Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Elke onderneming met minstens één werknemer in dienst, moet een interne preventieadviseur aanstellen. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers, kan dit de werkgever zelf zijn. Zijn er 20 of meer werknemers, moet de interne preventieadviseur één van de personeelsleden zijn.

Afhankelijk van de soort activiteit die de onderneming uitoefent, kunnen bepaalde aspecten van het welzijnsbeleid (bv. arbeidsgeneeskunde) uitbesteed worden aan een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Maar het is nooit mogelijk om alle welzijnstaken door te schuiven naar de externe dienst.

Een preventieadviseur is beschermd tegen ontslag: hij mag niet om eender welke reden ontslagen worden of uit zijn functie ontzet worden. Dit kan enkel om redenen die los staan van zijn onafhankelijkheid of om redenen waaruit blijkt dat hij niet bekwaam is om zijn opdrachten uit te voeren.

Voor de beëindiging van zijn overeenkomst, moet een bijzondere procedure gevolgd worden.

Zo moet de werkgever tegelijkertijd en voorafgaand aan het ontslag:

1. de preventieadviseur, bij aangetekende brief, in kennis stellen van de reden van het ontslag en het bewijs van die redenen;
2. de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk, ook per aangetekend schrijven, vragen naar hun voorafgaand akkoord met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de verwijdering uit de functie. Zij moeten ook een kopie ontvangen van de kennisgeving aan de preventieadviseur zelf. Is er geen comité dan moet de kennisgeving gebeuren aan de vakbondsafvaardiging. Is er ook geen vakbondsafvaardiging, dan gebeurt de kennisgeving aan “alle werknemers”.

Daarna volgt er een overlegprocedure met het comité/de vakbondsafvaardiging/de werknemers. Is er een unaniem akkoord, kan de arbeidsovereenkomst met de preventieadviseur beëindigd worden volgens de normale opzeggingsregels. De preventieadviseur kan zijn ontslag nog altijd aanvechten voor de arbeidsrechtbank.
Is er geen unaniem akkoord, wordt een verzoeningsprocedure opgestart waarbij een inspecteur van het Toezicht op de Sociale Wetten als bemiddelaar optreedt. Wordt ook dan geen akkoord bereikt en blijft de werkgever bij zijn voornemen om te ontslaan, wordt de procedure ingeleid voor de arbeidsrechtbank.

Deze procedure geldt niet bij een ontslag om dringende redenen, sluiting of collectief ontslag, wanneer de preventieadviseur zelf een einde maakt aan de overeenkomst of wanneer de duur waarvoor de overeenkomst werd afgesloten, verstreken is.

Wordt de procedure helemaal niet of niet correct gevolgd, kan de werkgever veroordeeld worden tot de betaling van een beschermingsvergoeding gelijk aan het huidige loon over een periode van 2 of 3 jaar, naargelang de interne preventieadviseur minder of meer dan 15 jaar dienst heeft in deze hoedanigheid.

Sinds 1 februari 2017 kunnen uw werknemers per jaar 100 (in sommige sectoren zelfs meer) vrijwillige overuren presteren. Voor deze overuren moet er geen specifieke reden zijn om deze te presteren en er dienen ook geen formaliteiten nageleefd te worden. De vrijwillige overuren geven recht op loon en overloon, maar moeten niet ingehaald worden.

Om het systeem van de vrijwillige overuren te kunnen toepassen, moet er een schriftelijke overeenkomst worden afgesloten tussen de werkgever en werknemer. Deze kan voor maximum 6 maanden worden afgesloten.

Indien u bij de invoering van de vrijwillige overuren een overeenkomst met uw werknemer heeft afgesloten, is het dus dringend tijd om te controleren of deze nog niet verlopen is! Is dit het geval, moet u deze overeenkomst zo snel mogelijk hernieuwen. Anders kan u het systeem van de vrijwillige overuren niet toepassen en vervalt u in de “gewone” overurenregeling met alle gevolgen vandien (akkoord vakbondsafvaardiging, toekenning inhaalrust, …).

