Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Sinds 1 februari 2017 kunnen uw werknemers per jaar 100 (in sommige sectoren zelfs meer) vrijwillige overuren presteren. Voor deze overuren moet er geen specifieke reden zijn om deze te presteren en er dienen ook geen formaliteiten nageleefd te worden. De vrijwillige overuren geven recht op loon en overloon, maar moeten niet ingehaald worden.

Om het systeem van de vrijwillige overuren te kunnen toepassen, moet er een schriftelijke overeenkomst worden afgesloten tussen de werkgever en werknemer. Deze kan voor maximum 6 maanden worden afgesloten.

Indien u bij de invoering van de vrijwillige overuren een overeenkomst met uw werknemer heeft afgesloten, is het dus dringend tijd om te controleren of deze nog niet verlopen is! Is dit het geval, moet u deze overeenkomst zo snel mogelijk hernieuwen. Anders kan u het systeem van de vrijwillige overuren niet toepassen en vervalt u in de “gewone” overurenregeling met alle gevolgen vandien (akkoord vakbondsafvaardiging, toekenning inhaalrust, …).

U herinnert het u wellicht nog … in 2015 nam onze regering een aantal taxshiftmaatregelen waarmee ze belastingen op arbeid wensten af te bouwen en te verschuiven naar andere domeinen zoals de vermogenwinstbelastingen, BTW en accijnzen op bijvoorbeeld suikerhoudende dranken, …
De eerste fase van de taxshift startte in 2016.  Tot de taxshift-maatregelen die in 2016 ingingen, behoorden onder meer de vrijstelling van de basisbijdragen voor startende werkgevers, de verhoging van de RSZ-Doelgroepverminderingen Tweede tot Zesde Aanwerving en een algemene verlaging van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen.
In 2018 krijgen een heel aantal maatregelen een vervolg.  Wij gaan hier verder op in en maken hierbij een onderscheid tussen de maatregelen die een impact hebben op de werkgevers enerzijds, de werknemers anderzijds.
 
1. De Taxshift in 2018 voor de ondernemingen
 
1.1. Verlaging van de basiswerkgeversbijdragen.
 
Er was voorzien om de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid gefaseerd te laten dalen, zodat de concurrentiepositie van de ondernemingen versterkt zou worden.  In die context worden volgende verlagingen van de basiswerkgeversbijdragen overeengekomen:
 

01/01/2016

01/04/2016

Verschil

01/01/2018

Verschil

Basiswerkgevers-bijdrage

24,92%

22,65%

-2,27%

19,88%

-2.77%

Loonmatiging

7,48%

7,35%

-0,13%

5,12 %

-2,23%

Totaal

32,40%

30%

-2,40%

25%

-5,00%

 
Opgelet: het gaat hier enkel om de basiswerkgeversbijdragen.  Daarbovenop zijn er – en dit verschilt alnaargelang van het Paritair Comité waaronder de werkgever ressorteert – nog bijdragen bestemd voor het Fonds voor Bestaanszekerheid en/of bijzondere werkgevers-bijdragen.  Hierop heeft de Taxshift geen enkel effect.  Voor onze bouwsector (PC 124) betekent dit dat er aan de bijdragen, die verschuldigd zijn voor FBZ-Constructive en die deels procentueel, deels op forfaitaire basis worden vastgelegd, geen wijzigingen worden aangebracht.  Ook de bijdragen verschuldigd voor het zegelstelsel-bouw (9,12% getrouwheids-zegels – 2,10% weerverletzegels) veranderen niet.
Ook de bijdragen voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (doorgaans 0,23% en 0,14%) en bijdrage KB 214  die verschuldigd is voor de ondernemingen met 10 en meer werknemers (1,69%) zit niet in bovenstaand overzicht.
 
1.2. Afschaffing van de structurele lastenverhoging
 
Er zitten evenwel enkele -niet onbelangrijke - addertjes onder het gras:
• op 1 april 2016 werd de 1% korting op de bedrijfsvoorheffing (de zogenaamde “IPA-korting”) reeds afgeschaft. 
• Op datzelfde moment werd er ook aan de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, die automatisch werd toegepast voor alle werkgevers, al geknabbeld: de basisvermindering daalde op 1 april 2016 van 462,60 EUR naar 438 EUR/kwartaal. 
Schematisch kunnen deze veranderingen per 1 april 2016 als volgt weergegeven worden  :
 

- IPA-korting (1% korting op de bedrijfsvoorheffing): afgeschaft vanaf 01/04/2016

- Structurele vermindering: basisbedrag daalt van 462,60 € / kwartaal naar 438 € / kwartaal

 
Meestal betekende de invoering van de Taxshift sinds 01/04/2016 een daling van de loonkost van 0,5% tot 1%, al waren er wel verschillen alnaargelang de verhouding arbeiders/bedienden in de bedrijven.
Vanaf 1 januari 2018 gaat men nog een stap verder: vanaf dan wordt de structurele vermindering grotendeels afgeschaft.  Enkel ten aanzien van de lage lonen zal er vanaf dan nog een “structurele” vermindering gelden, waarbij de lage loongrens wel op een hoger niveau komt te liggen (van 7.178,76 EUR gaat men naar 8.850 EUR/kwartaal). 
De berekening die er was voor de hogere lonen en die aanleiding gaf tot een bedrag dat hoger lag dan het basisbedrag van 438 EUR/kwartaal, verdwijnt evenwel volledig…
 
