Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Graag geven wij jullie een laatste stand van zaken van verschillende ‘Corona’-gerelateerde maatregelen, waarvan de wettelijke basis tijdens het bouwverlof gelegd werd.
We overlopen deze maatregelen hieronder opgesplitst in drie onderwerpen.

1. Tijdelijke werkloosheid overmacht Corona

Vanaf 1 september 2020 wijzigt er heel wat op het vlak van de tijdelijke werkloosheid overmacht Corona. Wij bundelden hieronder de voornaamste wijzigingen, maar verwijzen ook graag naar het volledige infoblad op de website van de RVA.

De huidige vereenvoudigde administratieve procedure voor tijdelijke werkloosheid overmacht Corona eindigt op 31/08/2020.

Concreet betekent dit wanneer u vanaf 01/09/2020 beroep moet doen op tijdelijke werkloosheid, de vroegere klassieke administratieve procedure doorlopen moet worden.

Tot en met 31/08/2020 kan tijdelijke werkloosheid overmacht Corona ook toegepast worden in situaties die een economische oorzaak hebben.

Dit verandert vanaf 1 september 2020 : vanaf dan is er dan opnieuw een onderscheid tussen tijdelijke werkloosheid overmacht en tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Onder overmacht verstaan we een “plotse, onvoorzienbare gebeurtenis, die buiten de wil van de partijen om, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst onmogelijk maken”. Voorbeelden hiervan zijn: een brand in een bedrijf, een elektriciteitspanne buiten het bedrijf, een werknemer beschikt over een quarantaine-getuigschrift, …

Kunt u uw werknemers niet tewerkstellen omwille van gebrek aan werk door economische aard, dan kan u enkel tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen inroepen.

Voor beide types tijdelijke werkloosheid is de volledige administratieve procedure terug opnieuw van toepassing vanaf 1 september 2020.

Er zijn echter uitzonderingen, namelijk voor :

1.1 Hard getroffen sectoren of ondernemingen:

Enkel de sectoren en ondernemingen die uitzonderlijk hard getroffen zijn door de crisis, mogen de lopende vereenvoudigde administratieve procedure blijven toepassen tot en met 31/12/2020.

De sectoren die uitzonderlijk hard getroffen zijn, worden formeel vastgelegd door de Minister van Werk en zullen nog gecommuniceerd worden. Vermoedelijk zal de horeca en de evenementensector hier onder vallen.

De ondernemingen die menen in aanmerking te komen om verder de vereenvoudigde procedure te mogen toepassen, en hiervoor zekerheid willen op korte termijn, kunnen het volgende criterium van uitzonderlijk hard getroffen onderneming toepassen:

Een uitzonderlijk hard getroffen onderneming is een werkgever die tijdens het tweede kwartaal 2020 voor minstens 20% van de normaal gewerkte arbeidstijd tijdelijke werkloosheid heeft toegepast. Zowel de dagen tijdelijke werkloosheid wegens corona als de eventuele dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen, voor arbeiders en bedienden, komen in aanmerking.

Ons sociaal secretariaat gaat voor alle ondernemingen deze 20%-berekening eerstdaags uitvoeren en stelt de bedrijven van het resultaat in kennis. Samen met dit rapport zal er een formulier C106A-CORONA-HGO afgeleverd worden. Deze moet u per mail verzenden naar de dienst tijdelijke werkloosheid van het werkloosheidsbureau bevoegd voor de gemeente waar uw maatschappelijke zetel gevestigd is.

Krijgt u van de RVA een positief antwoord, dan kan u verder de vereenvoudigde procedure tijdelijke werkloosheid overmacht toepassen vanaf 01/09/2020 t.e.m. 31/12/2020. U geeft ons dan enkel de dagen van de tijdelijke werkloosheid-overmacht door voor de loonberekening en voltooit de meldingsplicht aan uw werknemer(s).

