Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Op 6 november 2017 legde de regering een ontwerp van Programmawet neer bij het Parlement. Het ontwerp voorziet een aantal nieuwigheden die voor u als werkgever belangrijk kunnen zijn. Hierna vindt u een kort overzicht. Aangezien het nog maar over een wetsontwerp gaat, kunnen er achteraf nog wijzigingen zijn.

Verhoging bijdrage aanvullende pensioenen (Wijninckx-bijdrage)
Sinds enkele jaren moet er een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 1,5% betaald worden op aanvullende pensioenen indien de gestorte premies meer dan € 31.836 (bedrag 2017) bedragen. Deze bijzondere bijdrage komt bovenop de gewone patronale bijdrage van 8,86%. De Wijninckx-bijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. Vanaf 1 januari 2018 verhoogt deze bijdrage tot 3%.

Uitbreiding flexi-jobs
Het systeem van de flexi-jobs dat momenteel al in de horeca bestaat, wordt vanaf 1 januari 2018 uitgebreid tot de volgende sectoren: industriële broodbakkerijen, kleinbakkerijen en kleinbanketbakkerijen (PC 118.03), handel in voedingswaren (PC 119 + PC 202), zelfstandige kleinhandel (PC 201), middelgrote levensmiddelenbedrijven (PC 202.01), grote kleinhandelszaken (PC 311), warenhuizen (PC 312) en kappersbedrijf en schoonheidszorgen (PC 314). Ook de uitzendkrachten tewerkgesteld in deze sectoren en gepensioneerden kunnen vanaf 1 januari 2018 een flexi-job uitoefenen.

Winstpremie
Sinds 2001 kan een werkgever zijn werknemers laten deelnemen in de winst of het kapitaal van de onderneming. Omdat dit systeem weinig succes kent, voert de regering een nieuwe winstpremie in waardoor de werkgever op een (para)fiscaal vriendelijke manier een deel van de winst van de onderneming in de vorm van een bonus kan toekennen aan al zijn werknemers.
Een identieke winstpremie, waarbij een gelijk bedrag of percentage wordt toegekend aan alle werknemers, kan worden toegekend door een beslissing van de algemene vergadering. Een gecategoriseerde winstpremie, waarbij de hoogte van de premie kan variëren op basis van een aantal objectieve criteria, wordt ingevoerd via een ondernemings-cao of een toetredingsakte.
De werknemer betaalt een solidariteitsbijdrage van 13,07% en 7% belastingen (15% indien de premie is toegekend in het kader van een investeringsplan en het voorwerp is van een niet achtergestelde lening).
De werkgever betaalt geen patronale RSZ-bijdragen; de premie is niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.
De winstpremies kunnen worden toegekend op basis van de winst van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 30 september 2017.

Uitbreiding nacht- en zondagarbeid in de e-commerce
De procedure om werknemers in de e-commerce ’s nachts en op zondag tewerk te stellen, wordt tijdelijk versoepeld. De versoepeling geldt enkel voor de bedrijven in elektronische handel van (roerende) goederen, niet van diensten.
Om tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 nacht- of zondagarbeid in te voeren in de e-commerce, volstaat het meestal om het arbeidsreglement te wijzigen of een gewone ondernemings-cao af te sluiten (de handtekening van één vakbond volstaat dus). Bij neerlegging van de cao bij de FOD WASO wordt het arbeidsreglement automatisch gewijzigd.

Activeringsbijdrage voor oudere werknemers die vrijgesteld worden van prestaties
Door de verstrenging van de voorwaarden van het SWT zijn er meer en meer werkgevers die – in het kader van een herstructurering – hun oudere werknemers die niet in aanmerking komen voor SWT, vrijstellen van prestaties maar het loon toch nog blijven doorbetalen. Dit strookt niet met het beleid van de regering om oudere werknemers aan het werk te houden. Daarom wordt vanaf 1 januari 2018 een activeringsbijdrage ingevoerd. Het bijdragepercentage varieert in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik van vrijstelling van prestaties en blijft ongewijzigd tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Zo moet de werkgever per kwartaal een bijdrage van 20% van het brutokwartaalloon betalen, met een minimum van € 300, voor een werknemer jonger dan 55 die vrijgesteld wordt van prestaties. De bijdrage kan met 40% verminderd worden wanneer de werknemer tijdens de periode van vrijstelling verplicht is om een door de werkgever georganiseerde opleiding van minstens 15 dagen te volgen.

