Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De reglementering van de arbeidsduur en overuren is de laatste jaren geregeld gewijzigd teneinde de mogelijkheden tot flexibilisering van de arbeidstijd uit te breiden.

Arbeidstijdorganisatie is immers niet altijd even gemakkelijk. Toch bieden verschillende arbeidsregelingen de mogelijkheid de arbeidstijd zo te organiseren om beter aan de productiebehoeften te voldoen en de prestaties aan te passen aan de noden. Deze schommelingen hebben tot gevolg dat de arbeidstijd van 8 uur per dag en 40 uur per week kan worden overschreden.

Naargelang de omstandigheden of de gebruikte arbeidsregeling zullen de overschrijdingen worden toegerekend aan de interne grens of aan de bijkomende uren in de bouw (KB 213). In de regel geven deze overschrijdingen aanleiding tot een loontoeslag en/of inhaalrust. Tot slot wordt het aantal uren overschrijding beperkt door het feit dat de arbeidsduur op geen enkel moment in de referteperiode met meer dan het toegestaan aantal uren mag worden overschreden.

Het aantal uren overschrijding toegestaan in het kader van de algemene reglementering, werd verhoogd bij wet van 17 augustus 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht (BS van 29/08/2013). Deze wet werkt het akkoord tussen de interprofessionele sociale partners uit. Zij moest nog worden aangevuld met een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, om volledig toegepast te kunnen worden. Die CAO werd gesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf op 12 juni 2014.

Wat zijn de concrete gevolgen van deze wijzigingen voor de bouwbedrijven (PC 124)? Wat zijn de interacties van deze wijzigingen met de sectorale regeling van de bijkomende uren in de bouw (KB 213)?

Meer uitleg hierover vindt u in onderstaand artikel.

1 Verhoging van de interne grens

1.1 Principe

De interne grens is het maximaal aantal uren dat gepresteerd mag worden op eender welk moment tijdens de referteperiode waarin de gemiddelde arbeidsduur nageleefd moet worden.

Het is mogelijk de arbeidstijd te laten variëren en de normale arbeidsduur te overschrijden ten belope van een welbepaald aantal uren over de referteperiode. De uren die gepresteerd worden bovenop de normale arbeidsduur, tellen mee voor de interne grens. Het is toegestaan de uren overschrijding van deze interne grens samen te voegen totdat men een bepaald aantal uren bereikt, bepaald bij wet. Op geen enkel ogenblik in de loop van de referteperiode mag dit aantal overschreden worden.

Wanneer het plafond bereikt is, moet men ofwel terugkeren naar de normale uurregelingen, ofwel inhaalrust toekennen door te putten uit de interne grens om het totaal van samengevoegde uren weer te laten dalen en opnieuw ruimte te vinden voor nieuwe overschrijdingen. De inhoud van de interne grens mag dus schommelen, de hele referteperiode lang, tussen 0 en het toegelaten plafond. Op het einde van de referteperiode moeten alle overschrijdingen zijn gerecupereerd en moet de interne grens weer leeg zijn, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.

1.2 Referteperiode van een jaar

De referteperiode heeft een duur van één jaar voor de bouwbedrijven. Deze periode stemt niet overeen met het kalenderjaar aangezien zij loopt van 1 april tot 31 maart van het volgende jaar. Voor ondernemingen met als activiteit verwarming, klimaatregeling, luchtverversing en sanitaire installaties loopt deze periode van 1 juli tot 30 juni van het jaar nadien.

Wanneer de referteperiode een duur van één jaar heeft zoals in de bouwsector (PC 124), bedraagt de interne grens sedert kort 91 uur (tegenover 65 uur voordien). Deze 91 uur kunnen echter niet dadelijk worden bereikt tijdens het 1ste kwartaal van de referteperiode. De overschrijdingen zijn immers beperkt tot 78 uur over het 1ste kwartaal van de referteperiode. Ze worden dan verhoogd tot 91 uur vanaf het 2de kwartaal. Dit plafond van 91 uur geldt dan voor de rest van het jaar.

Dit plafond geldt voor alle bedrijven zonder dat zij verplicht zijn bijzondere formaliteiten te verrichten (directe werking).

