de vennootschap de gestructureerde mededeling te bepalen.
(http://www.rsvz.be/nl/companies/p2p.htm)

Bij laattijdige betaling wordt er per maand vertraging een verhoging van 1 % aangerekend op het deel van de bijdrage dat niet betaald werd.
Voor 2012 worden deze verhogingen toegepast vanaf 1 maart 2013 tot en met de maand waarin de schuld werd betaald of een gerechtelijke procedure werd ingeleid.

In bepaalde gevallen kan de RSVZ afzien van de toepassing van verhogingen.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...