Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

1 VAKANTIEREGELING 2020

In overleg met de sociale partners beveelt de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen voor de Provincie Antwerpen volgende vakantieregeling voor 2020 aan:

  •  collectieve sluiting van maandag 13 juli 2020 tot en met vrijdag, 31 juli 2020 (=14WD/5-dagenweek);
  •  daar in 2020 de maximale vakantieduur 20 dagen bedraagt, hebben de werknemers dus nog recht op maximaal zes dagen.

 

2 INHAALRUSTDAGEN 2020

Naast de 20 dagen vakantie waarop de werknemers maximaal aanspraak kunnen maken, hebben zij in het kader van de arbeidsduurvermindering in 2020 ook nog recht op 12 inhaalrustdagen, waarvan de data in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf als volgt zijn vastgesteld en waarvan niet mag worden afgeweken (behalve in de regelgeving voorziene uitzonderingen):

  • donderdag 2 januari 2020;
  • vrijdag 3 januari 2020;
  • dinsdag 14 april 2020 (dinsdag na Pasen);
  • vrijdag 22 mei 2020 (vrijdag na O.L.H. Hemelvaart);
  • de eindejaarsperiode vanaf maandag, 21 december 2020 tot en met donderdag 31 december 2020 (= 8 inhaalrustdagen).

De werknemers die tewerkgesteld zijn bij werkgevers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de Elektriciens: installatie en distributie, hebben ook recht op 12 inhaalrustdagen tenzij in de onderneming een effectieve arbeidsduurvermindering (38 uur per week) of een combinatie van inhaalrust en effectieve arbeidsduurvermindering wordt doorgevoerd. De data van deze inhaalrustdagen mogen op het vlak van de onderneming worden bepaald.

 

3 FEESTDAGEN 2020

De kalender van de wettelijke feestdagen voor 2020 ziet er als volgt uit:  

▪ woensdag, 1 januari                              

 Nieuwjaar

 

▪ maandag, 13 april

 Paasmaandag

 

▪ vrijdag, 1 mei

 Feest van de Arbeid

 

▪ donderdag, 21 mei

 Hemelvaartsdag

 

▪ maandag, 1 juni

 Pinkstermaandag

 

▪ dinsdag, 21 juli

 Nationale Feestdag

 

▪ zaterdag, 15 augustus

 O.L.V.-Hemelvaartdag

 Moet vervangen worden door een werkdag: aanbevolen vervangingsdag: maandag, 17 augustus 2020 

▪ zondag, 1 november

 Allerheiligen

 Moet vervangen worden door een werkdag: aanbevolen vervangingsdag: maandag, 2 november 2020 

▪ woensdag, 11 november

 Wapenstilstand

 

▪ vrijdag, 25 december

 Kerstmis

 

 

 

4 BEKENDMAKING

Feestdagen

De data van de feestdagen moeten net zoals de 12 inhaalrustdagen* in het arbeidsreglement vermeld worden.

* Om gelijkgesteld te kunnen worden met een periode van werkhervatting tussen twee economische werkloosheidsperiodes (bouwsector) moeten de 12 inhaalrustdagen in een bijlage bij het arbeidsreglement vermeld worden.

De feestdagen van zaterdag 15 augustus 2020 en zondag 1 november 2020 moeten vervangen worden door een werkdag. U dient hiervoor vóór 15 december 2019 te overleggen met uw werknemers of vakbondsafvaardiging. Indien er geen akkoord wordt bereikt, wordt de feestdag van zaterdag 15 augustus 2020 vervangen door maandag 17 augustus 2020 en de feestdag van zondag 1 november 2020 vervangen door maandag 2 november 2020.

Vóór 15 december 2019 dient elke werkgever een ondertekend en gedagtekend bericht aan te plakken in de onderneming waarin de vervangingsdag van de feestdagen van zaterdag 15 augustus 2020 en zondag 1 november 2020 worden vermeld. Een kopie van dit bericht moet aan het arbeidsreglement worden gehecht.

 

Vakantie

De vaststelling van de data van de jaarlijkse vakantie 2020 dient op ondernemingsvlak te gebeuren. Met de syndicale afvaardiging of bij afwezigheid ervan de werknemers zelf, moet er een akkoord gemaakt worden. Zodra een akkoord is bereikt, dient een bericht met de opgave van de data van de jaarlijkse vakantie aan het arbeidsreglement gehecht te worden.

In het arbeidsreglement moet ook vermeld worden:

  • ofwel de duur van de jaarlijkse vakantie en de modaliteiten voor de toekenning van de vakantie;
  • ofwel de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen, met name het KB van 30 maart 1967 inzake de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie voor werknemers.

 

Deze vermelding mag in het arbeidsreglement ingevoerd worden zonder dat de procedure voor wijziging van het arbeidsreglement moet gevolgd worden. Elke werknemer moet wel een kopie van deze aanvulling ontvangen en in principe dient ook een afschrift te worden toegezonden aan het Toezicht op de Sociale Wetten. Deze aanvulling moet toegevoegd worden aan het arbeidsreglement dat ter beschikking ligt van de werknemers op een gemakkelijk toegankelijke plaats in de onderneming.

 

AANDACHT!

Van het bericht met de vermelding van de data van de jaarlijkse vakantie en van de vervangings­dag van de voormelde feestdagen dient er een afschrift te worden overgemaakt aan het Toezicht op de Sociale Wetten:

voor het arrondissement Antwerpen:

Theater Building

Italiëlei 124 bus 56

2000 ANTWERPEN

Tel.: 02/233.42.30

e-mail: tsw.antwerpen@werk.belgie.be

voor het arrondissement Mechelen:

Louizastraat 1

2800 MECHELEN

Tel.: 02/233.46.40

e-mail: tsw.mechelen@werk.belgie.be

Voor het arrondissement Turnhout:

Warandestraat 49

2300 Turnhout

Tel.: 02/235.55.00

e-mail: tsw.turnhout@werk.belgie.be

U moet uw vakantie-akkoord 2020 slechts aan het Toezicht op de Sociale Wetten meedelen, wanneer dit afwijkt van het voorstel van uw regionale Confederatie. Voor de ondernemingen die het voorstel van de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen volledig toepassen, heeft het secretariaat reeds het Toezicht op de Sociale Wetten verwittigd.

De melding aan het Toezicht op de Sociale Wetten van de vervangingsdag voor 15 augustus 2020 en voor 1 november 2020 dient enkel te gebeuren als er een andere vervangingsdag voor 15 augustus 2020 dan 17 augustus 2020 en/of voor 1 november 2020 dan 2 november 2020 wordt gekozen. Het secretariaat van de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen heeft het Toezicht op de Sociale Wetten reeds van die vervanging verwittigd.

Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn geweest en blijven steeds bereikbaar voor verdere inlichtingen.