Als dit plafond van 91 uur onvoldoende is om aan de flexibiliteitsbehoeften van het bedrijf te voldoen, dan is het mogelijk dit, met enkele formaliteiten, tot 143 uur te verhogen (zie verder).

1.3 Keuzevrijheid van de werknemer om 91 overuren per jaar niet in te halen

Een werknemer die overuren presteert wegens een buitengewone toename van het werk of wegens een onvoorziene noodzaak, kan voor 91 van die overuren per kalenderjaar kiezen om:

Wanneer de werknemer afziet van inhaalrust, telt het gepresteerde overuur niet mee voor de naleving van de gemiddelde arbeidsduur van 40 u/week en evenmin voor de toepassing van de interne grens.

De werknemer moet zijn keuze (voor uitbetaling zonder inhaalrust) melden vóór het einde van de betaalperiode waarin de overuren zijn gepresteerd. Anders moet de werkgever ervan uitgaan dat de werknemer gekozen heeft voor inhaalrust i.p.v. voor uitbetaling.

De verplichting om bij een buitengewone toename van het werk de vakbondsafvaardiging en de Inspectie van de Sociale Wetten om toestemming te vragen, blijft bestaan. Bij werk dat door een onvoorziene noodzaak ontstaat, mogen overuren slechts worden gepresteerd nadat melding is gebeurd bij de Inspectie van de Sociale Wetten en nadat instemming is verkregen van de vakbondsafvaardiging (behalve wanneer het verzoek om instemming onmogelijk is, in dit geval moet het overwerk achteraf gemeld worden).

1.4 Het plafond op 143 uur op jaarbasis brengen

Om de interne grens op het maximum van 143 uur op jaarbasis te brengen, is de werkgever verplicht de procedure van de toetredings-cao’s en -akten in acht te nemen bepaald bij de sectorale cao van 12 juni 2014 – modernisering van het arbeidsrecht. De modellen van toetredings-cao’s en -akten kunnen op eenvoudig verzoek op het secretariaat van de Confederatie Bouw Antwerpen bekomen worden.

Dankzij deze procedure kan enerzijds de interne grens op maximaal 143 uur per jaar worden gebracht en anderzijds kan het aantal uren waarvoor de arbeider kan kiezen om niet te recupereren op maximaal 143 uur per jaar gebracht worden. Deze keuzevrijheid geldt voor de overschrijdingen die gebeuren in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk of een onvoorziene noodzakelijkheid. Zijn niet begrepen in dit maximum van 91 uur (143 uur in geval van toetreding) per jaar waarvoor de arbeider kan kiezen om af te zien van inhaalrust, de uren gebaseerd op het KB 213 (zie verder). 

De modellen van toetredings-cao’s en -akten bepalen automatisch de 2 opties om te voorkomen dat bedrijven moeilijkheden krijgen. Voorts wordt de toetredingsduur op het niveau van de onderneming bepaald (onbepaalde duur, bepaalde duur van 2 jaar met of zonder stilzwijgende verlenging). Wij van onze kant bevelen aan voor onbepaalde tijd toe te treden.

1.4.1 Toetredingsmodaliteiten

Onderneming zonder vakbondsafvaardiging: toetredingsakte

In een onderneming zonder vakbondsafvaardiging vult de werkgever de toetredingsakte in en hij overhandigt elke arbeider een kopie daarvan. Hij houdt eveneens een opmerkingenregister ter beschikking. De arbeiders (of hun vertegenwoordigers) hebben 8 dagen om hun opmerkingen mee te delen. Na afloop van deze termijn van 8 dagen tekent en dagtekent de werkgever de toetredingsakte. Hij stuurt de toetredingsakte evenals het register met eventuele opmerkingen naar de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf (in twee originele exemplaren + kopie).

Onderneming met vakbondsafvaardiging: toetredings-cao

In een onderneming met vakbondsafvaardiging overhandigt de werkgever aan de vakbondsafvaardiging een kopie van de behoorlijk ingevulde toetredings-cao. Deze cao wordt getekend door de werkgever en een vertegenwoordiger van elk van de vakorganisaties die zitting hebben in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf en die vertegenwoordigd zijn in de vakbondsafvaardiging van de onderneming.