Is het antwoord negatief kan u nagaan of u, mits het volgen van de administratieve procedure, beroep kan doen op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

1.2 Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen

Tijdens de periode 01/09/2020 – 31/12/2020 zijn er soepelere voorwaarden om beroep te doen op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Arbeiders

De wettelijke maximumduur van de schorsing van de arbeidsovereenkomst wordt verhoogd:

  • een stelsel van volledige schorsing kan worden aangevraagd voor 8 weken (in plaats van 4 weken);
  • een stelsel van grote schorsing (*) kan worden aangevraagd voor 18 weken (in plaats van 3 maanden).

Na afloop van de maximumduur (8 of 18 weken), is er een verplichte werkweek alvorens u eventueel opnieuw beroep doet op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Bedienden

Als werkgever zijn er voorafgaande voorwaarden (Infoblad E54) waaraan u moet voldoen om tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen in te roepen voor uw bedienden.

Heeft u in het verleden al een aanvraag ingediend en goedkeuring bekomen, dan kan u beroep doen op de procedure tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Heeft u nog nooit beroep gedaan op tijdelijke werkloosheid voor bedienden – afgezien van de periode sinds maart wegens het coronavirus - , kunt u een aanvraag doen via het zogenaamde overgangsstelsel.

De werkgever die de overgangsmaatregelen wil gebruiken, moet:

  • een vermindering met 10% van de omzet of van de productie bewijzen in de loop van het kwartaal dat de invoering van het stelsel van tijdelijke werkloosheid voorafgaat ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2019;
  • 2 dagen opleiding per maand aanbieden aan de bedienden die tijdelijk werkloos worden gesteld;
  • gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst die of een ondernemingsplan dat werd afgesloten voor de periode van 01.09.2020 tot en met 31.12.2020.

Om gebruik te maken van de overgangsmaatregelen, moet u als werkgever het formulier C106A-CORONA-OVERGANGSSTELSEL aangetekend versturen naar de dienst Tijdelijke werkloosheid van het RVA-kantoor dat bevoegd is in functie van de maatschappelijke zetel. U doet dat ten laatste 14 dagen voor de eerste mededeling 'schorsing bedienden wegens werkgebrek'.

U bent als werkgever uiteraard vrij om de klassieke procedure aan te vragen, dan wel de aanvraag via het overgangsstelsel te doen. Gebruikmakend van de overgangsmaatregel bent u als werkgever verplicht om twee vormingsdagen per maand aan te bieden aan de bedienden die tijdelijk werkloos worden gesteld.

De volledige informatie over de overgangsmaatregelen tijdelijke werkloosheid, en de verschillen met de gewone stelsels, vindt u op de website van de RVA.

Vanaf augustus 2020 zal tijdelijke werkloosheid overmacht aan ons doorgegeven moeten worden met een nieuwe looncode 0987.

 

2. Consumptiecheques:

De federale overheid heeft de consumptiecheque in het leven geroepen als steunmaatregel om het hoofd te bieden aan de coronacrisis. De cheque heeft als doel om de werknemers meer koopkracht te geven en de zwaarst getroffen sectoren te steunen.

De consumptiecheque is vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing voor de werknemer en is bijkomend aftrekbaar als beroepskost voor de werkgever.

De toekenning van de consumptiecheques moet schriftelijk geregeld worden in een sectorale cao, een ondernemings-cao of individuele overeenkomsten met de werknemers indien er geen syndicale afvaardiging binnen het bedrijf is. Wij kunnen u een voorbeeld van een individuele overeenkomst bezorgen.

Het maximumbedrag per werknemer bedraagt €300 en mag geen bestaande voordelen vervangen. De consumptiecheque wordt aan alle personeelsleden toegekend, of aan een objectief afgebakende personeelsgroep (cfr. de maaltijdcheques).

De werknemer kan de consumptiecheques spenderen in zwaar getroffen sectoren zoals de horeca, de cultuursector en die van de sportverenigingen.

De consumptiecheques kunnen tot 31/12/2020 toegekend worden, ze blijven geldig tot 07/06/2021.

De papieren consumptiecheques kunnen besteld worden bij Edenred & Sodexo, Monizze biedt ze ook elektronisch aan. Als u consumptiecheques aan uw werknemers toekent, dienen wij ze ook op te nemen in de loonverwerking.