U herinnert het u wellicht nog … in 2015 nam onze regering een aantal taxshiftmaatregelen waarmee ze belastingen op arbeid wensten af te bouwen en te verschuiven naar andere domeinen zoals de vermogenwinstbelastingen, BTW en accijnzen op bijvoorbeeld suikerhoudende dranken, …
De eerste fase van de taxshift startte in 2016.  Tot de taxshift-maatregelen die in 2016 ingingen, behoorden onder meer de vrijstelling van de basisbijdragen voor startende werkgevers, de verhoging van de RSZ-Doelgroepverminderingen Tweede tot Zesde Aanwerving en een algemene verlaging van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen.
In 2018 krijgen een heel aantal maatregelen een vervolg.  Wij gaan hier verder op in en maken hierbij een onderscheid tussen de maatregelen die een impact hebben op de werkgevers enerzijds, de werknemers anderzijds.
 
1. De Taxshift in 2018 voor de ondernemingen
 
1.1. Verlaging van de basiswerkgeversbijdragen.
 
Er was voorzien om de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid gefaseerd te laten dalen, zodat de concurrentiepositie van de ondernemingen versterkt zou worden.  In die context worden volgende verlagingen van de basiswerkgeversbijdragen overeengekomen:
 

01/01/2016

01/04/2016

Verschil

01/01/2018

Verschil

Basiswerkgevers-bijdrage

24,92%

22,65%

-2,27%

19,88%

-2.77%

Loonmatiging

7,48%

7,35%

-0,13%

5,12 %

-2,23%

Totaal

32,40%

30%

-2,40%

25%

-5,00%

 
Opgelet: het gaat hier enkel om de basiswerkgeversbijdragen.  Daarbovenop zijn er – en dit verschilt alnaargelang van het Paritair Comité waaronder de werkgever ressorteert – nog bijdragen bestemd voor het Fonds voor Bestaanszekerheid en/of bijzondere werkgevers-bijdragen.  Hierop heeft de Taxshift geen enkel effect.  Voor onze bouwsector (PC 124) betekent dit dat er aan de bijdragen, die verschuldigd zijn voor FBZ-Constructive en die deels procentueel, deels op forfaitaire basis worden vastgelegd, geen wijzigingen worden aangebracht.  Ook de bijdragen verschuldigd voor het zegelstelsel-bouw (9,12% getrouwheids-zegels – 2,10% weerverletzegels) veranderen niet.
Ook de bijdragen voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (doorgaans 0,23% en 0,14%) en bijdrage KB 214  die verschuldigd is voor de ondernemingen met 10 en meer werknemers (1,69%) zit niet in bovenstaand overzicht.
 
1.2. Afschaffing van de structurele lastenverhoging
 
Er zitten evenwel enkele -niet onbelangrijke - addertjes onder het gras:
• op 1 april 2016 werd de 1% korting op de bedrijfsvoorheffing (de zogenaamde “IPA-korting”) reeds afgeschaft. 
• Op datzelfde moment werd er ook aan de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, die automatisch werd toegepast voor alle werkgevers, al geknabbeld: de basisvermindering daalde op 1 april 2016 van 462,60 EUR naar 438 EUR/kwartaal. 
Schematisch kunnen deze veranderingen per 1 april 2016 als volgt weergegeven worden  :
 

- IPA-korting (1% korting op de bedrijfsvoorheffing): afgeschaft vanaf 01/04/2016

- Structurele vermindering: basisbedrag daalt van 462,60 € / kwartaal naar 438 € / kwartaal