Dezelfde procedure moet worden gevolgd wanneer de onderneming minstens 50 werknemers heeft zonder een vakbondsafvaardiging. In dit geval wordt de cao getekend door de werkgever en een vertegenwoordiger van minstens twee vakorganisaties die zitting hebben in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf en die het meest representatief zijn voor het arbeiderspersoneel van de onderneming.

De werkgever stuurt naar de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf de toetredings-cao (in twee originele exemplaren + kopie die door de werkgever voor eensluidend met het origineel is verklaard).

1.4.2 Goedkeuringsprocedure

Het Beperkt Comité van het Paritair Comité spreekt zich uit bij gemotiveerde beslissing. De beslissing wordt genomen bij eenparigheid van de aanwezige leden, binnen een termijn van 6 weken (of 8 weken indien de termijn wordt verlengd op gemotiveerd verzoek van een lid van het Beperkt Comité) vanaf de datum waarop de Voorzitter van het PC het volledige dossier heeft ontvangen.

De bevoegdheid van het Beperkt Comité is strikt beperkt tot het nazicht van de conformiteit van de toetredingsovereenkomsten en -akten met de bepalingen van de cao van 12 juni 2014 – modernisering van het arbeidsrecht.

Binnen 8 dagen brengt de Voorzitter van het Paritair Comité de werkgever op de hoogte van de beslissing van het Beperkt Comité. Als de beslissing positief is, wordt het plafond op jaarbasis op 143 uur gebracht. Indien de beslissing negatief is, moet zij worden gemotiveerd. Indien ten slotte binnen de bedoelde termijn geen beslissing wordt genomen, wordt de toetredings-cao of -akte als goedgekeurd beschouwd en wordt het plafond op jaarbasis op 143 uur gebracht. Bouwbedrijven (PC 124) kunnen gebruikmaken van een specifieke bepaling waarmee zij de normale arbeidsduur mogen overschrijden ten belope van 180 uur over het kalenderjaar. In het kader van deze sectorale regeling is het mogelijk de arbeidstijd te laten variëren door de inhoud van een 2de interne grens te gebruiken. Deze 2de interne grens telt 180 uur op 1 januari (begin van de referteperiode) en raakt steeds meer op naarmate hij wordt gebruikt. Wanneer deze 2de interne grens leeg is, kan hij niet opnieuw worden gevuld tijdens de periode, en evenmin mag hij in dat geval nog worden gebruikt. Deze 2de interne grens mag in geen geval in het rood staan.

De verhoging van de interne grens komt ten goede aan de bedrijven. Zij beschikken over een marge van 91 uur overschrijding (directe werking zonder formaliteiten). Als deze grens onvoldoende zou blijken, kan zij op 143 uur worden gebracht mits toetreding. Voorts wijzen wij erop dat de organisaties die deze cao hebben ondertekend zich uitdrukkelijk hebben verbonden:
-
zich principieel niet te verzetten tegen de verhoging van de interne grens of van het quotum overuren tot maximaal 143 uur per jaar;
en
-
niet te onderhandelen over bijkomende voordelen bij de verhoging van de interne grens of van het quotum overuren tot maximum 143 uur per jaar.

1.5 Voorbeeld

Bij de aannemer van bouwwerken NV Peeters waar Jan tewerkgesteld is, is de referteperiode vastgelegd zoals in de sector voorzien van 1 april tot en met 31 maart.
Na 6 weken heeft Jan 40 overuren staan.
Jan vraagt aan zijn werkgever om 2 dagen inhaalrust van elk 8 uur op te nemen. Zijn interne grens van overuren komt bijgevolg op 24 uur. De NV Peeters krijgt extra bestellingen waardoor de interne grens van Jan na week 14 op 143 uur staat.

Vanaf week 15 zal de NV Peeters, Jan eerst inhaalrust moeten toekennen alvorens Jan terug overuren mag presteren. De bestellingen blijven echter komen en er is geen tijd voorzien om inhaalrust te nemen.

In week 25 kan Jan 4 dagen inhaalrust van elk 8 uren opnemen.

De teller van de interne grens staat nu op 111. Jan kan vanaf nu terug overuren presteren.