 

3. Vrijstelling Bedrijfsvoorheffing Corona

De overheid heeft als steunmaatregel voor de werkgevers ten tijde van deze economische crisis een loonlastenverlaging goedgekeurd. De wet van 15 juli 2020 houdende diverse fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie, zorgt voor een mogelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Dit voor de betalingen van de bedrijfsvoorheffing voor de maanden juni, juli en augustus 2020.

De vrijstelling geldt enkel voor bedrijfsvoorheffing voorkomend uit de lonen van werknemers. Zodoende wil de overheid de personeelskost verlagen voor de ondernemingen en de tewerkstelling beschermen.  


Hoeveel bedraagt deze vrijstelling?

Zij komt overeen met :

50% van het verschil tussen het totale bedrijfsvoorheffingsbedrag van de maand waarop de doorstorting betrekking heeft (juni, juli of augustus 2020) en het totale bedrijfsvoorheffingsbedrag van de maand mei 2020 (de referentiemaand).


Voorbeeld: Vrijstelling BV juni = (BV juni - BV mei)/2


De bedrijfsvoorheffing mag niet voorkomen uit achterstallige loonbetalingen, eindejaarspremies, vakantiegelden,… maar dus enkel uit belastbare bezoldigingen voor de werknemersprestaties van de drie vermelde maanden.

Deze vrijstelling is combineerbaar met andere vrijstellingen voor bedrijfsvoorheffing waarop de onderneming aanspraak kan maken waardoor er ook een overdracht van saldo aan te crediteren bedrijfsvoorheffing mag plaatsvinden naar een volgende maand toe. Echter niet naar een volgend kalenderjaar.
Het totale bedrag aan vrijgestelde bedrijfsvoorheffing mag over drie maanden niet meer bedragen dan 20 miljoen Euro.


Welke voorwaarden voor de ondernemingen?

Belangrijk om te weten is dat de wetgeving uitsluitend bedoeld is voor werkgevers die voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • De werkgever heeft tussen 12 maart en 31 mei 2020 voor een ononderbroken periode van 30 opeenvolgende kalenderdagen een beroep gedaan op tijdelijke werkloosheid omwille van corona. Het is niet vereist dat alle werknemers in de onderneming tijdelijk werkloos waren. Het volstaat dat er elke dag van de betrokken periode minstens één werknemer tijdelijk werkloos was binnen de onderneming. Bovendien moet dit niet noodzakelijk altijd dezelfde persoon Een systeem waarbij de werknemers alternerend tijdelijk werkloos waren, komt ook in aanmerking.
  • De werkgever heeft tussen 12 maart en 31 december 2020 geen uitkering betaald aan de aandeelhouders onder de vorm van een inkoop van eigen aandelen of een toekenning of uitkering van dividenden, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves, een kapitaalvermindering of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen.
  • De werkgever heeft geen link met een vennootschap in een belastingparadijs of verricht ook geen betalingen aan deze vennootschappen, tenzij wanneer de betaling gerechtvaardigd is.

Aangezien we niet over alle informatie over deze drie voorwaarden beschikken om de vrijstelling automatisch te kunnen toepassen, zullen we een verklaring op eer vanwege de werkgever vragen vooraleer we de vermindering effectief berekenen.

 

Vanaf wanneer is de vrijstelling bedrijfsvoorheffing toepasbaar?

 

Momenteel bevat de wetgeving nog heel wat onduidelijkheden en wacht de Unie van Sociaal Secretariaten nog op verduidelijking via een circulaire van FOD Financiën.

Vermits juni al is afgesloten, en de betalingen van de bedrijfsvoorheffing al gedaan zijn, zal er een retroactieve berekening door ons gebeuren. Daarna zal de vermindering verrekend worden of terugbetaald wordt door de FOD Financiën.

Voor de maand juli blijft de betaaltermijn voor de volledige bedrijfsvoorheffing ook onveranderd.