Responsabiliseringsbijdrage deeltijdse werknemers met een IGU
Door de invoering van een responsabiliseringsbijdrage wil de regering de werkgever aansporen om het beschikbare werk in de onderneming bij voorrang toe te kennen aan een deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering die reeds in dienst is bij de werkgever.
De werkgever zal een maandelijkse bijdrage van € 25 per werknemer moeten betalen indien hij een vacante betrekking niet toekent aan de deeltijdse werknemer met een IGU die hierom gevraagd heeft.

Loonbonus niet meer bij sluiting onderneming
Bij een sluiting van onderneming wordt vaak een niet-recurrent resultaatgebonden voordeel toegekend aan het ontslagen personeel. De regering vindt het niet logisch dat een werkgever enerzijds de noodzakelijke middelen vindt om een bonus toe te kennen, maar anderzijds de noodzakelijke middelen niet vindt om zijn personeel aan het werk te houden. Daarom mag de loonbonus vanaf 1 januari 2018 niet meer toegekend worden ingeval van sluiting van onderneming.

Van zodra deze Programmawet definitief gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, komen wij uitgebreid terug op bovenstaande topics.

Naast deze Programmawet verwachten we de komende weken ook nog een aantal andere wetgevende initiatieven op vlak van werk en sociale zaken, zoals bijvoorbeeld:
• Een lastenverlaging voor de bouwsector in de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing;
• Een progressievere opbouw van de opzeggingstermijn tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling (ter compensatie van de afschaffing van de proefperiode);
• De afschaffing van het verbod op uitzendarbeid in een aantal sectoren;
• Het verbod van toepassing van economische werkloosheid in periodes dat de werkgever beroep doet op onderaannemers;
• Enz.

Bron: Ontwerp van Programmawet dd. 06/11/2017

Regelmatig ontvangen wij de vraag welke verplichtingen de werknemer heeft wanneer hij ziek is ? Wij zetten dit even kort voor u op een rijtje

1. Verwittiging
In de eerste plaats moet de werknemer u onmiddellijk op de hoogte stellen van zijn arbeidsongeschiktheid. Het begrip “onmiddellijk” wordt niet omschreven in de wetgeving. Algemeen wordt aangenomen dat hij u op de eerste dag van de ziekte moet verwittigen. U kan hierover best duidelijke afspraken maken in uw arbeidsreglement. Zeg bijvoorbeeld dat de werknemer u (of uw personeelsverantwoordelijke) vóór 10 uur ’s morgens moet verwittigen.
Ook de manier waarop de werknemer u op de hoogte moet brengen van zijn afwezigheid is niet bepaald in de wetgeving. Dit kan per telefoon, fax, e-mail, sms, … . Ingeval van betwisting is het aan de werknemer om te bewijzen dat hij u tijdig heeft verwittigd.
De werknemer die niet voldoet aan deze verplichting, heeft – behoudens overmacht - geen recht op gewaarborgd loon voor alle afwezigheidsdagen vóór de dag van verwittiging.