De NV Peeters moet er over waken dat de gemiddelde arbeidsduur van 40 uur per week nageleefd wordt en dat de interne grens van Jan tegen 31 maart terug op nul staat.

Schematisch

Week Totaal aantal overuren Inhaalrust Interne grens

Week 6

Week 7

Week 14

Week 25

40

40

143

143

2 x 8 u (16)

4 x 8 u (32)

40

24

143

111

 

 

 

 

 

 

2 Gevolgen voor het stelsel van de 'sectorale bijkomende uren' (KB 213)

Bouwbedrijven (PC 124) kunnen gebruikmaken van een specifieke bepaling waarmee zij de normale arbeidsduur mogen overschrijden ten belope van 180 uur over het kalenderjaar. In het kader van deze sectorale regeling is het mogelijk de arbeidstijd te laten variëren door de inhoud van een 2de interne grens te gebruiken. Deze 2de interne grens telt 180 uur op 1 januari (begin van de referteperiode) en raakt steeds meer op naarmate hij wordt gebruikt. Wanneer deze 2de interne grens leeg is, kan hij niet opnieuw worden gevuld tijdens de periode, en evenmin mag hij in dat geval nog worden gebruikt. Deze 2de interne grens mag in geen geval in het rood staan.

3 Keuze om te recupereren of niet

In de regel geven overschrijdingen van de arbeidsduur aanleiding tot inhaalrust. Toch mag de werknemer er in bepaalde gevallen voor kiezen om niet te recupereren. In bouwbedrijven (PC 124) maken 2 regelingen het mogelijk de normale arbeidsduur te overschrijden en te kiezen om de boven deze duur gepresteerde uren niet in te halen:

  • het stelsel van de overuren bij buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzakelijkheid en
  • het stelsel van de sectorale bijkomende uren (KB 213).

De werknemer kan uren presteren in het kader van deze 2 stelsels (die dus gelijktijdig mogen worden toegepast). Zijn keuzevrijheid is evenwel beperkt tot maximaal 180 uur per jaar. De uren boven de 180 uur waarvoor hij een keuze heeft gemaakt, moet hij recupereren.

Kiest de werknemer niet voor inhaalrust, dan moet hij zijn keuze te kennen geven vóór het einde van de betaalperiode waarin de overschrijdingen hebben plaatsgevonden. Maakt de werknemer geen keuze, dan geven de uren overschrijding aanleiding tot inhaalrust.

Wanneer de arbeider kiest om de voormelde overuren niet te recupereren, worden het normale loon en het overloon betaald op het ogenblik dat de overuren worden gepresteerd. Deze overuren tellen niet meer mee voor de berekening van de arbeidsduur.

Wanneer de werknemer ervoor kiest om niet te recupereren, mag hij maximaal 1.752 uur (219 werkdagen x 8) + 180 uur tellen over het jaar.

4 Fiscaal voordeel

De werkgever en de werknemer genieten een fiscaal voordeel voor de eerste 130 overuren per kalenderjaar, waarvoor een overloontoeslag wordt betaald. Dit voordeel is sedert 1 april 2014 opgetrokken naar 180 uur per kalenderjaar op voorwaarde dat gebruik gemaakt wordt op de werven waar de 50 bijkomende overuren worden gepresteerd van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem (zie artikel elders in dit nummer).

5 Conclusie

Na de wijzigingen die bij wet van 17 augustus 2013 - modernisering van het arbeidsrecht en bij cao van 12 juni 2014 werden doorgevoerd, kunnen zich drie situaties voordoen:

  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur enkel in het kader van overuren onvoorziene noodzakelijkheid of buitengewone vermeerdering van het werk ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 91 uur per jaar (of 143 uur bij toetreding) niet te recupereren;
  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur enkel in het kader van bijkomende uren in de bouw (KB 213) ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 180 uur per jaar niet te recupereren;
  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur zowel in het kader van overuren onvoorziene noodzakelijkheid of buitengewone vermeerdering van het werk als in het kader van bijkomende uren in de bouw (KB 213) ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 180 uur per jaar niet te recupereren.
Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De reglementering van de arbeidsduur en overuren is de laatste jaren geregeld gewijzigd teneinde de mogelijkheden tot flexibilisering van de arbeidstijd uit te breiden.