 
Meestal betekende de invoering van de Taxshift sinds 01/04/2016 een daling van de loonkost van 0,5% tot 1%, al waren er wel verschillen alnaargelang de verhouding arbeiders/bedienden in de bedrijven.
Vanaf 1 januari 2018 gaat men nog een stap verder: vanaf dan wordt de structurele vermindering grotendeels afgeschaft.  Enkel ten aanzien van de lage lonen zal er vanaf dan nog een “structurele” vermindering gelden, waarbij de lage loongrens wel op een hoger niveau komt te liggen (van 7.178,76 EUR gaat men naar 8.850 EUR/kwartaal). 
De berekening die er was voor de hogere lonen en die aanleiding gaf tot een bedrag dat hoger lag dan het basisbedrag van 438 EUR/kwartaal, verdwijnt evenwel volledig…
 
1.3. Een “vluchtige” berekening van het effect van de opbrengst voor de onderneming
 
In volgende tabel brengen we even het effect van de vermindering van de basiswerkgevers-bijdragen, gecombineerd met de afschaffing van de structurele vermindering in beeld:
 

4de kwartaal 2017

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (32,41%) *

648,20 €

810,25 €

972,30 €

1 134,35 €

1 296,40 €

1 458,45 €

1 620,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-199,79 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-167,15 €

Totaal patronale last

448,41 €

664,25 €

826,30 €

988,35 €

1 150,40 €

1 312,45 €

1 453,35 €

%

22,42%

26,57%

27,54%

28,24%

28,76%

29,17%

29,07%

1ste kwartaal 2018

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (27,41%)

548,20 €

685,25 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-364,80 €

-172,80 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

Totaal patronale last

183,40 €

512,45 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

%

9,17%

20,50%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

               
*Werkgeversbijdrage van toepassing voor een bediende tewerkgesteld in een bouwbedrijf met 10  en meer werknemers

Het mag duidelijk zijn : de vermindering van de basiswerkgeversbijdragen wordt voor de midden- en hoge lonen getemperd door de afschaffing/hervorming van de structurele vermindering.  Voor de lagere lonen is er duidelijk vooruitgang…

2. De taxshift in 2018 voor de werknemers
 
2.1. Verhoging van de koopkracht
 
Voor de werknemers zal de tweede fase van de taxshift er voor zorgen dat ze aan het einde van de maand netto meer zullen overhouden.  Concreet werden er naar de werknemers toe volgende fiscale maatregelen getroffen:
- Geleidelijke afschaffing van de belastingschijf van 30%.  Nadat de schijf die aan dit tarief belast wordt sinds 2016 werd afgebouwd, zal ze vanaf 1 januari 2018 volledig verdwijnen.  Bedoeling is om deze belastingschijf volledig op te nemen bij de schijf die tegen 25% belast is (om zo dus een groter deel van het inkomen aan een lager tarief te belasten);
- Verhoging van de forfaitaire beroepskosten.  De laatste jaren werd het algemeen kostenforfait, waarmee belastingplichtigen het bruto bedrag van hun inkomsten automatisch mogen verminderen, reeds meermaals opgetrokken.  Vanaf 2018 zal nog slechts één globaal percentage van 30% aan forfaitaire beroepskosten overblijven, met een maximum van 2.950 euro (bedrag te indexeren).
- Verhoging van de belastingvrije som. De inkomensgrens om recht te hebben op een verhoogde belastingvrije som zal vanaf 1 januari 2018 verhoogd worden.

2.2. Hoeveel netto ontvangen de werknemers in 2018 meer ?
 
De werknemers met een laag en gemiddeld inkomen zullen er in 2018 ongeveer 28 tot 32 EUR netto per maand bijkrijgen.
Voor de hoge lonen zal het iets minder zijn: grosso modo zal het om en bij de 23 EUR netto per maand gaan.
Uiteraard zal ons sociaal secretariaat de aanpassingen onmiddellijk toepassen in de berekeningen vanaf 2018.  Er zullen nieuwe bedrijfsvoorheffingsschalen worden toegepast, zodat de werknemers effectief meer netto aan het einde van de maand overhouden.
 
Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Elke onderneming met minstens één werknemer in dienst, moet een interne preventieadviseur aanstellen. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers, kan dit de werkgever zelf zijn. Zijn er 20 of meer werknemers, moet de interne preventieadviseur één van de personeelsleden zijn.

Afhankelijk van de soort activiteit die de onderneming uitoefent, kunnen bepaalde aspecten van het welzijnsbeleid (bv. arbeidsgeneeskunde) uitbesteed worden aan een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Maar het is nooit mogelijk om alle welzijnstaken door te schuiven naar de externe dienst.

Een preventieadviseur is beschermd tegen ontslag: hij mag niet om eender welke reden ontslagen worden of uit zijn functie ontzet worden. Dit kan enkel om redenen die los staan van zijn onafhankelijkheid of om redenen waaruit blijkt dat hij niet bekwaam is om zijn opdrachten uit te voeren.

Voor de beëindiging van zijn overeenkomst, moet een bijzondere procedure gevolgd worden.

Zo moet de werkgever tegelijkertijd en voorafgaand aan het ontslag:

1. de preventieadviseur, bij aangetekende brief, in kennis stellen van de reden van het ontslag en het bewijs van die redenen;
2. de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk, ook per aangetekend schrijven, vragen naar hun voorafgaand akkoord met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de verwijdering uit de functie. Zij moeten ook een kopie ontvangen van de kennisgeving aan de preventieadviseur zelf. Is er geen comité dan moet de kennisgeving gebeuren aan de vakbondsafvaardiging. Is er ook geen vakbondsafvaardiging, dan gebeurt de kennisgeving aan “alle werknemers”.

Daarna volgt er een overlegprocedure met het comité/de vakbondsafvaardiging/de werknemers. Is er een unaniem akkoord, kan de arbeidsovereenkomst met de preventieadviseur beëindigd worden volgens de normale opzeggingsregels. De preventieadviseur kan zijn ontslag nog altijd aanvechten voor de arbeidsrechtbank.
Is er geen unaniem akkoord, wordt een verzoeningsprocedure opgestart waarbij een inspecteur van het Toezicht op de Sociale Wetten als bemiddelaar optreedt. Wordt ook dan geen akkoord bereikt en blijft de werkgever bij zijn voornemen om te ontslaan, wordt de procedure ingeleid voor de arbeidsrechtbank.

Deze procedure geldt niet bij een ontslag om dringende redenen, sluiting of collectief ontslag, wanneer de preventieadviseur zelf een einde maakt aan de overeenkomst of wanneer de duur waarvoor de overeenkomst werd afgesloten, verstreken is.

Wordt de procedure helemaal niet of niet correct gevolgd, kan de werkgever veroordeeld worden tot de betaling van een beschermingsvergoeding gelijk aan het huidige loon over een periode van 2 of 3 jaar, naargelang de interne preventieadviseur minder of meer dan 15 jaar dienst heeft in deze hoedanigheid.

Sinds 1 februari 2017 kunnen uw werknemers per jaar 100 (in sommige sectoren zelfs meer) vrijwillige overuren presteren. Voor deze overuren moet er geen specifieke reden zijn om deze te presteren en er dienen ook geen formaliteiten nageleefd te worden. De vrijwillige overuren geven recht op loon en overloon, maar moeten niet ingehaald worden.

Om het systeem van de vrijwillige overuren te kunnen toepassen, moet er een schriftelijke overeenkomst worden afgesloten tussen de werkgever en werknemer. Deze kan voor maximum 6 maanden worden afgesloten.

Indien u bij de invoering van de vrijwillige overuren een overeenkomst met uw werknemer heeft afgesloten, is het dus dringend tijd om te controleren of deze nog niet verlopen is! Is dit het geval, moet u deze overeenkomst zo snel mogelijk hernieuwen. Anders kan u het systeem van de vrijwillige overuren niet toepassen en vervalt u in de “gewone” overurenregeling met alle gevolgen vandien (akkoord vakbondsafvaardiging, toekenning inhaalrust, …).