Vanaf het ogenblik dat wij deze vermindering (retroactief) kunnen berekenen, nemen wij contact met de aangesloten bedrijven op.

Studenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onder een voordelige sociale zekerheidsregeling tewerkgesteld worden. Voordelig voor zowel de werkgever als de student zelf. In die zin dat op het verdiend studentenloon in plaats van de normale RSZ-bijdragen (13,07 % werknemersbijdrage, ongeveer 27,50 % werkgeversbijdrage + voor de arbeiders: bijdrage voor fondsen voor bestaanszekerheid en bijdrage voor specifieke stelsels zoals het zegelstelsel bouw) een solidariteitsbijdrage verschuldigd is, gelijk aan:

  • 2,71 % ten laste van de student
  • 5,43 % ten laste van de werkgever

Om van het voordelig solidariteitsbijdrageregime te kunnen genieten, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de student moet tewerkgesteld zijn krachtens een studentenovereenkomst;
  • de student moet tewerkgesteld zijn tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen;
  • er moet tijdig een geldige DIMONA-aangifte “student” worden uitgevoerd, namelijk ten laatste op de dag waarop de prestaties aanvangen. 

 

Belangrijk:

De voordelige solidariteitsbijdrageregeling geldt ook slechts voor de eerste 475 uur per kalenderjaar.

 

Aan de hand van de DIMONA-aangifte wordt de al dan niet overschrijding van het jaarlijkse contingent van 475 uur gecontroleerd: als deze grens overschreden is, dan wordt de werkgever hiervan verwittigd in het DIMONA-ontvangstbewijs. Dit betekent niet dat de tewerkstelling niet meer is toegestaan, maar wel dat er op het loon voor de uren waarop het contingent wordt overschreden, gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

De DIMONA-aangifte moet ook vooraf gebeuren !

De DIMONA studenten dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de DIMONA later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen worden aan normale sociale zekerheidsbijdragen.

Een correctie van een laattijdige DIMONA is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende DIMONA-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

 

In de DIMONA-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar een hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren, die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het “aantal uren” worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Bedienden die regelmatig gebruik maken van de fiets om zich te verplaatsen tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling, hebben sinds 1 juli 2020 recht op een fietsvergoeding ten laste van hun werkgever. Dit volgt uit de cao die in 2019 werd afgesloten binnen het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC 200).

De vergoeding is vastgesteld op 0,10 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer, met een maximum van 4 euro per arbeidsdag. Deze fietsvergoeding is niet onderworpen aan sociale bijdragen en is vrij van belastingen.

De bediende die wil genieten van een fietsvergoeding moet aan zijn werkgever een ondertekende verklaring bezorgen dat hij/zij regelmatig gebruik maakt van de fiets voor het woon-werktraject. Verdere toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd op ondernemingsvlak. Dit gaat bv. over het bepalen wat “regelmatig gebruik” is, het vastleggen van het aantal kilometers, het rapporteren van het aantal trajecten, enz.

De cao bepaalt dat de fietsvergoeding niet cumuleerbaar is met andere tussenkomsten voor het woon-werktraject, met uitzondering van de tussenkomst in het openbaar vervoer. De fietsvergoeding is dus niet combineerbaar met een bedrijfsvoertuig of met een vergoeding voor het gebruik van eigen wagen. Als de bediende in combinatie met de fiets ook het openbaar vervoer gebruikt om zich naar het werk te begeven, is er wel recht op de fietsvergoeding naast de tussenkomst voor het openbaar vervoer.

Bedrijven die al een fietsvergoeding toekennen aan hun bedienden, blijven hun eigen regeling ongewijzigd toepassen, voor zover die minstens gelijkwaardig is aan de sectorale regeling. De sectorale vergoeding komt dus niet bovenop de eigen vergoeding die ze al toekennen.

We herhalen dat ook in de cao van het PC 124 een fietsvergoeding is vastgelegd voor het woon-werkverkeer. Voor de arbeiders-bouw bedraagt die vergoeding 0,24 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Graag geven wij jullie een laatste stand van zaken van verschillende ‘Corona’-gerelateerde maatregelen, waarvan de wettelijke basis tijdens het bouwverlof gelegd werd.
We overlopen deze maatregelen hieronder opgesplitst in drie onderwerpen.