Arbeidstijdorganisatie is immers niet altijd even gemakkelijk. Toch bieden verschillende arbeidsregelingen de mogelijkheid de arbeidstijd zo te organiseren om beter aan de productiebehoeften te voldoen en de prestaties aan te passen aan de noden. Deze schommelingen hebben tot gevolg dat de arbeidstijd van 8 uur per dag en 40 uur per week kan worden overschreden.

Naargelang de omstandigheden of de gebruikte arbeidsregeling zullen de overschrijdingen worden toegerekend aan de interne grens of aan de bijkomende uren in de bouw (KB 213). In de regel geven deze overschrijdingen aanleiding tot een loontoeslag en/of inhaalrust. Tot slot wordt het aantal uren overschrijding beperkt door het feit dat de arbeidsduur op geen enkel moment in de referteperiode met meer dan het toegestaan aantal uren mag worden overschreden.

Het aantal uren overschrijding toegestaan in het kader van de algemene reglementering, werd verhoogd bij wet van 17 augustus 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht (BS van 29/08/2013). Deze wet werkt het akkoord tussen de interprofessionele sociale partners uit. Zij moest nog worden aangevuld met een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, om volledig toegepast te kunnen worden. Die CAO werd gesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf op 12 juni 2014.

Wat zijn de concrete gevolgen van deze wijzigingen voor de bouwbedrijven (PC 124)? Wat zijn de interacties van deze wijzigingen met de sectorale regeling van de bijkomende uren in de bouw (KB 213)?

Meer uitleg hierover vindt u in onderstaand artikel.

1 Verhoging van de interne grens

1.1 Principe

De interne grens is het maximaal aantal uren dat gepresteerd mag worden op eender welk moment tijdens de referteperiode waarin de gemiddelde arbeidsduur nageleefd moet worden.

Het is mogelijk de arbeidstijd te laten variëren en de normale arbeidsduur te overschrijden ten belope van een welbepaald aantal uren over de referteperiode. De uren die gepresteerd worden bovenop de normale arbeidsduur, tellen mee voor de interne grens. Het is toegestaan de uren overschrijding van deze interne grens samen te voegen totdat men een bepaald aantal uren bereikt, bepaald bij wet. Op geen enkel ogenblik in de loop van de referteperiode mag dit aantal overschreden worden.

Wanneer het plafond bereikt is, moet men ofwel terugkeren naar de normale uurregelingen, ofwel inhaalrust toekennen door te putten uit de interne grens om het totaal van samengevoegde uren weer te laten dalen en opnieuw ruimte te vinden voor nieuwe overschrijdingen. De inhoud van de interne grens mag dus schommelen, de hele referteperiode lang, tussen 0 en het toegelaten plafond. Op het einde van de referteperiode moeten alle overschrijdingen zijn gerecupereerd en moet de interne grens weer leeg zijn, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.

1.2 Referteperiode van een jaar

De referteperiode heeft een duur van één jaar voor de bouwbedrijven. Deze periode stemt niet overeen met het kalenderjaar aangezien zij loopt van 1 april tot 31 maart van het volgende jaar. Voor ondernemingen met als activiteit verwarming, klimaatregeling, luchtverversing en sanitaire installaties loopt deze periode van 1 juli tot 30 juni van het jaar nadien.

Wanneer de referteperiode een duur van één jaar heeft zoals in de bouwsector (PC 124), bedraagt de interne grens sedert kort 91 uur (tegenover 65 uur voordien). Deze 91 uur kunnen echter niet dadelijk worden bereikt tijdens het 1ste kwartaal van de referteperiode. De overschrijdingen zijn immers beperkt tot 78 uur over het 1ste kwartaal van de referteperiode. Ze worden dan verhoogd tot 91 uur vanaf het 2de kwartaal. Dit plafond van 91 uur geldt dan voor de rest van het jaar.

Dit plafond geldt voor alle bedrijven zonder dat zij verplicht zijn bijzondere formaliteiten te verrichten (directe werking).