Voorwaarden

Uw werknemer komt in aanmerking voor Vlaams opleidingsverlof (VOV) als hij/zij

--> Ingeschreven voor minstens 3 studiepunten (via diplomacontract of creditcontract)

--> Minstens 32 uren of minstens 32 lestijden telt

  • Voor minstens 50% tewerkgesteld is in de privésector in het Vlaams Gewest (ref=september)

--> Werknemer werkt exact 50% met een vast uurrooster, dan heeft hij/zij enkel recht op VOV als er lesuren/examens samenvallen met de arbeidstijd en kan hij/zij dus enkel VOV opnemen tijdens die samenvallende uren

--> Vlaams gewest: de vestigingseenheid van de werknemer, zoals ingegeven in DMFA, ligt in het Vlaams Gewest

 

Opleidingen

Een werknemer heeft recht op VOV als hij aan de voorwaarden voldoet en:

--> Uitzondering: opleiding volgen via een examencontract = geen recht op VOV

  • Een loopbaangerichte opleiding volgt: een opleiding die aangeraden wordt in het persoonlijk ontwikkelingsplan tijdens het volgen van loopbaanbegeleiding
  • Examens aflegt bij de Vlaamse examencommissie
  • Examens aflegt die de Vlaamse Gemeenschap organiseert om eerder verworven competenties te erkennen (ervaringsbewijs)

 

Duur

Iedere voltijdse werknemer heeft per schooljaar recht op maximum 125 uren VOV. Het concrete aantal uren VOV per individu wordt bepaald door:

  • Tewerkstellingspercentage

--> Deeltijdse tewerkstelling: het maximum van 125u wordt herberekend met het tewerkstellingspercentage

     Bv. 75% in september, recht is 93,75u VOV

--> Werknemer werkt exact 50% met een vast uurrooster, dan heeft hij/zij enkel recht op VOV als er lesuren/examens samenvallen met de arbeidstijd en kan hij/zij dus enkel VOV opnemen tijdens die samenvallende uren

  • Type opleiding/examen

1)    Opleidingen met vereiste aanwezigheid = aantal uren conform het aantal aanwezige uren

Bv. opleiding van privé-opleidingsverstrekkers, VDAB-opleiding, vakbondsopleiding

2)    Opleidingen zonder vereiste aanwezigheid = forfaits

--> Opleidingen gebaseerd op studiepunten: 4u VOV per studiepunt

      (uitzondering: HBO5-opleidingen: 6u VOV per studiepunt tem schooljaar 2021-2022)

--> Opleidingen in het volwassenenonderwijs: aantal uren VOV conform het voorziene aantal lestijden van de opleiding

--> Het afleggen van examens bij de examencommissie: 8u VOV per examen

--> Het afleggen van examens voor erkenning van verworven competenties: 16u VOV

 

Loon van de werknemer

Neemt uw werknemer Vlaams opleidingsverlof op? Dan  mag  hij gedurende een bepaalde periode afwezig zijn op het werk terwijl u zijn loon doorbetaalt op het normale tijdstip.

  • Loonplafond: uw werknemer heeft recht op de betaling van zijn normale loon, weliswaar met een maximum van 2928 euro bruto per maand. Indien hij meer verdient dan mag zijn loon voor de uren VOV beperkt worden tot dat maximumbedrag.
  • Werknemer neemt ten onrechte VOV op: als uw werknemer ten onrechte VOV opnam, betaalt het Departement Werk en Sociale Economie het loon in het kader van VOV niet terug. In dat geval kunt u een terugbetaling van het loon door de werknemer eisen.

 

VOV inplannen en terugvorderen

  • Welke rol heeft u als werkgever bij de aanvraag van VOV

1)    Bereken met de werknemer het aantal uren VOV en plan het verlof in:

--> Nadat de werknemer het ‘attest van inschrijving’ aan u bezorgde, berekent u samen met hem/haar het aantal uren VOV. U plant samen het verlof in, rekening houdend met de algemene werkplanning. Het VOV mag ingepland worden vanaf de dag vóór de start van de opleiding tem 2 dagen na de einddatum van de opleiding of na het laatste examen

2)    Vraag een terugbetaling aan van het VOV

--> Ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding vraagt u de terugbetaling aan: meld de opleiding van uw werknemer aan via het WSE-loket. Hier geeft u alle nodige gegevens door aan onze diensten.

--> Startte uw werknemer vóór 1 september 2019 een opleiding en maakte hij hiervoor gebruik van betaald educatief verlof (BEV)? Dan kan de werknemer die opleiding na 1 september 2019 verderzetten met gebruik van BEV (ten laatste tem december 2021). In dat geval gebeurt de terugvorderingsaanvraag volgens de regelgeving van BEV.

--> De tussenkomst zal steeds een forfaitair bedrag per uur van 21,30 euro zijn.

3)    Geef aan uw sociaal secretariaat maandelijks het aantal opgenomen uren VOV door.  Wij nemen dit op in de DMFA-kwartaalaangiften.  Op basis hiervan kan het DWSE de terugbetaling voorbereiden.

  • Ontslagbescherming

Zodra de werknemer officieel VOV aanvraagt door aan de werkgever het attest van inschrijving te bezorgen, is hij/zij beschermd tegen ontslag. Die bescherming duurt tot het einde van de opleiding. U kan de werknemer alleen ontslaan om een reden die niets met zijn opname van Vlaams opleidingsverlof te maken heeft. U moet die reden bovendien kunnen bewijzen.

Geen geldige reden voor ontslag. Dan heeft de werknemer recht op:

--> Een vergoeding gelijk aan 3 maanden loon

--> Een verbrekingsvergoeding

  • Planning van Vlaams opleidingsverlof

Het Vlaams opleidingsverlof is een recht van de werknemer. De planning van het verlof gebeurt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer. Deze tabel geeft een overzicht van de regels voor de planning op de werkvloer.

 

GROOTTE VAN DE ONDERNEMING

WANNEER MAG U ZICH VERZETTEN

AANTAL WERKNEMERS DAT VOV MOET KRIJGEN

Minder dan 20 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer

20 tot 50 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers binnen dezelfde functie is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer per functie

Meer dan 50 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers binnen dezelfde functie is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer per functie en OR moet vooraf bepalen wat onder ‘dezelfde functie’ wordt verstaan

*Gelijktijdige afwezigheid: de periodes van afwezigheid wisselen elkaar niet af

 

Schorsing van VOV

  • Opleiding met verplichte aanwezigheid: max. 10% ongewettigd afwezig in de les
  • Opleiding zonder verplichte aanwezigheid: verplichte deelname aan de eindbeoordeling
  • Niet nauwgezet gevolgd + te veel uren opgenomen: Sanctie= -25% op eerstvolgende recht

 

Terugbetaling aan de werkgever

Het Departement Werk en Sociale Economie (DSWE) behandelt het terugbetalingsdossier en betaalt de opgenomen VOV-uren uit :

  • Aan de hand van gegevens aangeleverd door werkgever

--> Aanvraag ingediend door werkgever via WSE-loket https://authenticatie.vlaanderen.be/stb/html/ssologin

  • Aantal opgenomen verlofuren VOV in de DMFA-kwartaalaangiften
  • Aan de hand van gegevens aangeleverd door de opleidingsverstrekker

--> Aanwezigheden, deelname aan eindbeoordeling

Digitaal (WSE-loket of koppeling databank)

Rechtstreeks naar DWSE, niet meer via werknemer en werkgever!