U herinnert het u wellicht nog … in 2015 nam onze regering een aantal taxshiftmaatregelen waarmee ze belastingen op arbeid wensten af te bouwen en te verschuiven naar andere domeinen zoals de vermogenwinstbelastingen, BTW en accijnzen op bijvoorbeeld suikerhoudende dranken, …
De eerste fase van de taxshift startte in 2016.  Tot de taxshift-maatregelen die in 2016 ingingen, behoorden onder meer de vrijstelling van de basisbijdragen voor startende werkgevers, de verhoging van de RSZ-Doelgroepverminderingen Tweede tot Zesde Aanwerving en een algemene verlaging van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen.
In 2018 krijgen een heel aantal maatregelen een vervolg.  Wij gaan hier verder op in en maken hierbij een onderscheid tussen de maatregelen die een impact hebben op de werkgevers enerzijds, de werknemers anderzijds.
 
1. De Taxshift in 2018 voor de ondernemingen
 
1.1. Verlaging van de basiswerkgeversbijdragen.
 
Er was voorzien om de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid gefaseerd te laten dalen, zodat de concurrentiepositie van de ondernemingen versterkt zou worden.  In die context worden volgende verlagingen van de basiswerkgeversbijdragen overeengekomen:
 

01/01/2016

01/04/2016

Verschil

01/01/2018

Verschil

Basiswerkgevers-bijdrage

24,92%

22,65%

-2,27%

19,88%

-2.77%

Loonmatiging

7,48%

7,35%

-0,13%

5,12 %

-2,23%

Totaal

32,40%

30%

-2,40%

25%

-5,00%

 
Opgelet: het gaat hier enkel om de basiswerkgeversbijdragen.  Daarbovenop zijn er – en dit verschilt alnaargelang van het Paritair Comité waaronder de werkgever ressorteert – nog bijdragen bestemd voor het Fonds voor Bestaanszekerheid en/of bijzondere werkgevers-bijdragen.  Hierop heeft de Taxshift geen enkel effect.  Voor onze bouwsector (PC 124) betekent dit dat er aan de bijdragen, die verschuldigd zijn voor FBZ-Constructive en die deels procentueel, deels op forfaitaire basis worden vastgelegd, geen wijzigingen worden aangebracht.  Ook de bijdragen verschuldigd voor het zegelstelsel-bouw (9,12% getrouwheids-zegels – 2,10% weerverletzegels) veranderen niet.
Ook de bijdragen voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (doorgaans 0,23% en 0,14%) en bijdrage KB 214  die verschuldigd is voor de ondernemingen met 10 en meer werknemers (1,69%) zit niet in bovenstaand overzicht.
 
1.2. Afschaffing van de structurele lastenverhoging
 
Er zitten evenwel enkele -niet onbelangrijke - addertjes onder het gras:
• op 1 april 2016 werd de 1% korting op de bedrijfsvoorheffing (de zogenaamde “IPA-korting”) reeds afgeschaft. 
• Op datzelfde moment werd er ook aan de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, die automatisch werd toegepast voor alle werkgevers, al geknabbeld: de basisvermindering daalde op 1 april 2016 van 462,60 EUR naar 438 EUR/kwartaal. 
Schematisch kunnen deze veranderingen per 1 april 2016 als volgt weergegeven worden  :
 

- IPA-korting (1% korting op de bedrijfsvoorheffing): afgeschaft vanaf 01/04/2016

- Structurele vermindering: basisbedrag daalt van 462,60 € / kwartaal naar 438 € / kwartaal