1. Tijdelijke werkloosheid overmacht Corona

Vanaf 1 september 2020 wijzigt er heel wat op het vlak van de tijdelijke werkloosheid overmacht Corona. Wij bundelden hieronder de voornaamste wijzigingen, maar verwijzen ook graag naar het volledige infoblad op de website van de RVA.

De huidige vereenvoudigde administratieve procedure voor tijdelijke werkloosheid overmacht Corona eindigt op 31/08/2020.

Concreet betekent dit wanneer u vanaf 01/09/2020 beroep moet doen op tijdelijke werkloosheid, de vroegere klassieke administratieve procedure doorlopen moet worden.

Tot en met 31/08/2020 kan tijdelijke werkloosheid overmacht Corona ook toegepast worden in situaties die een economische oorzaak hebben.

Dit verandert vanaf 1 september 2020 : vanaf dan is er dan opnieuw een onderscheid tussen tijdelijke werkloosheid overmacht en tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Onder overmacht verstaan we een “plotse, onvoorzienbare gebeurtenis, die buiten de wil van de partijen om, de uitvoering van de arbeidsovereenkomst onmogelijk maken”. Voorbeelden hiervan zijn: een brand in een bedrijf, een elektriciteitspanne buiten het bedrijf, een werknemer beschikt over een quarantaine-getuigschrift, …

Kunt u uw werknemers niet tewerkstellen omwille van gebrek aan werk door economische aard, dan kan u enkel tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen inroepen.

Voor beide types tijdelijke werkloosheid is de volledige administratieve procedure terug opnieuw van toepassing vanaf 1 september 2020.

Er zijn echter uitzonderingen, namelijk voor :

1.1 Hard getroffen sectoren of ondernemingen:

Enkel de sectoren en ondernemingen die uitzonderlijk hard getroffen zijn door de crisis, mogen de lopende vereenvoudigde administratieve procedure blijven toepassen tot en met 31/12/2020.

De sectoren die uitzonderlijk hard getroffen zijn, worden formeel vastgelegd door de Minister van Werk en zullen nog gecommuniceerd worden. Vermoedelijk zal de horeca en de evenementensector hier onder vallen.

De ondernemingen die menen in aanmerking te komen om verder de vereenvoudigde procedure te mogen toepassen, en hiervoor zekerheid willen op korte termijn, kunnen het volgende criterium van uitzonderlijk hard getroffen onderneming toepassen:

Een uitzonderlijk hard getroffen onderneming is een werkgever die tijdens het tweede kwartaal 2020 voor minstens 20% van de normaal gewerkte arbeidstijd tijdelijke werkloosheid heeft toegepast. Zowel de dagen tijdelijke werkloosheid wegens corona als de eventuele dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen, voor arbeiders en bedienden, komen in aanmerking.

Ons sociaal secretariaat gaat voor alle ondernemingen deze 20%-berekening eerstdaags uitvoeren en stelt de bedrijven van het resultaat in kennis. Samen met dit rapport zal er een formulier C106A-CORONA-HGO afgeleverd worden. Deze moet u per mail verzenden naar de dienst tijdelijke werkloosheid van het werkloosheidsbureau bevoegd voor de gemeente waar uw maatschappelijke zetel gevestigd is.

Krijgt u van de RVA een positief antwoord, dan kan u verder de vereenvoudigde procedure tijdelijke werkloosheid overmacht toepassen vanaf 01/09/2020 t.e.m. 31/12/2020. U geeft ons dan enkel de dagen van de tijdelijke werkloosheid-overmacht door voor de loonberekening en voltooit de meldingsplicht aan uw werknemer(s).