 

Schema – Wie doet wat?

Een aanvraag voor VOV verloopt in verschillende fases. Wie moet wat in orde brengen? Bij een aanvraag VOV is er een wisselwerking tussen 4 partijen:

  • De werknemer
  • De opleidingsverstrekker
  • De werkgever
  • De Vlaamse overheid

 

WIE?

WAT?

Werknemer

Kijk na in de opleidingsdatabank of de opleiding die je wil volgen recht geeft op VOV.

Werknemer

Meld aan de opleidingsverstrekker dat je gebruik wil maken van VOV.

Opleidingsverstrekker

Bezorg het ‘Attest van inschrijving’ aan de cursist.

Werknemer

Vraag VOV aan bij uw werkgever: Bezorg het ‘Attest van inschrijving’ aan je werkgever

Werknemer en werkgever  

Bereken het aantal uren VOV en plan samen het VOV in. Houd hierbij rekening met de collectieve planning.
Vanaf het najaar kan je online een simulatie maken van je aantal uren VOV.

Werkgever

Vraag ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding de terugbetaling van het VOV aan bij de Vlaamse overheid via het digitaal platform.

Werknemer

Volg de opleiding nauwgezet. 

Werkgever

Geef het aantal opgenomen VOV-uren maandelijks door aan ons sociaal secretariaat, waarna wij het opgenomen aantal opnemen in de DMFA-kwartaalaangifte. 

Opleidingsverstrekker

Laad de gegevens van de cursist op in het digitaal platform.

Vlaamse overheid

Het Departement Werk en Sociale Economie behandelt uw dossier:
Het recht op VOV wordt vergeleken met de input van de werkgever en de opleidingsverstrekker. 

 

Contactgegevens Departement Werk en Sociale Economie:

Koning Albert II laan 35 bus 20

1030 Brussel

Telnr: 1700

E-mail adres: vlaamsopleidingsverlof@vlaanderen.be

 

 

 

Vanaf 1 september 2019 is er een koopkrachtverhoging voorzien van 1,1 % voor de bedienden van het APCB 200.

De manier waarop deze koopkrachtverhoging moet worden ingevuld, is vrij complex. Er zijn twee mogelijke regelingen.  Op basis van de situatie op 1 september 2019 kunnen de bedienden onder een algemene regeling of onder een bijzondere regeling vallen :

  • de algemene regeling, nl. een loonsverhoging van 1,1 % op 1 september 2019 of de toekenning van een alternatief voordeel;
  • de bijzondere regeling, nl. de toekenning van een Tijdelijke Jaarpremie die later wordt overgeheveld naar een aanvullend pensioen.

De sectorale sociale partners willen de huidige koopkrachtverhoging immers aanwenden om aan de verplichtingen van de wet betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) tegemoet te komen. Deze wet stelt dat er vanaf 1 januari 2025 geen onderscheid meer mag bestaan tussen het aanvullend pensioenplan voor arbeiders en bedienden die tot éénzelfde ondernemingsactiviteit of tot dezelfde beroepscategorie behoren.

Hieronder vindt u onze toelichting van de twee mogelijke regelingen:

  1. Algemene regeling

1.1 Verhoging bruto wedden met 1,1%

Starten doen we met de algemene regeling, die voorziet in een verhoging van 1,1 % op 1 september 2019 van:

  • de sectorale minimumlonen;
  • de reële bruto maandlonen.

Deze algemene regeling is sowieso van toepassing op de werkgevers die alleen bedienden tewerkstellen. Als er zowel arbeiders als bedienden in de onderneming in dienst zijn, valt het bedrijf in plaats hiervan mogelijk onder de bijzondere regeling (zie 2. Bijzondere regeling).

1.2 Toekenning van een gelijkwaardig voordeel

De ondernemingen kunnen ervoor kiezen om in plaats van deze loonsverhoging een nieuw, gelijkwaardig en recurrent voordeel toe te kennen.

Bij de omzetting van de koopkrachtverhoging in een gelijkwaardig voordeel,  is het belangrijk te noteren dat de werkgever hieruit geen voordeel mag halen. Dit betekent dat de kost voor de periode van 1 september 2019 tot 31 december 2020 identiek moet zijn als wanneer de lonen van de werknemers met 1,1 % zouden stijgen. Bij de omzetting moet er dus rekening moeten houden met de brutoverloning, de eindejaarspremie, de patronale RSZ hierop en het dubbel vakantiegeld.

Voordelen zoals de invoering/verhoging van de werkgeversbijdrage maaltijdcheques, een hospitalisatieverzekering, groepsverzekering,… kunnen in aanmerking komen voor de bepaling van een gelijkwaardig voordeel.  Daartegenover staat dat de loonsverhoging van 1,1 % niet vervangen kan worden door een niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel (cao nr. 90), omdat het hier om een onzeker voordeel gaat.

Het toekennen van een gelijkwaardig voordeel is gebonden aan een bepaalde procedure, die verschillend is alnaargelang de onderneming al dan niet een syndicale delegatie voor bedienden heeft :

  • bedrijven met een syndicale delegatie moeten hierover een bedrijfsakkoord met hun syndicale delegatie sluiten, wat uiterlijk tegen de loonbetaling van september 2019 moet gebeuren;
  • bedrijven zonder een syndicale delegatie, hier kan de werkgever autonoom beslissen over de invoering van een gelijkwaardig voordeel. Hij dient wel de bedienden individueel, en schriftelijk, tegen ten laatste de loonbetaling van september 2019 te informeren over het geljkwaardig voordeel.

 

  1. Bijzondere regeling

2.1 Toepassingsgebied

De bijzondere regeling is van toepassing op de bedienden van werkgevers die op 1 september 2019 aan de drie onderstaande voorwaarden voldoen:

  • zowel bedienden als arbeiders in dezelfde ondernemingsactiviteit tewerkstellen (art. 14/4 WAP);
  • waarbij de arbeiders genieten van een sectoraal aanvullend pensioen of een aanvullend pensioen op ondernemingsvlak op grond van een opting out of buiten toepassingsgebied;
  • én die geen of een minder gunstige aanvullende pensioenregeling hebben voor de bedienden.