2. Medisch getuigschrift
De werknemer moet enkel een medisch getuigschrift voorleggen indien dit voorzien is in een CAO of in het arbeidsreglement. Is dit niet voorzien, moet u de werknemer zelf uitdrukkelijk verzoeken om de voorlegging van een attest.
Het arbeidsreglement of de CAO bepalen de termijn waarbinnen het attest moet worden ingediend. Indien geen enkele termijn werd vastgesteld, of indien de werkgever de werknemer verzoekt een medisch getuigschrift in te dienen, moet dit attest binnen de 2 werkdagen (= alle dagen, behalve zon- en feestdagen) voorgelegd worden, vanaf de dag waarop de arbeidsongeschiktheid begint of vanaf de dag waarop de werkgever verzoekt het attest over te maken. De werknemer moet het attest binnen de 2 werkdagen versturen waarbij de poststempel als bewijs geldt.
Indien het medisch getuigschrift niet of pas na de voorgeschreven termijn wordt ingediend, kan de werkgever – behoudens ingeval van overmacht – weigeren om het gewaarborgd loon te betalen voor de dagen ziekte die voorafgaan aan de datum van overhandiging van het attest.

3. Controle
Als werkgever heeft u het recht om de echtheid van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer te controleren. U dient hiervoor beroep te doen op een controlearts. Een werknemer kan niet weigeren de controlearts te ontvangen of zich door hem te laten onderzoeken.
De controle op de arbeidsongeschiktheid kan tijdens de volledige duur van de ziekte en is dus niet beperkt tot de periode gedekt door het gewaarborgd loon. Sinds 2014 is het mogelijk om in een CAO of in het arbeidsreglement te voorzien dat de werknemer zich ter beschikking moet houden van de controlearts gedurende de eerste dagen van de arbeidsongeschiktheid (meestal de eerste 2 dagen). Er kan voorzien worden dat de werknemer zich gedurende een periode van maximum 4 uur die zich moeten situeren tussen 7 uur ’s morgens en 20 uur ’s avonds, ter beschikking moet houden van de controlearts.
Indien de werknemer zich zonder geldige reden onttrekt aan de controle, kan de werkgever weigeren om het gewaarborgd loon te betalen voor de dagen afwezigheid die voorafgaan aan de dag van controle.

4. Arbitrage
De behandelende arts en de controlearts kunnen van mening verschillen over het al dan niet geschikt zijn van de werknemer of over de begindatum en de duur van de arbeidsongeschiktheid. Beide bevindingen zijn gelijkwaardig en heffen mekaar op. Het gevolg is dat de werknemer geen recht heeft op gewaarborgd loon maar evenmin het werk moet hervatten.
De meest gerede partij (de werknemer die gewaarborgd loon wenst of de werkgever die de werknemer het werk wil laten hervatten), kunnen een arts-scheidsrechter aanstellen om het geschil te beslechten. De beslissing van de arts-scheidsrechter is definitief en verbindt beide partijen. De kosten van de scheidsrechtelijke procedure vallen ten laste van de verliezende partij.

Bron: artikel 31 van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Wanneer u aan één van uw werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stelt en hij deze ook voor privé-doeleinden mag gebruiken, zal u hiervoor een solidariteitsbijdrage moeten betalen aan de RSZ.

De solidariteitsbijdrage is afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig, maar ook van het type brandstof. De berekeningsformule wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd op basis van het gezondheidsindexcijfer van de maand september.

Vanaf 1 januari 2018 zal het bedrag van de solidariteitsbijdrage als volgt worden berekend:

- Benzinevoertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 768] : 12 x 1,2708
- Dieselvoertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 600] : 12 x 1,2708
- LPG-voertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 990] : 12 x 1,2708
De minimumbijdrage per maand ligt vanaf 1 januari 2018 vast op € 26,47. De bijdrage voor de elektrisch aangedreven voertuigen bedraagt eveneens € 26,47 per maand.

Voor voertuigen waarvan de CO2-uitstoot niet gekend is, wordt de CO2-uitstoot bepaald op 182 gr/km voor benzinevoertuigen en op 165 gr/km voor dieselvoertuigen. Dit brengt vanaf 1 januari 2018 een solidariteitsbijdrage van € 92,13 met zich mee voor de benzinevoertuigen en van € 93,72 voor de dieselvoertuigen.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Op 6 november 2017 legde de regering een ontwerp van Programmawet neer bij het Parlement. Het ontwerp voorziet een aantal nieuwigheden die voor u als werkgever belangrijk kunnen zijn. Hierna vindt u een kort overzicht. Aangezien het nog maar over een wetsontwerp gaat, kunnen er achteraf nog wijzigingen zijn.