Is het antwoord negatief kan u nagaan of u, mits het volgen van de administratieve procedure, beroep kan doen op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

1.2 Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen

Tijdens de periode 01/09/2020 – 31/12/2020 zijn er soepelere voorwaarden om beroep te doen op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Arbeiders

De wettelijke maximumduur van de schorsing van de arbeidsovereenkomst wordt verhoogd:

  • een stelsel van volledige schorsing kan worden aangevraagd voor 8 weken (in plaats van 4 weken);
  • een stelsel van grote schorsing (*) kan worden aangevraagd voor 18 weken (in plaats van 3 maanden).

Na afloop van de maximumduur (8 of 18 weken), is er een verplichte werkweek alvorens u eventueel opnieuw beroep doet op tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Bedienden

Als werkgever zijn er voorafgaande voorwaarden (Infoblad E54) waaraan u moet voldoen om tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen in te roepen voor uw bedienden.

Heeft u in het verleden al een aanvraag ingediend en goedkeuring bekomen, dan kan u beroep doen op de procedure tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen.

Heeft u nog nooit beroep gedaan op tijdelijke werkloosheid voor bedienden – afgezien van de periode sinds maart wegens het coronavirus - , kunt u een aanvraag doen via het zogenaamde overgangsstelsel.

De werkgever die de overgangsmaatregelen wil gebruiken, moet:

  • een vermindering met 10% van de omzet of van de productie bewijzen in de loop van het kwartaal dat de invoering van het stelsel van tijdelijke werkloosheid voorafgaat ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2019;
  • 2 dagen opleiding per maand aanbieden aan de bedienden die tijdelijk werkloos worden gesteld;
  • gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst die of een ondernemingsplan dat werd afgesloten voor de periode van 01.09.2020 tot en met 31.12.2020.

Om gebruik te maken van de overgangsmaatregelen, moet u als werkgever het formulier C106A-CORONA-OVERGANGSSTELSEL aangetekend versturen naar de dienst Tijdelijke werkloosheid van het RVA-kantoor dat bevoegd is in functie van de maatschappelijke zetel. U doet dat ten laatste 14 dagen voor de eerste mededeling 'schorsing bedienden wegens werkgebrek'.

U bent als werkgever uiteraard vrij om de klassieke procedure aan te vragen, dan wel de aanvraag via het overgangsstelsel te doen. Gebruikmakend van de overgangsmaatregel bent u als werkgever verplicht om twee vormingsdagen per maand aan te bieden aan de bedienden die tijdelijk werkloos worden gesteld.

De volledige informatie over de overgangsmaatregelen tijdelijke werkloosheid, en de verschillen met de gewone stelsels, vindt u op de website van de RVA.

Vanaf augustus 2020 zal tijdelijke werkloosheid overmacht aan ons doorgegeven moeten worden met een nieuwe looncode 0987.

 

2. Consumptiecheques:

De federale overheid heeft de consumptiecheque in het leven geroepen als steunmaatregel om het hoofd te bieden aan de coronacrisis. De cheque heeft als doel om de werknemers meer koopkracht te geven en de zwaarst getroffen sectoren te steunen.

De consumptiecheque is vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing voor de werknemer en is bijkomend aftrekbaar als beroepskost voor de werkgever.

De toekenning van de consumptiecheques moet schriftelijk geregeld worden in een sectorale cao, een ondernemings-cao of individuele overeenkomsten met de werknemers indien er geen syndicale afvaardiging binnen het bedrijf is. Wij kunnen u een voorbeeld van een individuele overeenkomst bezorgen.

Het maximumbedrag per werknemer bedraagt €300 en mag geen bestaande voordelen vervangen. De consumptiecheque wordt aan alle personeelsleden toegekend, of aan een objectief afgebakende personeelsgroep (cfr. de maaltijdcheques).

De werknemer kan de consumptiecheques spenderen in zwaar getroffen sectoren zoals de horeca, de cultuursector en die van de sportverenigingen.

De consumptiecheques kunnen tot 31/12/2020 toegekend worden, ze blijven geldig tot 07/06/2021.

De papieren consumptiecheques kunnen besteld worden bij Edenred & Sodexo, Monizze biedt ze ook elektronisch aan. Als u consumptiecheques aan uw werknemers toekent, dienen wij ze ook op te nemen in de loonverwerking.

