Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Heel wat werkgevers stellen kosteloos een PC, GSM of tablet ter beschikking van hun werknemers. Indien deze apparaten ook voor privédoeleinden mogen gebruikt worden, dan wordt dit beschouwd als een privé belastbaar voordeel van alle aard.

De regelgeving hieromtrent was sterk verouderd. Zo werd er bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met laptops en tablets en was het onduidelijk hoe men smartphones moest beoordelen omdat die toestellen zowel een voordeel via het toestel als via het internet vertegenwoordigen. Bovendien hanteerden de RSZ en de FOD Financiën niet steeds dezelfde bedragen.

Vanaf 1 januari 2018 wordt het huidige stelsel gemoderniseerd op 2 manieren:
1. de bedragen worden aangepast aan de huidige waarde van een gratis terbeschikkingstelling;
2. de forfaits zullen voortaan gelijk zijn voor de RSZ en de FOD Financiën.

Overzicht van de bedragen (op maandbasis):

Maandelijks forfait vanaf 1/1/2018

PC en/of laptop

€ 6 (per toestel)

Tablet,GSM en smartphone

€ 3 (per toestel)

Gratis internet

€ 5 (één maal)

Telefoonabonnement

€ 4

 

Er moet een voordeel van alle aard in rekening worden gebracht per toestel.
Het forfait voor het gratis internet moet daarentegen maar één maal in rekening worden gebracht; het speelt daarbij geen rol hoeveel toestellen gebruik kunnen maken van de internetverbinding en of het gaat om een vaste of mobiele aansluiting.
 
Ter verduidelijking: indien een werkgever een smartphone ter beschikking stelt en het telefoon- en internet-abonnement betaalt, bedraagt het maandelijks voordeel privégebruik: 3 € + 5 € + 4 € = 12 €/maand.
Als diezelfde werknemer een laptop ter beschikking krijgt van de werkgever, verhoogt het voordeel met 6 € en komt het op 18 €/maand.
 
Wettelijke referentie: Koninklijk Besluit van 2 november 2017 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik  van een kosteloos ter beschikking gestelde PC, tablet, internetaansluiting, mobiele telefoon of vast of mobiel telefoonabonnement (B.S. 13/11/2017).

Wie een rust- of overlevingspensioen geniet, mag nog een beroepsactiviteit als werknemer, ambtenaar of zelfstandige uitoefenen. Gepensioneerden mogen onbeperkt bijverdienen vanaf het jaar waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, of als zij bij de ingang van hun rustpensioen een loopbaan van 45 jaar kunnen bewijzen.

Voor andere gepensioneerden gelden er wel inkomensgrenzen. 

Bij een overschrijding van de grensbedragen, wordt het pensioenbedrag evenredig verminderd met het percentage van de overschrijding (bv. 35% overschrijding = 35% terug te betalen in het daaropvolgende jaar).

De grensbedragen voor toegelaten arbeid van gepensioneerden worden jaarlijks geïndexeerd.
In het Staatsblad van 20 december 2017 werden de nieuwe grensbedragen voor 2018 voor de werknemerspensioenen gepubliceerd.

Voor 2018 gelden de volgende grensbedragen voor het werknemerspensioen:

kinderlast vóór 65 jaar en geen 45 jaar loopbaan of met gezinspensioen vóór 65 jaar met enkel overlevings-pensioen vanaf 65 jaar met enkel overlevings-pensioen of gezinspensioen

werknemer

(bruto)

neen € 8.022 € 18.677 € 23.170
ja € 12.033 € 23.346 € 28.184

zelfstandige

(netto)

neen € 6.417 € 14.942 € 18.536
ja € 9.626 € 18.677 € 22.547

 

Bron: Ministerieel besluit van 15 december 2017 tot aanpassing van de jaarbedragen bedoeld in artikel 64, §§ 2 en 3 van het koninklijk besluit  van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, B.S. 20 december 2017.

Dat een student sinds 1 januari 2017 tot 475 uren kan werken (i.p.v. 50 dagen) is al langer gekend, maar we herinneren u graag aan het belang van de voorafgaandelijke én tijdige Dimona-aangifte die dient te gebeuren.

De Dimona 'STU' dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de Dimona later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als te zijn gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen zijn aan normale bijdragen.

Een correctie van een laattijdige Dimona is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende Dimona-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

In de Dimona-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar de hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het 'aantal uren' worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen.

Voor arbeidsovereenkomsten die in het nieuwe jaar van start gaan, dient u dus opnieuw aan deze verplichting te denken. 

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Heel wat werkgevers stellen kosteloos een PC, GSM of tablet ter beschikking van hun werknemers. Indien deze apparaten ook voor privédoeleinden mogen gebruikt worden, dan wordt dit beschouwd als een privé belastbaar voordeel van alle aard.