Ter informatie : In de bouwsecor bestaat er een het sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders, dat gefinancierd wordt in functie van het aantal legitimatiekaarten in bezit van een bouwvakarbeider.  Hierbij is er een opbouw in functie van de sectorale anciënniteit volgens de percentages die voorkomen in onderstaande tabel :

  Aantal legitimatiekaarten

  (rechthebbende of niet-rechthebbende)  

  Werkgeversbijdrage  

  Vanaf 1/1/2014

0 tot 4

0,25%

5 tot 9

0,45%

10 tot 14

1,10%

15 tot 19

1,35%

20 tot 24

1,65%

25 tot 29

2,20%

30 en meer

2,65%

 

2.2 Tijdelijke Jaarpremie

Wanneer de bijzondere regeling van toepassing is en de werknemers uitbetaald worden boven het sectorale minimumloon, wordt er geen loonsverhoging toegekend. In de plaats daarvan komt er een Tijdelijke Jaarpremie en een Eénmalige Premie:

  • de Eénmalige Premie betaalbaar in december 2019.

= bruto maandloon van november 2019 x (1,1 % x 5).
De Eénmalige Premie wordt toegekend aan de bedienden in dienst op 1 september 2019. Er word pro rata gerekend op basis van de prestaties geleverd gedurende de referteperiode (van 1 september 2019 tot en met 31 december 2019).
Deze éénmalige premie wordt toegekend om de periode van 01 september 2019 tot en met 31 december 2019 te dekken, gedurende dewelke de loonsverhoging reeds werd toegekend.

  • de Tijdelijke jaarpremie betaalbaar in december 2020.

= bruto maandloon van november x (1,1 % x 13,92)
De Tijdelijke Jaarpremie wordt toegekend aan de bedienden in dienst op 1 september 2019 met een volledige referteperiode (van 1 januari tot en met 31 december).

Ondertussen hebben de sociale partners van het ‘spiegel-PC’ de tijd tot 31 december 2022 om een CAO aanvullend pensioen voor de bedienden af te sluiten.

Via de bijzondere regeling kan het risico vermeden worden dat de werkgever bovenop de toegekende loonsverhoging, nog een budget dient vrij te maken om te voorzien in een aanvullend pensioen voor de bedienden.

2.2.1 Effectieve en gelijkgestelde dagen

De tijdelijke jaarpremie wordt toegekend pro rata de effectieve en gelijkgestelde dagen tijdens de referteperiode. De pro rata regeling geldt ook voor bedienden die in loop van de referteperiode uit dienst zijn gegaan.

De gelijkgestelde dagen =

  • schorsingen van de arbeidsovereenkomst waarvoor loon is betaald;
  • vaderschapsverlof;
  • moederschapsverlof.

 2.2.2 Bedienden betaald aan het minimumbarema

De Tijdelijke Jaarpremie en de éénmalige premie zijn niet van toepassing op de bedienden die op 31 augustus 2019 aan het minimumbarema worden betaald. Zij hebben immers de loonsverhoging van 1,1% gekregen (zie 1.1 verhoging bruto wedden met 1,1%).

2.2.3 Concreet voorbeeld

Een werknemer klasse D met 9 jaar ervaring heeft recht op een sectoraal minimumloon van 2.384,72 EUR.  De bediende wordt door de werkgever meer dan 1,1% boven barema betaald en ontvangt een loon van 2.500 EUR. De bijzondere regeling kan dus worden toegepast. Hoeveel bedraagt de Tijdelijke jaarpremie in 2020?

Tijdelijke jaarpremie 2020 = 2.500 EUR x 15,31 % = 382,75 EUR

Een zelfde situatie maar deze werknemer was gedurende de referteperiode 2 maanden afwezig wegens ziekte. In dit geval moet de tijdelijke jaarpremie geproratiseerd worden. De 2de maand afwezigheid, is niet gedekt door het gewaarborgd loon, en is dus niet gelijkgesteld voor de berekening van de premie.

Tijdelijke jaarpremie = (2.500 EUR x 15,31 %) x 11/12 = 350,85 EUR.

Sectoraal aanvullend pensioen

Ondertussen moeten de sociale partners van de ondernemingsactiviteit zo snel mogelijk een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het sectoraal aanvullende pensioen afsluiten voor de bedienden. Nadat dit gebeurd is, kan vanaf 1 januari 2021 (en ten laatste op 1 januari 2025) de Tijdelijke Jaarpremie gebruikt worden voor het aanvullend pensioenstelsel. De betaling van de Tijdelijke Jaarpremie stopt sowieso van zodra deze CAO in werking treedt.

Indien er op 31 december 2022 geen CAO betreffende sectoraal aanvullend pensioen werd afgesloten voor de betrokken ondernemingsactiviteit, gebruikt de werkgever het budget van de Tijdelijke Jaarpremie voor een aanvullend pensioen op ondernemingsniveau.

 

  1. Conclusie

Niet alle bedienden vallend onder PC 200 zullen hun wedde dus zien stijgen:

  • Bediende betaald aan het sectorale barema → stijging met 1,1 % vanaf 01.09.2019.
  • Bediende betaald boven het sectorale barema → reële wedde kan stijgen met 1,1 % vanaf 01.09.2019, tenzij toekenning van een alternatief voordeel.
  • Bediende in dienst van een werkgever:
    • met arbeiders tewerkgesteld in één van de spiegel PC’s;
    • én waarvan de bedienden boven barema worden betaald;
    • én een minder gunstige aanvullende pensioenregeling kennen

  => toekenning van een tijdelijke jaarpremie.

Ons sociaal secretariaat Dienstbetoon neemt contact op met alle PC 200-bedrijven en informeert hen, naargelang hun specifieke situatie, over de toepassing van de algemene dan wel de bijzondere regeling.

Lijst van de Paritaire Comités arbeiders met een sectoraal pensioenstelsel

[1]Het betreft: PsC 102.01, PsC 102.03, PsC 102.06, PsC 102.07, PsC 102.09, PsC 106.02, PC 112, PC 113, PsC 113.04, PC 114, PC 116 (betreffende groothandel in geneesmiddelen), PC 121, PC 124, PC 126, PC 127, PC 130, PC 132, PC 139, PsC 140.01, PsC 140.05, PsC 142.01, PC 143, PC 144, PC 145, PsC 149.01, PsC 149.02, PsC 149.03, PsC 149.04

Wettelijke referentie

Bron: CAO van 1 juli 2019 gesloten in het aanvullend paritair comité voor de bedienden betreffende de koopkracht in het kader van het KB van 19 april 2019 tot uitvoering van art. 7 § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (reg. nr. 152.849), in werking vanaf 1 januari 2019 voor onbepaalde duur.