 

3. Vrijstelling Bedrijfsvoorheffing Corona

De overheid heeft als steunmaatregel voor de werkgevers ten tijde van deze economische crisis een loonlastenverlaging goedgekeurd. De wet van 15 juli 2020 houdende diverse fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie, zorgt voor een mogelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Dit voor de betalingen van de bedrijfsvoorheffing voor de maanden juni, juli en augustus 2020.

De vrijstelling geldt enkel voor bedrijfsvoorheffing voorkomend uit de lonen van werknemers. Zodoende wil de overheid de personeelskost verlagen voor de ondernemingen en de tewerkstelling beschermen.  


Hoeveel bedraagt deze vrijstelling?

Zij komt overeen met :

50% van het verschil tussen het totale bedrijfsvoorheffingsbedrag van de maand waarop de doorstorting betrekking heeft (juni, juli of augustus 2020) en het totale bedrijfsvoorheffingsbedrag van de maand mei 2020 (de referentiemaand).


Voorbeeld: Vrijstelling BV juni = (BV juni - BV mei)/2


De bedrijfsvoorheffing mag niet voorkomen uit achterstallige loonbetalingen, eindejaarspremies, vakantiegelden,… maar dus enkel uit belastbare bezoldigingen voor de werknemersprestaties van de drie vermelde maanden.

Deze vrijstelling is combineerbaar met andere vrijstellingen voor bedrijfsvoorheffing waarop de onderneming aanspraak kan maken waardoor er ook een overdracht van saldo aan te crediteren bedrijfsvoorheffing mag plaatsvinden naar een volgende maand toe. Echter niet naar een volgend kalenderjaar.
Het totale bedrag aan vrijgestelde bedrijfsvoorheffing mag over drie maanden niet meer bedragen dan 20 miljoen Euro.


Welke voorwaarden voor de ondernemingen?

Belangrijk om te weten is dat de wetgeving uitsluitend bedoeld is voor werkgevers die voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • De werkgever heeft tussen 12 maart en 31 mei 2020 voor een ononderbroken periode van 30 opeenvolgende kalenderdagen een beroep gedaan op tijdelijke werkloosheid omwille van corona. Het is niet vereist dat alle werknemers in de onderneming tijdelijk werkloos waren. Het volstaat dat er elke dag van de betrokken periode minstens één werknemer tijdelijk werkloos was binnen de onderneming. Bovendien moet dit niet noodzakelijk altijd dezelfde persoon Een systeem waarbij de werknemers alternerend tijdelijk werkloos waren, komt ook in aanmerking.
  • De werkgever heeft tussen 12 maart en 31 december 2020 geen uitkering betaald aan de aandeelhouders onder de vorm van een inkoop van eigen aandelen of een toekenning of uitkering van dividenden, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves, een kapitaalvermindering of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen.
  • De werkgever heeft geen link met een vennootschap in een belastingparadijs of verricht ook geen betalingen aan deze vennootschappen, tenzij wanneer de betaling gerechtvaardigd is.

Aangezien we niet over alle informatie over deze drie voorwaarden beschikken om de vrijstelling automatisch te kunnen toepassen, zullen we een verklaring op eer vanwege de werkgever vragen vooraleer we de vermindering effectief berekenen.

 

Vanaf wanneer is de vrijstelling bedrijfsvoorheffing toepasbaar?

 

Momenteel bevat de wetgeving nog heel wat onduidelijkheden en wacht de Unie van Sociaal Secretariaten nog op verduidelijking via een circulaire van FOD Financiën.

Vermits juni al is afgesloten, en de betalingen van de bedrijfsvoorheffing al gedaan zijn, zal er een retroactieve berekening door ons gebeuren. Daarna zal de vermindering verrekend worden of terugbetaald wordt door de FOD Financiën.

Voor de maand juli blijft de betaaltermijn voor de volledige bedrijfsvoorheffing ook onveranderd.