Verhoging bijdrage aanvullende pensioenen (Wijninckx-bijdrage)
Sinds enkele jaren moet er een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 1,5% betaald worden op aanvullende pensioenen indien de gestorte premies meer dan € 31.836 (bedrag 2017) bedragen. Deze bijzondere bijdrage komt bovenop de gewone patronale bijdrage van 8,86%. De Wijninckx-bijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. Vanaf 1 januari 2018 verhoogt deze bijdrage tot 3%.

Uitbreiding flexi-jobs
Het systeem van de flexi-jobs dat momenteel al in de horeca bestaat, wordt vanaf 1 januari 2018 uitgebreid tot de volgende sectoren: industriële broodbakkerijen, kleinbakkerijen en kleinbanketbakkerijen (PC 118.03), handel in voedingswaren (PC 119 + PC 202), zelfstandige kleinhandel (PC 201), middelgrote levensmiddelenbedrijven (PC 202.01), grote kleinhandelszaken (PC 311), warenhuizen (PC 312) en kappersbedrijf en schoonheidszorgen (PC 314). Ook de uitzendkrachten tewerkgesteld in deze sectoren en gepensioneerden kunnen vanaf 1 januari 2018 een flexi-job uitoefenen.

Winstpremie
Sinds 2001 kan een werkgever zijn werknemers laten deelnemen in de winst of het kapitaal van de onderneming. Omdat dit systeem weinig succes kent, voert de regering een nieuwe winstpremie in waardoor de werkgever op een (para)fiscaal vriendelijke manier een deel van de winst van de onderneming in de vorm van een bonus kan toekennen aan al zijn werknemers.
Een identieke winstpremie, waarbij een gelijk bedrag of percentage wordt toegekend aan alle werknemers, kan worden toegekend door een beslissing van de algemene vergadering. Een gecategoriseerde winstpremie, waarbij de hoogte van de premie kan variëren op basis van een aantal objectieve criteria, wordt ingevoerd via een ondernemings-cao of een toetredingsakte.
De werknemer betaalt een solidariteitsbijdrage van 13,07% en 7% belastingen (15% indien de premie is toegekend in het kader van een investeringsplan en het voorwerp is van een niet achtergestelde lening).
De werkgever betaalt geen patronale RSZ-bijdragen; de premie is niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.
De winstpremies kunnen worden toegekend op basis van de winst van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 30 september 2017.

Uitbreiding nacht- en zondagarbeid in de e-commerce
De procedure om werknemers in de e-commerce ’s nachts en op zondag tewerk te stellen, wordt tijdelijk versoepeld. De versoepeling geldt enkel voor de bedrijven in elektronische handel van (roerende) goederen, niet van diensten.
Om tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 nacht- of zondagarbeid in te voeren in de e-commerce, volstaat het meestal om het arbeidsreglement te wijzigen of een gewone ondernemings-cao af te sluiten (de handtekening van één vakbond volstaat dus). Bij neerlegging van de cao bij de FOD WASO wordt het arbeidsreglement automatisch gewijzigd.

Activeringsbijdrage voor oudere werknemers die vrijgesteld worden van prestaties
Door de verstrenging van de voorwaarden van het SWT zijn er meer en meer werkgevers die – in het kader van een herstructurering – hun oudere werknemers die niet in aanmerking komen voor SWT, vrijstellen van prestaties maar het loon toch nog blijven doorbetalen. Dit strookt niet met het beleid van de regering om oudere werknemers aan het werk te houden. Daarom wordt vanaf 1 januari 2018 een activeringsbijdrage ingevoerd. Het bijdragepercentage varieert in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik van vrijstelling van prestaties en blijft ongewijzigd tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Zo moet de werkgever per kwartaal een bijdrage van 20% van het brutokwartaalloon betalen, met een minimum van € 300, voor een werknemer jonger dan 55 die vrijgesteld wordt van prestaties. De bijdrage kan met 40% verminderd worden wanneer de werknemer tijdens de periode van vrijstelling verplicht is om een door de werkgever georganiseerde opleiding van minstens 15 dagen te volgen.