De regelgeving hieromtrent was sterk verouderd. Zo werd er bijvoorbeeld nog geen rekening gehouden met laptops en tablets en was het onduidelijk hoe men smartphones moest beoordelen omdat die toestellen zowel een voordeel via het toestel als via het internet vertegenwoordigen. Bovendien hanteerden de RSZ en de FOD Financiën niet steeds dezelfde bedragen.

Vanaf 1 januari 2018 wordt het huidige stelsel gemoderniseerd op 2 manieren:
1. de bedragen worden aangepast aan de huidige waarde van een gratis terbeschikkingstelling;
2. de forfaits zullen voortaan gelijk zijn voor de RSZ en de FOD Financiën.

Overzicht van de bedragen (op maandbasis):

Maandelijks forfait vanaf 1/1/2018

PC en/of laptop

€ 6 (per toestel)

Tablet,GSM en smartphone

€ 3 (per toestel)

Gratis internet

€ 5 (één maal)

Telefoonabonnement

€ 4

 

Er moet een voordeel van alle aard in rekening worden gebracht per toestel.
Het forfait voor het gratis internet moet daarentegen maar één maal in rekening worden gebracht; het speelt daarbij geen rol hoeveel toestellen gebruik kunnen maken van de internetverbinding en of het gaat om een vaste of mobiele aansluiting.
 
Ter verduidelijking: indien een werkgever een smartphone ter beschikking stelt en het telefoon- en internet-abonnement betaalt, bedraagt het maandelijks voordeel privégebruik: 3 € + 5 € + 4 € = 12 €/maand.
Als diezelfde werknemer een laptop ter beschikking krijgt van de werkgever, verhoogt het voordeel met 6 € en komt het op 18 €/maand.
 
Wettelijke referentie: Koninklijk Besluit van 2 november 2017 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik  van een kosteloos ter beschikking gestelde PC, tablet, internetaansluiting, mobiele telefoon of vast of mobiel telefoonabonnement (B.S. 13/11/2017).

Wie een rust- of overlevingspensioen geniet, mag nog een beroepsactiviteit als werknemer, ambtenaar of zelfstandige uitoefenen. Gepensioneerden mogen onbeperkt bijverdienen vanaf het jaar waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, of als zij bij de ingang van hun rustpensioen een loopbaan van 45 jaar kunnen bewijzen.

Voor andere gepensioneerden gelden er wel inkomensgrenzen. 

Bij een overschrijding van de grensbedragen, wordt het pensioenbedrag evenredig verminderd met het percentage van de overschrijding (bv. 35% overschrijding = 35% terug te betalen in het daaropvolgende jaar).

De grensbedragen voor toegelaten arbeid van gepensioneerden worden jaarlijks geïndexeerd.
In het Staatsblad van 20 december 2017 werden de nieuwe grensbedragen voor 2018 voor de werknemerspensioenen gepubliceerd.

Voor 2018 gelden de volgende grensbedragen voor het werknemerspensioen:

kinderlast vóór 65 jaar en geen 45 jaar loopbaan of met gezinspensioen vóór 65 jaar met enkel overlevings-pensioen vanaf 65 jaar met enkel overlevings-pensioen of gezinspensioen

werknemer

(bruto)

neen € 8.022 € 18.677 € 23.170
ja € 12.033 € 23.346 € 28.184

zelfstandige

(netto)

neen € 6.417 € 14.942 € 18.536
ja € 9.626 € 18.677 € 22.547

 

Bron: Ministerieel besluit van 15 december 2017 tot aanpassing van de jaarbedragen bedoeld in artikel 64, §§ 2 en 3 van het koninklijk besluit  van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, B.S. 20 december 2017.

Dat een student sinds 1 januari 2017 tot 475 uren kan werken (i.p.v. 50 dagen) is al langer gekend, maar we herinneren u graag aan het belang van de voorafgaandelijke én tijdige Dimona-aangifte die dient te gebeuren.

De Dimona 'STU' dient ten laatste te gebeuren op de dag van het begin van de prestaties. Doet u de Dimona later, dan zullen alle geplande uren beschouwd worden als te zijn gepresteerd buiten het contingent van 475 uren én dus onderworpen zijn aan normale bijdragen.

Een correctie van een laattijdige Dimona is niet mogelijk.

Wanneer u een student onverwacht meer uren laat werken, doet u best een wijzigende Dimona-aangifte voor deze uren. Een dergelijke aangifte zal niet beschouwd worden als laattijdig wanneer ze enkel het aantal uren betreft.

In de Dimona-aangifte kan niet met decimalen gewerkt worden, dus moet het aantal uren steeds afgerond worden naar de hogere eenheid. Enkel de werkelijk gepresteerde uren worden aangegeven. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren die geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever loon betaalt, moet niet in het 'aantal uren' worden opgenomen. Deze uren worden dus ook niet ingehouden op het contingent van 475 uren, maar de vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen.

Voor arbeidsovereenkomsten die in het nieuwe jaar van start gaan, dient u dus opnieuw aan deze verplichting te denken. 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...