 

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

1 VAKANTIEREGELING 2020

In overleg met de sociale partners beveelt de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen voor de Provincie Antwerpen volgende vakantieregeling voor 2020 aan:

  •  collectieve sluiting van maandag 13 juli 2020 tot en met vrijdag, 31 juli 2020 (=14WD/5-dagenweek);
  •  daar in 2020 de maximale vakantieduur 20 dagen bedraagt, hebben de werknemers dus nog recht op maximaal zes dagen.

 

2 INHAALRUSTDAGEN 2020

Naast de 20 dagen vakantie waarop de werknemers maximaal aanspraak kunnen maken, hebben zij in het kader van de arbeidsduurvermindering in 2020 ook nog recht op 12 inhaalrustdagen, waarvan de data in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf als volgt zijn vastgesteld en waarvan niet mag worden afgeweken (behalve in de regelgeving voorziene uitzonderingen):

  • donderdag 2 januari 2020;
  • vrijdag 3 januari 2020;
  • dinsdag 14 april 2020 (dinsdag na Pasen);
  • vrijdag 22 mei 2020 (vrijdag na O.L.H. Hemelvaart);
  • de eindejaarsperiode vanaf maandag, 21 december 2020 tot en met donderdag 31 december 2020 (= 8 inhaalrustdagen).

De werknemers die tewerkgesteld zijn bij werkgevers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de Elektriciens: installatie en distributie, hebben ook recht op 12 inhaalrustdagen tenzij in de onderneming een effectieve arbeidsduurvermindering (38 uur per week) of een combinatie van inhaalrust en effectieve arbeidsduurvermindering wordt doorgevoerd. De data van deze inhaalrustdagen mogen op het vlak van de onderneming worden bepaald.

 

3 FEESTDAGEN 2020

De kalender van de wettelijke feestdagen voor 2020 ziet er als volgt uit:  

▪ woensdag, 1 januari                              

 Nieuwjaar

 

▪ maandag, 13 april

 Paasmaandag

 

▪ vrijdag, 1 mei

 Feest van de Arbeid

 

▪ donderdag, 21 mei

 Hemelvaartsdag

 

▪ maandag, 1 juni

 Pinkstermaandag

 

▪ dinsdag, 21 juli

 Nationale Feestdag

 

▪ zaterdag, 15 augustus

 O.L.V.-Hemelvaartdag

 Moet vervangen worden door een werkdag: aanbevolen vervangingsdag: maandag, 17 augustus 2020 

▪ zondag, 1 november

 Allerheiligen

 Moet vervangen worden door een werkdag: aanbevolen vervangingsdag: maandag, 2 november 2020 

▪ woensdag, 11 november

 Wapenstilstand

 

▪ vrijdag, 25 december

 Kerstmis

 

 

 

4 BEKENDMAKING

Feestdagen

De data van de feestdagen moeten net zoals de 12 inhaalrustdagen* in het arbeidsreglement vermeld worden.

* Om gelijkgesteld te kunnen worden met een periode van werkhervatting tussen twee economische werkloosheidsperiodes (bouwsector) moeten de 12 inhaalrustdagen in een bijlage bij het arbeidsreglement vermeld worden.

De feestdagen van zaterdag 15 augustus 2020 en zondag 1 november 2020 moeten vervangen worden door een werkdag. U dient hiervoor vóór 15 december 2019 te overleggen met uw werknemers of vakbondsafvaardiging. Indien er geen akkoord wordt bereikt, wordt de feestdag van zaterdag 15 augustus 2020 vervangen door maandag 17 augustus 2020 en de feestdag van zondag 1 november 2020 vervangen door maandag 2 november 2020.

Vóór 15 december 2019 dient elke werkgever een ondertekend en gedagtekend bericht aan te plakken in de onderneming waarin de vervangingsdag van de feestdagen van zaterdag 15 augustus 2020 en zondag 1 november 2020 worden vermeld. Een kopie van dit bericht moet aan het arbeidsreglement worden gehecht.

 

Vakantie

De vaststelling van de data van de jaarlijkse vakantie 2020 dient op ondernemingsvlak te gebeuren. Met de syndicale afvaardiging of bij afwezigheid ervan de werknemers zelf, moet er een akkoord gemaakt worden. Zodra een akkoord is bereikt, dient een bericht met de opgave van de data van de jaarlijkse vakantie aan het arbeidsreglement gehecht te worden.

In het arbeidsreglement moet ook vermeld worden:

  • ofwel de duur van de jaarlijkse vakantie en de modaliteiten voor de toekenning van de vakantie;
  • ofwel de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen, met name het KB van 30 maart 1967 inzake de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie voor werknemers.

 

Deze vermelding mag in het arbeidsreglement ingevoerd worden zonder dat de procedure voor wijziging van het arbeidsreglement moet gevolgd worden. Elke werknemer moet wel een kopie van deze aanvulling ontvangen en in principe dient ook een afschrift te worden toegezonden aan het Toezicht op de Sociale Wetten. Deze aanvulling moet toegevoegd worden aan het arbeidsreglement dat ter beschikking ligt van de werknemers op een gemakkelijk toegankelijke plaats in de onderneming.

 

AANDACHT!

Van het bericht met de vermelding van de data van de jaarlijkse vakantie en van de vervangings­dag van de voormelde feestdagen dient er een afschrift te worden overgemaakt aan het Toezicht op de Sociale Wetten:

voor het arrondissement Antwerpen:

Theater Building

Italiëlei 124 bus 56

2000 ANTWERPEN

Tel.: 02/233.42.30

e-mail: tsw.antwerpen@werk.belgie.be

voor het arrondissement Mechelen:

Louizastraat 1

2800 MECHELEN

Tel.: 02/233.46.40

e-mail: tsw.mechelen@werk.belgie.be

Voor het arrondissement Turnhout:

Warandestraat 49

2300 Turnhout

Tel.: 02/235.55.00

e-mail: tsw.turnhout@werk.belgie.be

U moet uw vakantie-akkoord 2020 slechts aan het Toezicht op de Sociale Wetten meedelen, wanneer dit afwijkt van het voorstel van uw regionale Confederatie. Voor de ondernemingen die het voorstel van de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen volledig toepassen, heeft het secretariaat reeds het Toezicht op de Sociale Wetten verwittigd.

De melding aan het Toezicht op de Sociale Wetten van de vervangingsdag voor 15 augustus 2020 en voor 1 november 2020 dient enkel te gebeuren als er een andere vervangingsdag voor 15 augustus 2020 dan 17 augustus 2020 en/of voor 1 november 2020 dan 2 november 2020 wordt gekozen. Het secretariaat van de Confederatie Bouw Provincie Antwerpen heeft het Toezicht op de Sociale Wetten reeds van die vervanging verwittigd.

Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn geweest en blijven steeds bereikbaar voor verdere inlichtingen.