Responsabiliseringsbijdrage deeltijdse werknemers met een IGU
Door de invoering van een responsabiliseringsbijdrage wil de regering de werkgever aansporen om het beschikbare werk in de onderneming bij voorrang toe te kennen aan een deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering die reeds in dienst is bij de werkgever.
De werkgever zal een maandelijkse bijdrage van € 25 per werknemer moeten betalen indien hij een vacante betrekking niet toekent aan de deeltijdse werknemer met een IGU die hierom gevraagd heeft.

Loonbonus niet meer bij sluiting onderneming
Bij een sluiting van onderneming wordt vaak een niet-recurrent resultaatgebonden voordeel toegekend aan het ontslagen personeel. De regering vindt het niet logisch dat een werkgever enerzijds de noodzakelijke middelen vindt om een bonus toe te kennen, maar anderzijds de noodzakelijke middelen niet vindt om zijn personeel aan het werk te houden. Daarom mag de loonbonus vanaf 1 januari 2018 niet meer toegekend worden ingeval van sluiting van onderneming.

Van zodra deze Programmawet definitief gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, komen wij uitgebreid terug op bovenstaande topics.

Naast deze Programmawet verwachten we de komende weken ook nog een aantal andere wetgevende initiatieven op vlak van werk en sociale zaken, zoals bijvoorbeeld:
• Een lastenverlaging voor de bouwsector in de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing;
• Een progressievere opbouw van de opzeggingstermijn tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling (ter compensatie van de afschaffing van de proefperiode);
• De afschaffing van het verbod op uitzendarbeid in een aantal sectoren;
• Het verbod van toepassing van economische werkloosheid in periodes dat de werkgever beroep doet op onderaannemers;
• Enz.

Bron: Ontwerp van Programmawet dd. 06/11/2017

Regelmatig ontvangen wij de vraag welke verplichtingen de werknemer heeft wanneer hij ziek is ? Wij zetten dit even kort voor u op een rijtje

1. Verwittiging
In de eerste plaats moet de werknemer u onmiddellijk op de hoogte stellen van zijn arbeidsongeschiktheid. Het begrip “onmiddellijk” wordt niet omschreven in de wetgeving. Algemeen wordt aangenomen dat hij u op de eerste dag van de ziekte moet verwittigen. U kan hierover best duidelijke afspraken maken in uw arbeidsreglement. Zeg bijvoorbeeld dat de werknemer u (of uw personeelsverantwoordelijke) vóór 10 uur ’s morgens moet verwittigen.
Ook de manier waarop de werknemer u op de hoogte moet brengen van zijn afwezigheid is niet bepaald in de wetgeving. Dit kan per telefoon, fax, e-mail, sms, … . Ingeval van betwisting is het aan de werknemer om te bewijzen dat hij u tijdig heeft verwittigd.
De werknemer die niet voldoet aan deze verplichting, heeft – behoudens overmacht - geen recht op gewaarborgd loon voor alle afwezigheidsdagen vóór de dag van verwittiging.