Als dit plafond van 91 uur onvoldoende is om aan de flexibiliteitsbehoeften van het bedrijf te voldoen, dan is het mogelijk dit, met enkele formaliteiten, tot 143 uur te verhogen (zie verder).

1.3 Keuzevrijheid van de werknemer om 91 overuren per jaar niet in te halen

Een werknemer die overuren presteert wegens een buitengewone toename van het werk of wegens een onvoorziene noodzaak, kan voor 91 van die overuren per kalenderjaar kiezen om:

Wanneer de werknemer afziet van inhaalrust, telt het gepresteerde overuur niet mee voor de naleving van de gemiddelde arbeidsduur van 40 u/week en evenmin voor de toepassing van de interne grens.

De werknemer moet zijn keuze (voor uitbetaling zonder inhaalrust) melden vóór het einde van de betaalperiode waarin de overuren zijn gepresteerd. Anders moet de werkgever ervan uitgaan dat de werknemer gekozen heeft voor inhaalrust i.p.v. voor uitbetaling.

De verplichting om bij een buitengewone toename van het werk de vakbondsafvaardiging en de Inspectie van de Sociale Wetten om toestemming te vragen, blijft bestaan. Bij werk dat door een onvoorziene noodzaak ontstaat, mogen overuren slechts worden gepresteerd nadat melding is gebeurd bij de Inspectie van de Sociale Wetten en nadat instemming is verkregen van de vakbondsafvaardiging (behalve wanneer het verzoek om instemming onmogelijk is, in dit geval moet het overwerk achteraf gemeld worden).

1.4 Het plafond op 143 uur op jaarbasis brengen

Om de interne grens op het maximum van 143 uur op jaarbasis te brengen, is de werkgever verplicht de procedure van de toetredings-cao’s en -akten in acht te nemen bepaald bij de sectorale cao van 12 juni 2014 – modernisering van het arbeidsrecht. De modellen van toetredings-cao’s en -akten kunnen op eenvoudig verzoek op het secretariaat van de Confederatie Bouw Antwerpen bekomen worden.

Dankzij deze procedure kan enerzijds de interne grens op maximaal 143 uur per jaar worden gebracht en anderzijds kan het aantal uren waarvoor de arbeider kan kiezen om niet te recupereren op maximaal 143 uur per jaar gebracht worden. Deze keuzevrijheid geldt voor de overschrijdingen die gebeuren in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk of een onvoorziene noodzakelijkheid. Zijn niet begrepen in dit maximum van 91 uur (143 uur in geval van toetreding) per jaar waarvoor de arbeider kan kiezen om af te zien van inhaalrust, de uren gebaseerd op het KB 213 (zie verder). 

De modellen van toetredings-cao’s en -akten bepalen automatisch de 2 opties om te voorkomen dat bedrijven moeilijkheden krijgen. Voorts wordt de toetredingsduur op het niveau van de onderneming bepaald (onbepaalde duur, bepaalde duur van 2 jaar met of zonder stilzwijgende verlenging). Wij van onze kant bevelen aan voor onbepaalde tijd toe te treden.

1.4.1 Toetredingsmodaliteiten

Onderneming zonder vakbondsafvaardiging: toetredingsakte

In een onderneming zonder vakbondsafvaardiging vult de werkgever de toetredingsakte in en hij overhandigt elke arbeider een kopie daarvan. Hij houdt eveneens een opmerkingenregister ter beschikking. De arbeiders (of hun vertegenwoordigers) hebben 8 dagen om hun opmerkingen mee te delen. Na afloop van deze termijn van 8 dagen tekent en dagtekent de werkgever de toetredingsakte. Hij stuurt de toetredingsakte evenals het register met eventuele opmerkingen naar de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf (in twee originele exemplaren + kopie).

Onderneming met vakbondsafvaardiging: toetredings-cao

In een onderneming met vakbondsafvaardiging overhandigt de werkgever aan de vakbondsafvaardiging een kopie van de behoorlijk ingevulde toetredings-cao. Deze cao wordt getekend door de werkgever en een vertegenwoordiger van elk van de vakorganisaties die zitting hebben in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf en die vertegenwoordigd zijn in de vakbondsafvaardiging van de onderneming.