 
Meestal betekende de invoering van de Taxshift sinds 01/04/2016 een daling van de loonkost van 0,5% tot 1%, al waren er wel verschillen alnaargelang de verhouding arbeiders/bedienden in de bedrijven.
Vanaf 1 januari 2018 gaat men nog een stap verder: vanaf dan wordt de structurele vermindering grotendeels afgeschaft.  Enkel ten aanzien van de lage lonen zal er vanaf dan nog een “structurele” vermindering gelden, waarbij de lage loongrens wel op een hoger niveau komt te liggen (van 7.178,76 EUR gaat men naar 8.850 EUR/kwartaal). 
De berekening die er was voor de hogere lonen en die aanleiding gaf tot een bedrag dat hoger lag dan het basisbedrag van 438 EUR/kwartaal, verdwijnt evenwel volledig…
 
1.3. Een “vluchtige” berekening van het effect van de opbrengst voor de onderneming
 
In volgende tabel brengen we even het effect van de vermindering van de basiswerkgevers-bijdragen, gecombineerd met de afschaffing van de structurele vermindering in beeld:
 

4de kwartaal 2017

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (32,41%) *

648,20 €

810,25 €

972,30 €

1 134,35 €

1 296,40 €

1 458,45 €

1 620,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-199,79 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-167,15 €

Totaal patronale last

448,41 €

664,25 €

826,30 €

988,35 €

1 150,40 €

1 312,45 €

1 453,35 €

%

22,42%

26,57%

27,54%

28,24%

28,76%

29,17%

29,07%

1ste kwartaal 2018

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (27,41%)

548,20 €

685,25 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-364,80 €

-172,80 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

Totaal patronale last

183,40 €

512,45 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

%

9,17%

20,50%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

               
*Werkgeversbijdrage van toepassing voor een bediende tewerkgesteld in een bouwbedrijf met 10  en meer werknemers

Het mag duidelijk zijn : de vermindering van de basiswerkgeversbijdragen wordt voor de midden- en hoge lonen getemperd door de afschaffing/hervorming van de structurele vermindering.  Voor de lagere lonen is er duidelijk vooruitgang…

2. De taxshift in 2018 voor de werknemers
 
2.1. Verhoging van de koopkracht
 
Voor de werknemers zal de tweede fase van de taxshift er voor zorgen dat ze aan het einde van de maand netto meer zullen overhouden.  Concreet werden er naar de werknemers toe volgende fiscale maatregelen getroffen:
- Geleidelijke afschaffing van de belastingschijf van 30%.  Nadat de schijf die aan dit tarief belast wordt sinds 2016 werd afgebouwd, zal ze vanaf 1 januari 2018 volledig verdwijnen.  Bedoeling is om deze belastingschijf volledig op te nemen bij de schijf die tegen 25% belast is (om zo dus een groter deel van het inkomen aan een lager tarief te belasten);
- Verhoging van de forfaitaire beroepskosten.  De laatste jaren werd het algemeen kostenforfait, waarmee belastingplichtigen het bruto bedrag van hun inkomsten automatisch mogen verminderen, reeds meermaals opgetrokken.  Vanaf 2018 zal nog slechts één globaal percentage van 30% aan forfaitaire beroepskosten overblijven, met een maximum van 2.950 euro (bedrag te indexeren).
- Verhoging van de belastingvrije som. De inkomensgrens om recht te hebben op een verhoogde belastingvrije som zal vanaf 1 januari 2018 verhoogd worden.

2.2. Hoeveel netto ontvangen de werknemers in 2018 meer ?
 
De werknemers met een laag en gemiddeld inkomen zullen er in 2018 ongeveer 28 tot 32 EUR netto per maand bijkrijgen.
Voor de hoge lonen zal het iets minder zijn: grosso modo zal het om en bij de 23 EUR netto per maand gaan.
Uiteraard zal ons sociaal secretariaat de aanpassingen onmiddellijk toepassen in de berekeningen vanaf 2018.  Er zullen nieuwe bedrijfsvoorheffingsschalen worden toegepast, zodat de werknemers effectief meer netto aan het einde van de maand overhouden.
 

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...