Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, gepubliceerd in het Staatsblad van 30 maart 2018, of ook wel eens Relancewet genoemd, bevat een luik dat een belangrijke lastenverlaging voor de bedrijven uit de bouwsector inhoudt.   

 

De regering had zich tot deze lastenverlaging geëngageerd om Belgische bouwbedrijven, die eigen personeel in dienst willen blijven houden, in staat te stellen weer voldoende concurrentievermogen te verwerven en op die manier de concurrentie van buitenlandse bedrijven te weerstaan die afkomstig zijn uit EU-landen waar de loonlasten veel minder hoog zijn dan in België.

Hierna geven we al een eerste toelichting bij de voornaamste principes van de lastenverlaging.

Voor meer details en concrete toepassingsmodaliteiten is het wachten op instructies van de belastingadministratie die wij binnenkort verwachten.

 1. Principe

De lastenverlaging bestaat concreet uit een vrijstelling van doorstorting van een deel van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon van de werknemer. Het gaat om een uitbreiding van de bestaande vrijstelling voor de ondernemingen waar arbeid in opeenvolgende ploegen wordt verricht.

Het gaat om een voordeel dat enkel ten goede komt aan de werkgever. Het geeft dus geen enkele invloed op het nettoloon van de werknemer.

 2. Toepassingsvoorwaarden

 Om de vrijstelling te kunnen toepassen moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 

  • Het moet gaan om werknemers die op locatie worden tewerkgesteld (op een werf dus en niet bijv. in het atelier of het magazijn van de onderneming);

  • Zij moeten daar werken in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in de regelgeving betreffende de BTW (art. 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992);

  • Zij moeten in ploegverband werken. Dit houdt in dat het werk moet verricht worden in één of meerdere ploegen van minstens 2 personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;

  • Hun bruto uurloon moet minstens 13,75 euro bedragen (wat het geval is voor de arbeiders van het PC 124 -Bouw gezien het minimumloon voor categorie I boven dit drempelbedrag ligt). In vergelijking met de regeling voor opeenvolgende ploegen, is voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist dat een ploegenpremie (toeslag boven het normaal loon) betaald of toegekend wordt. 

    3. Percentage van de vrijstelling

     De vrijstelling is gelijk aan een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen:

    • 3% in 2018;

    • 6% in 2019;

    • 18% vanaf 2020. 

      De vrijstelling geldt enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die werken in onroerende staat verrichten in ploegverband op locatie.

      Premies, vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen worden uit de berekeningsbasis gesloten.

      4. Inwerkingtreding

      De Relancewet werd op 30 maart 2018  in het Staatsblad gepubliceerd met als datum van inwerkintreding 1 januari 2018. De belastingsvrijstelling is dus toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.

      Op dit ogenblik zijn er nog heel wat toepassingsvragen die door de FOD Financiën uitgeklaard moeten worden.

      De administratieve instructies zullen ook nog duidelijk moeten maken hoe het voordeel ook nog voor de voorbije maanden waarvoor de bedrijfsvoorheffing intussen gestort is, kan toegepast worden.

      Uiteraard volgen wij dit op de voet op en komen we er naar de ondernemingen op terug van zodra de belastingsvrijstelling (met terugwerkende kracht) praktisch kan toegepast worden.  Uiteraard gaan wij eerst van de bedrijven heel wat informatie over wie, waar en in welke ploegen werkt of heeft gewerkt in 2018, moeten ontvangen.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Graag stellen wij u onze nieuwe Gids voor de Werkgever 2018 voor.

Deze Gids geeft u een algemeen en beknopt overzicht van de verplichtingen die u als werkgever ten aanzien van uw personeelsleden heeft.

Uiteraard is deze Gids niet alomvattend en kan u voor bijkomende vragen of informatie steeds terecht bij één van onze medewerkers.

 

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

De wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, gepubliceerd in het Staatsblad van 30 maart 2018, of ook wel eens Relancewet genoemd, bevat een luik dat een belangrijke lastenverlaging voor de bedrijven uit de bouwsector inhoudt.   

 

De regering had zich tot deze lastenverlaging geëngageerd om Belgische bouwbedrijven, die eigen personeel in dienst willen blijven houden, in staat te stellen weer voldoende concurrentievermogen te verwerven en op die manier de concurrentie van buitenlandse bedrijven te weerstaan die afkomstig zijn uit EU-landen waar de loonlasten veel minder hoog zijn dan in België.

Hierna geven we al een eerste toelichting bij de voornaamste principes van de lastenverlaging.

Voor meer details en concrete toepassingsmodaliteiten is het wachten op instructies van de belastingadministratie die wij binnenkort verwachten.

 1. Principe

De lastenverlaging bestaat concreet uit een vrijstelling van doorstorting van een deel van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon van de werknemer. Het gaat om een uitbreiding van de bestaande vrijstelling voor de ondernemingen waar arbeid in opeenvolgende ploegen wordt verricht.

Het gaat om een voordeel dat enkel ten goede komt aan de werkgever. Het geeft dus geen enkele invloed op het nettoloon van de werknemer.

 2. Toepassingsvoorwaarden

 Om de vrijstelling te kunnen toepassen moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 

  • Het moet gaan om werknemers die op locatie worden tewerkgesteld (op een werf dus en niet bijv. in het atelier of het magazijn van de onderneming);

  • Zij moeten daar werken in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in de regelgeving betreffende de BTW (art. 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992);

  • Zij moeten in ploegverband werken. Dit houdt in dat het werk moet verricht worden in één of meerdere ploegen van minstens 2 personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;

  • Hun bruto uurloon moet minstens 13,75 euro bedragen (wat het geval is voor de arbeiders van het PC 124 -Bouw gezien het minimumloon voor categorie I boven dit drempelbedrag ligt). In vergelijking met de regeling voor opeenvolgende ploegen, is voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist dat een ploegenpremie (toeslag boven het normaal loon) betaald of toegekend wordt. 

    3. Percentage van de vrijstelling

     De vrijstelling is gelijk aan een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen:

    • 3% in 2018;

    • 6% in 2019;

    • 18% vanaf 2020. 

      De vrijstelling geldt enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die werken in onroerende staat verrichten in ploegverband op locatie.

      Premies, vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen worden uit de berekeningsbasis gesloten.

      4. Inwerkingtreding

      De Relancewet werd op 30 maart 2018  in het Staatsblad gepubliceerd met als datum van inwerkintreding 1 januari 2018. De belastingsvrijstelling is dus toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.

      Op dit ogenblik zijn er nog heel wat toepassingsvragen die door de FOD Financiën uitgeklaard moeten worden.

      De administratieve instructies zullen ook nog duidelijk moeten maken hoe het voordeel ook nog voor de voorbije maanden waarvoor de bedrijfsvoorheffing intussen gestort is, kan toegepast worden.

      Uiteraard volgen wij dit op de voet op en komen we er naar de ondernemingen op terug van zodra de belastingsvrijstelling (met terugwerkende kracht) praktisch kan toegepast worden.  Uiteraard gaan wij eerst van de bedrijven heel wat informatie over wie, waar en in welke ploegen werkt of heeft gewerkt in 2018, moeten ontvangen.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Graag stellen wij u onze nieuwe Gids voor de Werkgever 2018 voor.

Deze Gids geeft u een algemeen en beknopt overzicht van de verplichtingen die u als werkgever ten aanzien van uw personeelsleden heeft.

Uiteraard is deze Gids niet alomvattend en kan u voor bijkomende vragen of informatie steeds terecht bij één van onze medewerkers.

 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...