Voorwaarden

Uw werknemer komt in aanmerking voor Vlaams opleidingsverlof (VOV) als hij/zij

--> Ingeschreven voor minstens 3 studiepunten (via diplomacontract of creditcontract)

--> Minstens 32 uren of minstens 32 lestijden telt

  • Voor minstens 50% tewerkgesteld is in de privésector in het Vlaams Gewest (ref=september)

--> Werknemer werkt exact 50% met een vast uurrooster, dan heeft hij/zij enkel recht op VOV als er lesuren/examens samenvallen met de arbeidstijd en kan hij/zij dus enkel VOV opnemen tijdens die samenvallende uren

--> Vlaams gewest: de vestigingseenheid van de werknemer, zoals ingegeven in DMFA, ligt in het Vlaams Gewest

 

Opleidingen

Een werknemer heeft recht op VOV als hij aan de voorwaarden voldoet en:

--> Uitzondering: opleiding volgen via een examencontract = geen recht op VOV

  • Een loopbaangerichte opleiding volgt: een opleiding die aangeraden wordt in het persoonlijk ontwikkelingsplan tijdens het volgen van loopbaanbegeleiding
  • Examens aflegt bij de Vlaamse examencommissie
  • Examens aflegt die de Vlaamse Gemeenschap organiseert om eerder verworven competenties te erkennen (ervaringsbewijs)

 

Duur

Iedere voltijdse werknemer heeft per schooljaar recht op maximum 125 uren VOV. Het concrete aantal uren VOV per individu wordt bepaald door:

  • Tewerkstellingspercentage

--> Deeltijdse tewerkstelling: het maximum van 125u wordt herberekend met het tewerkstellingspercentage

     Bv. 75% in september, recht is 93,75u VOV

--> Werknemer werkt exact 50% met een vast uurrooster, dan heeft hij/zij enkel recht op VOV als er lesuren/examens samenvallen met de arbeidstijd en kan hij/zij dus enkel VOV opnemen tijdens die samenvallende uren

  • Type opleiding/examen

1)    Opleidingen met vereiste aanwezigheid = aantal uren conform het aantal aanwezige uren

Bv. opleiding van privé-opleidingsverstrekkers, VDAB-opleiding, vakbondsopleiding

2)    Opleidingen zonder vereiste aanwezigheid = forfaits

--> Opleidingen gebaseerd op studiepunten: 4u VOV per studiepunt

      (uitzondering: HBO5-opleidingen: 6u VOV per studiepunt tem schooljaar 2021-2022)

--> Opleidingen in het volwassenenonderwijs: aantal uren VOV conform het voorziene aantal lestijden van de opleiding

--> Het afleggen van examens bij de examencommissie: 8u VOV per examen

--> Het afleggen van examens voor erkenning van verworven competenties: 16u VOV

 

Loon van de werknemer

Neemt uw werknemer Vlaams opleidingsverlof op? Dan  mag  hij gedurende een bepaalde periode afwezig zijn op het werk terwijl u zijn loon doorbetaalt op het normale tijdstip.

  • Loonplafond: uw werknemer heeft recht op de betaling van zijn normale loon, weliswaar met een maximum van 2928 euro bruto per maand. Indien hij meer verdient dan mag zijn loon voor de uren VOV beperkt worden tot dat maximumbedrag.
  • Werknemer neemt ten onrechte VOV op: als uw werknemer ten onrechte VOV opnam, betaalt het Departement Werk en Sociale Economie het loon in het kader van VOV niet terug. In dat geval kunt u een terugbetaling van het loon door de werknemer eisen.

 

VOV inplannen en terugvorderen

  • Welke rol heeft u als werkgever bij de aanvraag van VOV

1)    Bereken met de werknemer het aantal uren VOV en plan het verlof in:

--> Nadat de werknemer het ‘attest van inschrijving’ aan u bezorgde, berekent u samen met hem/haar het aantal uren VOV. U plant samen het verlof in, rekening houdend met de algemene werkplanning. Het VOV mag ingepland worden vanaf de dag vóór de start van de opleiding tem 2 dagen na de einddatum van de opleiding of na het laatste examen

2)    Vraag een terugbetaling aan van het VOV

--> Ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding vraagt u de terugbetaling aan: meld de opleiding van uw werknemer aan via het WSE-loket. Hier geeft u alle nodige gegevens door aan onze diensten.

--> Startte uw werknemer vóór 1 september 2019 een opleiding en maakte hij hiervoor gebruik van betaald educatief verlof (BEV)? Dan kan de werknemer die opleiding na 1 september 2019 verderzetten met gebruik van BEV (ten laatste tem december 2021). In dat geval gebeurt de terugvorderingsaanvraag volgens de regelgeving van BEV.

--> De tussenkomst zal steeds een forfaitair bedrag per uur van 21,30 euro zijn.

3)    Geef aan uw sociaal secretariaat maandelijks het aantal opgenomen uren VOV door.  Wij nemen dit op in de DMFA-kwartaalaangiften.  Op basis hiervan kan het DWSE de terugbetaling voorbereiden.

  • Ontslagbescherming

Zodra de werknemer officieel VOV aanvraagt door aan de werkgever het attest van inschrijving te bezorgen, is hij/zij beschermd tegen ontslag. Die bescherming duurt tot het einde van de opleiding. U kan de werknemer alleen ontslaan om een reden die niets met zijn opname van Vlaams opleidingsverlof te maken heeft. U moet die reden bovendien kunnen bewijzen.

Geen geldige reden voor ontslag. Dan heeft de werknemer recht op:

--> Een vergoeding gelijk aan 3 maanden loon

--> Een verbrekingsvergoeding

  • Planning van Vlaams opleidingsverlof

Het Vlaams opleidingsverlof is een recht van de werknemer. De planning van het verlof gebeurt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer. Deze tabel geeft een overzicht van de regels voor de planning op de werkvloer.

 

GROOTTE VAN DE ONDERNEMING

WANNEER MAG U ZICH VERZETTEN

AANTAL WERKNEMERS DAT VOV MOET KRIJGEN

Minder dan 20 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer

20 tot 50 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers binnen dezelfde functie is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer per functie

Meer dan 50 WN

Meer dan 10% van het totale aantal werknemers binnen dezelfde functie is gelijktijdig afwezig door Vlaams opleidingsverlof

Minstens 1 werknemer per functie en OR moet vooraf bepalen wat onder ‘dezelfde functie’ wordt verstaan

*Gelijktijdige afwezigheid: de periodes van afwezigheid wisselen elkaar niet af

 

Schorsing van VOV

  • Opleiding met verplichte aanwezigheid: max. 10% ongewettigd afwezig in de les
  • Opleiding zonder verplichte aanwezigheid: verplichte deelname aan de eindbeoordeling
  • Niet nauwgezet gevolgd + te veel uren opgenomen: Sanctie= -25% op eerstvolgende recht

 

Terugbetaling aan de werkgever

Het Departement Werk en Sociale Economie (DSWE) behandelt het terugbetalingsdossier en betaalt de opgenomen VOV-uren uit :

  • Aan de hand van gegevens aangeleverd door werkgever

--> Aanvraag ingediend door werkgever via WSE-loket https://authenticatie.vlaanderen.be/stb/html/ssologin

  • Aantal opgenomen verlofuren VOV in de DMFA-kwartaalaangiften
  • Aan de hand van gegevens aangeleverd door de opleidingsverstrekker

--> Aanwezigheden, deelname aan eindbeoordeling

Digitaal (WSE-loket of koppeling databank)

Rechtstreeks naar DWSE, niet meer via werknemer en werkgever!