Vanaf het ogenblik dat wij deze vermindering (retroactief) kunnen berekenen, nemen wij contact met de aangesloten bedrijven op.

Studenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onder een voordelige sociale zekerheidsregeling tewerkgesteld worden. Voordelig voor zowel de werkgever als de student zelf. In die zin dat op het verdiend studentenloon in plaats van de normale RSZ-bijdragen (13,07 % werknemersbijdrage, ongeveer 27,50 % werkgeversbijdrage + voor de arbeiders: bijdrage voor fondsen voor bestaanszekerheid en bijdrage voor specifieke stelsels zoals het zegelstelsel bouw) een solidariteitsbijdrage verschuldigd is, gelijk aan:

  • 2,71 % ten laste van de student
  • 5,43 % ten laste van de werkgever

Om van het voordelig solidariteitsbijdrageregime te kunnen genieten, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de student moet tewerkgesteld zijn krachtens een studentenovereenkomst;
  • de student moet tewerkgesteld zijn tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen;
  • er moet tijdig een geldige DIMONA-aangifte “student” worden uitgevoerd, namelijk ten laatste op de dag waarop de prestaties aanvangen. 

 

Belangrijk:

De voordelige solidariteitsbijdrageregeling geldt ook slechts voor de eerste 475 uur per kalenderjaar.

 

Aan de hand van de DIMONA-aangifte wordt de al dan niet overschrijding van het jaarlijkse contingent van 475 uur gecontroleerd: als deze grens overschreden is, dan wordt de werkgever hiervan verwittigd in het DIMONA-ontvangstbewijs. Dit betekent niet dat de tewerkstelling niet meer is toegestaan, maar wel dat er op het loon voor de uren waarop het contingent wordt overschreden, gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

De DIMONA-aangifte moet ook vooraf gebeuren !

De DIMONA studenten dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de DIMONA later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen worden aan normale sociale zekerheidsbijdragen.

Een correctie van een laattijdige DIMONA is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende DIMONA-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

 

In de DIMONA-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar een hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren, die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het “aantal uren” worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Bedienden die regelmatig gebruik maken van de fiets om zich te verplaatsen tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling, hebben sinds 1 juli 2020 recht op een fietsvergoeding ten laste van hun werkgever. Dit volgt uit de cao die in 2019 werd afgesloten binnen het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC 200).

De vergoeding is vastgesteld op 0,10 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer, met een maximum van 4 euro per arbeidsdag. Deze fietsvergoeding is niet onderworpen aan sociale bijdragen en is vrij van belastingen.

De bediende die wil genieten van een fietsvergoeding moet aan zijn werkgever een ondertekende verklaring bezorgen dat hij/zij regelmatig gebruik maakt van de fiets voor het woon-werktraject. Verdere toepassingsmodaliteiten worden vastgelegd op ondernemingsvlak. Dit gaat bv. over het bepalen wat “regelmatig gebruik” is, het vastleggen van het aantal kilometers, het rapporteren van het aantal trajecten, enz.

De cao bepaalt dat de fietsvergoeding niet cumuleerbaar is met andere tussenkomsten voor het woon-werktraject, met uitzondering van de tussenkomst in het openbaar vervoer. De fietsvergoeding is dus niet combineerbaar met een bedrijfsvoertuig of met een vergoeding voor het gebruik van eigen wagen. Als de bediende in combinatie met de fiets ook het openbaar vervoer gebruikt om zich naar het werk te begeven, is er wel recht op de fietsvergoeding naast de tussenkomst voor het openbaar vervoer.

Bedrijven die al een fietsvergoeding toekennen aan hun bedienden, blijven hun eigen regeling ongewijzigd toepassen, voor zover die minstens gelijkwaardig is aan de sectorale regeling. De sectorale vergoeding komt dus niet bovenop de eigen vergoeding die ze al toekennen.

We herhalen dat ook in de cao van het PC 124 een fietsvergoeding is vastgelegd voor het woon-werkverkeer. Voor de arbeiders-bouw bedraagt die vergoeding 0,24 euro per effectief met de fiets afgelegde kilometer.