Dezelfde procedure moet worden gevolgd wanneer de onderneming minstens 50 werknemers heeft zonder een vakbondsafvaardiging. In dit geval wordt de cao getekend door de werkgever en een vertegenwoordiger van minstens twee vakorganisaties die zitting hebben in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf en die het meest representatief zijn voor het arbeiderspersoneel van de onderneming.

De werkgever stuurt naar de Voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf de toetredings-cao (in twee originele exemplaren + kopie die door de werkgever voor eensluidend met het origineel is verklaard).

1.4.2 Goedkeuringsprocedure

Het Beperkt Comité van het Paritair Comité spreekt zich uit bij gemotiveerde beslissing. De beslissing wordt genomen bij eenparigheid van de aanwezige leden, binnen een termijn van 6 weken (of 8 weken indien de termijn wordt verlengd op gemotiveerd verzoek van een lid van het Beperkt Comité) vanaf de datum waarop de Voorzitter van het PC het volledige dossier heeft ontvangen.

De bevoegdheid van het Beperkt Comité is strikt beperkt tot het nazicht van de conformiteit van de toetredingsovereenkomsten en -akten met de bepalingen van de cao van 12 juni 2014 – modernisering van het arbeidsrecht.

Binnen 8 dagen brengt de Voorzitter van het Paritair Comité de werkgever op de hoogte van de beslissing van het Beperkt Comité. Als de beslissing positief is, wordt het plafond op jaarbasis op 143 uur gebracht. Indien de beslissing negatief is, moet zij worden gemotiveerd. Indien ten slotte binnen de bedoelde termijn geen beslissing wordt genomen, wordt de toetredings-cao of -akte als goedgekeurd beschouwd en wordt het plafond op jaarbasis op 143 uur gebracht. Bouwbedrijven (PC 124) kunnen gebruikmaken van een specifieke bepaling waarmee zij de normale arbeidsduur mogen overschrijden ten belope van 180 uur over het kalenderjaar. In het kader van deze sectorale regeling is het mogelijk de arbeidstijd te laten variëren door de inhoud van een 2de interne grens te gebruiken. Deze 2de interne grens telt 180 uur op 1 januari (begin van de referteperiode) en raakt steeds meer op naarmate hij wordt gebruikt. Wanneer deze 2de interne grens leeg is, kan hij niet opnieuw worden gevuld tijdens de periode, en evenmin mag hij in dat geval nog worden gebruikt. Deze 2de interne grens mag in geen geval in het rood staan.

De verhoging van de interne grens komt ten goede aan de bedrijven. Zij beschikken over een marge van 91 uur overschrijding (directe werking zonder formaliteiten). Als deze grens onvoldoende zou blijken, kan zij op 143 uur worden gebracht mits toetreding. Voorts wijzen wij erop dat de organisaties die deze cao hebben ondertekend zich uitdrukkelijk hebben verbonden:
-
zich principieel niet te verzetten tegen de verhoging van de interne grens of van het quotum overuren tot maximaal 143 uur per jaar;
en
-
niet te onderhandelen over bijkomende voordelen bij de verhoging van de interne grens of van het quotum overuren tot maximum 143 uur per jaar.

1.5 Voorbeeld

Bij de aannemer van bouwwerken NV Peeters waar Jan tewerkgesteld is, is de referteperiode vastgelegd zoals in de sector voorzien van 1 april tot en met 31 maart.
Na 6 weken heeft Jan 40 overuren staan.
Jan vraagt aan zijn werkgever om 2 dagen inhaalrust van elk 8 uur op te nemen. Zijn interne grens van overuren komt bijgevolg op 24 uur. De NV Peeters krijgt extra bestellingen waardoor de interne grens van Jan na week 14 op 143 uur staat.

Vanaf week 15 zal de NV Peeters, Jan eerst inhaalrust moeten toekennen alvorens Jan terug overuren mag presteren. De bestellingen blijven echter komen en er is geen tijd voorzien om inhaalrust te nemen.

In week 25 kan Jan 4 dagen inhaalrust van elk 8 uren opnemen.

De teller van de interne grens staat nu op 111. Jan kan vanaf nu terug overuren presteren.