 

Schema – Wie doet wat?

Een aanvraag voor VOV verloopt in verschillende fases. Wie moet wat in orde brengen? Bij een aanvraag VOV is er een wisselwerking tussen 4 partijen:

  • De werknemer
  • De opleidingsverstrekker
  • De werkgever
  • De Vlaamse overheid

 

WIE?

WAT?

Werknemer

Kijk na in de opleidingsdatabank of de opleiding die je wil volgen recht geeft op VOV.

Werknemer

Meld aan de opleidingsverstrekker dat je gebruik wil maken van VOV.

Opleidingsverstrekker

Bezorg het ‘Attest van inschrijving’ aan de cursist.

Werknemer

Vraag VOV aan bij uw werkgever: Bezorg het ‘Attest van inschrijving’ aan je werkgever

Werknemer en werkgever  

Bereken het aantal uren VOV en plan samen het VOV in. Houd hierbij rekening met de collectieve planning.
Vanaf het najaar kan je online een simulatie maken van je aantal uren VOV.

Werkgever

Vraag ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding de terugbetaling van het VOV aan bij de Vlaamse overheid via het digitaal platform.

Werknemer

Volg de opleiding nauwgezet. 

Werkgever

Geef het aantal opgenomen VOV-uren maandelijks door aan ons sociaal secretariaat, waarna wij het opgenomen aantal opnemen in de DMFA-kwartaalaangifte. 

Opleidingsverstrekker

Laad de gegevens van de cursist op in het digitaal platform.

Vlaamse overheid

Het Departement Werk en Sociale Economie behandelt uw dossier:
Het recht op VOV wordt vergeleken met de input van de werkgever en de opleidingsverstrekker. 

 

Contactgegevens Departement Werk en Sociale Economie:

Koning Albert II laan 35 bus 20

1030 Brussel

Telnr: 1700

E-mail adres: vlaamsopleidingsverlof@vlaanderen.be

 

 

 

Vanaf 1 september 2019 is er een koopkrachtverhoging voorzien van 1,1 % voor de bedienden van het APCB 200.

De manier waarop deze koopkrachtverhoging moet worden ingevuld, is vrij complex. Er zijn twee mogelijke regelingen.  Op basis van de situatie op 1 september 2019 kunnen de bedienden onder een algemene regeling of onder een bijzondere regeling vallen :

  • de algemene regeling, nl. een loonsverhoging van 1,1 % op 1 september 2019 of de toekenning van een alternatief voordeel;
  • de bijzondere regeling, nl. de toekenning van een Tijdelijke Jaarpremie die later wordt overgeheveld naar een aanvullend pensioen.

De sectorale sociale partners willen de huidige koopkrachtverhoging immers aanwenden om aan de verplichtingen van de wet betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) tegemoet te komen. Deze wet stelt dat er vanaf 1 januari 2025 geen onderscheid meer mag bestaan tussen het aanvullend pensioenplan voor arbeiders en bedienden die tot éénzelfde ondernemingsactiviteit of tot dezelfde beroepscategorie behoren.

Hieronder vindt u onze toelichting van de twee mogelijke regelingen:

  1. Algemene regeling

1.1 Verhoging bruto wedden met 1,1%

Starten doen we met de algemene regeling, die voorziet in een verhoging van 1,1 % op 1 september 2019 van:

  • de sectorale minimumlonen;
  • de reële bruto maandlonen.

Deze algemene regeling is sowieso van toepassing op de werkgevers die alleen bedienden tewerkstellen. Als er zowel arbeiders als bedienden in de onderneming in dienst zijn, valt het bedrijf in plaats hiervan mogelijk onder de bijzondere regeling (zie 2. Bijzondere regeling).

1.2 Toekenning van een gelijkwaardig voordeel

De ondernemingen kunnen ervoor kiezen om in plaats van deze loonsverhoging een nieuw, gelijkwaardig en recurrent voordeel toe te kennen.

Bij de omzetting van de koopkrachtverhoging in een gelijkwaardig voordeel,  is het belangrijk te noteren dat de werkgever hieruit geen voordeel mag halen. Dit betekent dat de kost voor de periode van 1 september 2019 tot 31 december 2020 identiek moet zijn als wanneer de lonen van de werknemers met 1,1 % zouden stijgen. Bij de omzetting moet er dus rekening moeten houden met de brutoverloning, de eindejaarspremie, de patronale RSZ hierop en het dubbel vakantiegeld.

Voordelen zoals de invoering/verhoging van de werkgeversbijdrage maaltijdcheques, een hospitalisatieverzekering, groepsverzekering,… kunnen in aanmerking komen voor de bepaling van een gelijkwaardig voordeel.  Daartegenover staat dat de loonsverhoging van 1,1 % niet vervangen kan worden door een niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel (cao nr. 90), omdat het hier om een onzeker voordeel gaat.

Het toekennen van een gelijkwaardig voordeel is gebonden aan een bepaalde procedure, die verschillend is alnaargelang de onderneming al dan niet een syndicale delegatie voor bedienden heeft :

  • bedrijven met een syndicale delegatie moeten hierover een bedrijfsakkoord met hun syndicale delegatie sluiten, wat uiterlijk tegen de loonbetaling van september 2019 moet gebeuren;
  • bedrijven zonder een syndicale delegatie, hier kan de werkgever autonoom beslissen over de invoering van een gelijkwaardig voordeel. Hij dient wel de bedienden individueel, en schriftelijk, tegen ten laatste de loonbetaling van september 2019 te informeren over het geljkwaardig voordeel.

 

  1. Bijzondere regeling

2.1 Toepassingsgebied

De bijzondere regeling is van toepassing op de bedienden van werkgevers die op 1 september 2019 aan de drie onderstaande voorwaarden voldoen:

  • zowel bedienden als arbeiders in dezelfde ondernemingsactiviteit tewerkstellen (art. 14/4 WAP);
  • waarbij de arbeiders genieten van een sectoraal aanvullend pensioen of een aanvullend pensioen op ondernemingsvlak op grond van een opting out of buiten toepassingsgebied;
  • én die geen of een minder gunstige aanvullende pensioenregeling hebben voor de bedienden.