2. Medisch getuigschrift
De werknemer moet enkel een medisch getuigschrift voorleggen indien dit voorzien is in een CAO of in het arbeidsreglement. Is dit niet voorzien, moet u de werknemer zelf uitdrukkelijk verzoeken om de voorlegging van een attest.
Het arbeidsreglement of de CAO bepalen de termijn waarbinnen het attest moet worden ingediend. Indien geen enkele termijn werd vastgesteld, of indien de werkgever de werknemer verzoekt een medisch getuigschrift in te dienen, moet dit attest binnen de 2 werkdagen (= alle dagen, behalve zon- en feestdagen) voorgelegd worden, vanaf de dag waarop de arbeidsongeschiktheid begint of vanaf de dag waarop de werkgever verzoekt het attest over te maken. De werknemer moet het attest binnen de 2 werkdagen versturen waarbij de poststempel als bewijs geldt.
Indien het medisch getuigschrift niet of pas na de voorgeschreven termijn wordt ingediend, kan de werkgever – behoudens ingeval van overmacht – weigeren om het gewaarborgd loon te betalen voor de dagen ziekte die voorafgaan aan de datum van overhandiging van het attest.

3. Controle
Als werkgever heeft u het recht om de echtheid van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer te controleren. U dient hiervoor beroep te doen op een controlearts. Een werknemer kan niet weigeren de controlearts te ontvangen of zich door hem te laten onderzoeken.
De controle op de arbeidsongeschiktheid kan tijdens de volledige duur van de ziekte en is dus niet beperkt tot de periode gedekt door het gewaarborgd loon. Sinds 2014 is het mogelijk om in een CAO of in het arbeidsreglement te voorzien dat de werknemer zich ter beschikking moet houden van de controlearts gedurende de eerste dagen van de arbeidsongeschiktheid (meestal de eerste 2 dagen). Er kan voorzien worden dat de werknemer zich gedurende een periode van maximum 4 uur die zich moeten situeren tussen 7 uur ’s morgens en 20 uur ’s avonds, ter beschikking moet houden van de controlearts.
Indien de werknemer zich zonder geldige reden onttrekt aan de controle, kan de werkgever weigeren om het gewaarborgd loon te betalen voor de dagen afwezigheid die voorafgaan aan de dag van controle.

4. Arbitrage
De behandelende arts en de controlearts kunnen van mening verschillen over het al dan niet geschikt zijn van de werknemer of over de begindatum en de duur van de arbeidsongeschiktheid. Beide bevindingen zijn gelijkwaardig en heffen mekaar op. Het gevolg is dat de werknemer geen recht heeft op gewaarborgd loon maar evenmin het werk moet hervatten.
De meest gerede partij (de werknemer die gewaarborgd loon wenst of de werkgever die de werknemer het werk wil laten hervatten), kunnen een arts-scheidsrechter aanstellen om het geschil te beslechten. De beslissing van de arts-scheidsrechter is definitief en verbindt beide partijen. De kosten van de scheidsrechtelijke procedure vallen ten laste van de verliezende partij.

Bron: artikel 31 van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Wanneer u aan één van uw werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stelt en hij deze ook voor privé-doeleinden mag gebruiken, zal u hiervoor een solidariteitsbijdrage moeten betalen aan de RSZ.

De solidariteitsbijdrage is afhankelijk van de CO2-uitstoot van het voertuig, maar ook van het type brandstof. De berekeningsformule wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd op basis van het gezondheidsindexcijfer van de maand september.

Vanaf 1 januari 2018 zal het bedrag van de solidariteitsbijdrage als volgt worden berekend:

- Benzinevoertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 768] : 12 x 1,2708
- Dieselvoertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 600] : 12 x 1,2708
- LPG-voertuigen: [( CO2-uitstoot x 9) – 990] : 12 x 1,2708
De minimumbijdrage per maand ligt vanaf 1 januari 2018 vast op € 26,47. De bijdrage voor de elektrisch aangedreven voertuigen bedraagt eveneens € 26,47 per maand.

Voor voertuigen waarvan de CO2-uitstoot niet gekend is, wordt de CO2-uitstoot bepaald op 182 gr/km voor benzinevoertuigen en op 165 gr/km voor dieselvoertuigen. Dit brengt vanaf 1 januari 2018 een solidariteitsbijdrage van € 92,13 met zich mee voor de benzinevoertuigen en van € 93,72 voor de dieselvoertuigen.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...