De NV Peeters moet er over waken dat de gemiddelde arbeidsduur van 40 uur per week nageleefd wordt en dat de interne grens van Jan tegen 31 maart terug op nul staat.

Schematisch

Week Totaal aantal overuren Inhaalrust Interne grens

Week 6

Week 7

Week 14

Week 25

40

40

143

143

2 x 8 u (16)

4 x 8 u (32)

40

24

143

111

 

 

 

 

 

 

2 Gevolgen voor het stelsel van de 'sectorale bijkomende uren' (KB 213)

Bouwbedrijven (PC 124) kunnen gebruikmaken van een specifieke bepaling waarmee zij de normale arbeidsduur mogen overschrijden ten belope van 180 uur over het kalenderjaar. In het kader van deze sectorale regeling is het mogelijk de arbeidstijd te laten variëren door de inhoud van een 2de interne grens te gebruiken. Deze 2de interne grens telt 180 uur op 1 januari (begin van de referteperiode) en raakt steeds meer op naarmate hij wordt gebruikt. Wanneer deze 2de interne grens leeg is, kan hij niet opnieuw worden gevuld tijdens de periode, en evenmin mag hij in dat geval nog worden gebruikt. Deze 2de interne grens mag in geen geval in het rood staan.

3 Keuze om te recupereren of niet

In de regel geven overschrijdingen van de arbeidsduur aanleiding tot inhaalrust. Toch mag de werknemer er in bepaalde gevallen voor kiezen om niet te recupereren. In bouwbedrijven (PC 124) maken 2 regelingen het mogelijk de normale arbeidsduur te overschrijden en te kiezen om de boven deze duur gepresteerde uren niet in te halen:

  • het stelsel van de overuren bij buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzakelijkheid en
  • het stelsel van de sectorale bijkomende uren (KB 213).

De werknemer kan uren presteren in het kader van deze 2 stelsels (die dus gelijktijdig mogen worden toegepast). Zijn keuzevrijheid is evenwel beperkt tot maximaal 180 uur per jaar. De uren boven de 180 uur waarvoor hij een keuze heeft gemaakt, moet hij recupereren.

Kiest de werknemer niet voor inhaalrust, dan moet hij zijn keuze te kennen geven vóór het einde van de betaalperiode waarin de overschrijdingen hebben plaatsgevonden. Maakt de werknemer geen keuze, dan geven de uren overschrijding aanleiding tot inhaalrust.

Wanneer de arbeider kiest om de voormelde overuren niet te recupereren, worden het normale loon en het overloon betaald op het ogenblik dat de overuren worden gepresteerd. Deze overuren tellen niet meer mee voor de berekening van de arbeidsduur.

Wanneer de werknemer ervoor kiest om niet te recupereren, mag hij maximaal 1.752 uur (219 werkdagen x 8) + 180 uur tellen over het jaar.

4 Fiscaal voordeel

De werkgever en de werknemer genieten een fiscaal voordeel voor de eerste 130 overuren per kalenderjaar, waarvoor een overloontoeslag wordt betaald. Dit voordeel is sedert 1 april 2014 opgetrokken naar 180 uur per kalenderjaar op voorwaarde dat gebruik gemaakt wordt op de werven waar de 50 bijkomende overuren worden gepresteerd van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem (zie artikel elders in dit nummer).

5 Conclusie

Na de wijzigingen die bij wet van 17 augustus 2013 - modernisering van het arbeidsrecht en bij cao van 12 juni 2014 werden doorgevoerd, kunnen zich drie situaties voordoen:

  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur enkel in het kader van overuren onvoorziene noodzakelijkheid of buitengewone vermeerdering van het werk ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 91 uur per jaar (of 143 uur bij toetreding) niet te recupereren;
  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur enkel in het kader van bijkomende uren in de bouw (KB 213) ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 180 uur per jaar niet te recupereren;
  • de onderneming overschrijdt de arbeidsduur zowel in het kader van overuren onvoorziene noodzakelijkheid of buitengewone vermeerdering van het werk als in het kader van bijkomende uren in de bouw (KB 213) ð de arbeider kan ervoor kiezen om een maximum van 180 uur per jaar niet te recupereren.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...