Ter informatie : In de bouwsecor bestaat er een het sectoraal pensioenstelsel voor de arbeiders, dat gefinancierd wordt in functie van het aantal legitimatiekaarten in bezit van een bouwvakarbeider.  Hierbij is er een opbouw in functie van de sectorale anciënniteit volgens de percentages die voorkomen in onderstaande tabel :

  Aantal legitimatiekaarten

  (rechthebbende of niet-rechthebbende)  

  Werkgeversbijdrage  

  Vanaf 1/1/2014

0 tot 4

0,25%

5 tot 9

0,45%

10 tot 14

1,10%

15 tot 19

1,35%

20 tot 24

1,65%

25 tot 29

2,20%

30 en meer

2,65%

 

2.2 Tijdelijke Jaarpremie

Wanneer de bijzondere regeling van toepassing is en de werknemers uitbetaald worden boven het sectorale minimumloon, wordt er geen loonsverhoging toegekend. In de plaats daarvan komt er een Tijdelijke Jaarpremie en een Eénmalige Premie:

  • de Eénmalige Premie betaalbaar in december 2019.

= bruto maandloon van november 2019 x (1,1 % x 5).
De Eénmalige Premie wordt toegekend aan de bedienden in dienst op 1 september 2019. Er word pro rata gerekend op basis van de prestaties geleverd gedurende de referteperiode (van 1 september 2019 tot en met 31 december 2019).
Deze éénmalige premie wordt toegekend om de periode van 01 september 2019 tot en met 31 december 2019 te dekken, gedurende dewelke de loonsverhoging reeds werd toegekend.

  • de Tijdelijke jaarpremie betaalbaar in december 2020.

= bruto maandloon van november x (1,1 % x 13,92)
De Tijdelijke Jaarpremie wordt toegekend aan de bedienden in dienst op 1 september 2019 met een volledige referteperiode (van 1 januari tot en met 31 december).

Ondertussen hebben de sociale partners van het ‘spiegel-PC’ de tijd tot 31 december 2022 om een CAO aanvullend pensioen voor de bedienden af te sluiten.

Via de bijzondere regeling kan het risico vermeden worden dat de werkgever bovenop de toegekende loonsverhoging, nog een budget dient vrij te maken om te voorzien in een aanvullend pensioen voor de bedienden.

2.2.1 Effectieve en gelijkgestelde dagen

De tijdelijke jaarpremie wordt toegekend pro rata de effectieve en gelijkgestelde dagen tijdens de referteperiode. De pro rata regeling geldt ook voor bedienden die in loop van de referteperiode uit dienst zijn gegaan.

De gelijkgestelde dagen =

  • schorsingen van de arbeidsovereenkomst waarvoor loon is betaald;
  • vaderschapsverlof;
  • moederschapsverlof.

 2.2.2 Bedienden betaald aan het minimumbarema

De Tijdelijke Jaarpremie en de éénmalige premie zijn niet van toepassing op de bedienden die op 31 augustus 2019 aan het minimumbarema worden betaald. Zij hebben immers de loonsverhoging van 1,1% gekregen (zie 1.1 verhoging bruto wedden met 1,1%).

2.2.3 Concreet voorbeeld

Een werknemer klasse D met 9 jaar ervaring heeft recht op een sectoraal minimumloon van 2.384,72 EUR.  De bediende wordt door de werkgever meer dan 1,1% boven barema betaald en ontvangt een loon van 2.500 EUR. De bijzondere regeling kan dus worden toegepast. Hoeveel bedraagt de Tijdelijke jaarpremie in 2020?

Tijdelijke jaarpremie 2020 = 2.500 EUR x 15,31 % = 382,75 EUR

Een zelfde situatie maar deze werknemer was gedurende de referteperiode 2 maanden afwezig wegens ziekte. In dit geval moet de tijdelijke jaarpremie geproratiseerd worden. De 2de maand afwezigheid, is niet gedekt door het gewaarborgd loon, en is dus niet gelijkgesteld voor de berekening van de premie.

Tijdelijke jaarpremie = (2.500 EUR x 15,31 %) x 11/12 = 350,85 EUR.

Sectoraal aanvullend pensioen

Ondertussen moeten de sociale partners van de ondernemingsactiviteit zo snel mogelijk een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het sectoraal aanvullende pensioen afsluiten voor de bedienden. Nadat dit gebeurd is, kan vanaf 1 januari 2021 (en ten laatste op 1 januari 2025) de Tijdelijke Jaarpremie gebruikt worden voor het aanvullend pensioenstelsel. De betaling van de Tijdelijke Jaarpremie stopt sowieso van zodra deze CAO in werking treedt.

Indien er op 31 december 2022 geen CAO betreffende sectoraal aanvullend pensioen werd afgesloten voor de betrokken ondernemingsactiviteit, gebruikt de werkgever het budget van de Tijdelijke Jaarpremie voor een aanvullend pensioen op ondernemingsniveau.

 

  1. Conclusie

Niet alle bedienden vallend onder PC 200 zullen hun wedde dus zien stijgen:

  • Bediende betaald aan het sectorale barema → stijging met 1,1 % vanaf 01.09.2019.
  • Bediende betaald boven het sectorale barema → reële wedde kan stijgen met 1,1 % vanaf 01.09.2019, tenzij toekenning van een alternatief voordeel.
  • Bediende in dienst van een werkgever:
    • met arbeiders tewerkgesteld in één van de spiegel PC’s;
    • én waarvan de bedienden boven barema worden betaald;
    • én een minder gunstige aanvullende pensioenregeling kennen

  => toekenning van een tijdelijke jaarpremie.

Ons sociaal secretariaat Dienstbetoon neemt contact op met alle PC 200-bedrijven en informeert hen, naargelang hun specifieke situatie, over de toepassing van de algemene dan wel de bijzondere regeling.

Lijst van de Paritaire Comités arbeiders met een sectoraal pensioenstelsel

[1]Het betreft: PsC 102.01, PsC 102.03, PsC 102.06, PsC 102.07, PsC 102.09, PsC 106.02, PC 112, PC 113, PsC 113.04, PC 114, PC 116 (betreffende groothandel in geneesmiddelen), PC 121, PC 124, PC 126, PC 127, PC 130, PC 132, PC 139, PsC 140.01, PsC 140.05, PsC 142.01, PC 143, PC 144, PC 145, PsC 149.01, PsC 149.02, PsC 149.03, PsC 149.04

Wettelijke referentie

Bron: CAO van 1 juli 2019 gesloten in het aanvullend paritair comité voor de bedienden betreffende de koopkracht in het kader van het KB van 19 april 2019 tot uitvoering van art. 7 § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (reg. nr. 152.849), in werking vanaf 1 januari 2019 voor onbepaalde duur.

 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...