1.3. Een “vluchtige” berekening van het effect van de opbrengst voor de onderneming
 
In volgende tabel brengen we even het effect van de vermindering van de basiswerkgevers-bijdragen, gecombineerd met de afschaffing van de structurele vermindering in beeld:
 

4de kwartaal 2017

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (32,41%) *

648,20 €

810,25 €

972,30 €

1 134,35 €

1 296,40 €

1 458,45 €

1 620,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-199,79 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-167,15 €

Totaal patronale last

448,41 €

664,25 €

826,30 €

988,35 €

1 150,40 €

1 312,45 €

1 453,35 €

%

22,42%

26,57%

27,54%

28,24%

28,76%

29,17%

29,07%

1ste kwartaal 2018

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (27,41%)

548,20 €

685,25 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-364,80 €

-172,80 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

Totaal patronale last

183,40 €

512,45 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

%

9,17%

20,50%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

               
*Werkgeversbijdrage van toepassing voor een bediende tewerkgesteld in een bouwbedrijf met 10  en meer werknemers

Het mag duidelijk zijn : de vermindering van de basiswerkgeversbijdragen wordt voor de midden- en hoge lonen getemperd door de afschaffing/hervorming van de structurele vermindering.  Voor de lagere lonen is er duidelijk vooruitgang…

2. De taxshift in 2018 voor de werknemers
 
2.1. Verhoging van de koopkracht
 
Voor de werknemers zal de tweede fase van de taxshift er voor zorgen dat ze aan het einde van de maand netto meer zullen overhouden.  Concreet werden er naar de werknemers toe volgende fiscale maatregelen getroffen:
- Geleidelijke afschaffing van de belastingschijf van 30%.  Nadat de schijf die aan dit tarief belast wordt sinds 2016 werd afgebouwd, zal ze vanaf 1 januari 2018 volledig verdwijnen.  Bedoeling is om deze belastingschijf volledig op te nemen bij de schijf die tegen 25% belast is (om zo dus een groter deel van het inkomen aan een lager tarief te belasten);
- Verhoging van de forfaitaire beroepskosten.  De laatste jaren werd het algemeen kostenforfait, waarmee belastingplichtigen het bruto bedrag van hun inkomsten automatisch mogen verminderen, reeds meermaals opgetrokken.  Vanaf 2018 zal nog slechts één globaal percentage van 30% aan forfaitaire beroepskosten overblijven, met een maximum van 2.950 euro (bedrag te indexeren).
- Verhoging van de belastingvrije som. De inkomensgrens om recht te hebben op een verhoogde belastingvrije som zal vanaf 1 januari 2018 verhoogd worden.

2.2. Hoeveel netto ontvangen de werknemers in 2018 meer ?
 
De werknemers met een laag en gemiddeld inkomen zullen er in 2018 ongeveer 28 tot 32 EUR netto per maand bijkrijgen.
Voor de hoge lonen zal het iets minder zijn: grosso modo zal het om en bij de 23 EUR netto per maand gaan.
Uiteraard zal ons sociaal secretariaat de aanpassingen onmiddellijk toepassen in de berekeningen vanaf 2018.  Er zullen nieuwe bedrijfsvoorheffingsschalen worden toegepast, zodat de werknemers effectief meer netto aan het einde van de maand overhouden.
 

Op 6 november 2017 legde de regering een ontwerp van Programmawet neer bij het Parlement. Het ontwerp voorziet een aantal nieuwigheden die voor u als werkgever belangrijk kunnen zijn. Hierna vindt u een kort overzicht. Aangezien het nog maar over een wetsontwerp gaat, kunnen er achteraf nog wijzigingen zijn.

Verhoging bijdrage aanvullende pensioenen (Wijninckx-bijdrage)
Sinds enkele jaren moet er een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 1,5% betaald worden op aanvullende pensioenen indien de gestorte premies meer dan € 31.836 (bedrag 2017) bedragen. Deze bijzondere bijdrage komt bovenop de gewone patronale bijdrage van 8,86%. De Wijninckx-bijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. Vanaf 1 januari 2018 verhoogt deze bijdrage tot 3%.

Uitbreiding flexi-jobs
Het systeem van de flexi-jobs dat momenteel al in de horeca bestaat, wordt vanaf 1 januari 2018 uitgebreid tot de volgende sectoren: industriële broodbakkerijen, kleinbakkerijen en kleinbanketbakkerijen (PC 118.03), handel in voedingswaren (PC 119 + PC 202), zelfstandige kleinhandel (PC 201), middelgrote levensmiddelenbedrijven (PC 202.01), grote kleinhandelszaken (PC 311), warenhuizen (PC 312) en kappersbedrijf en schoonheidszorgen (PC 314). Ook de uitzendkrachten tewerkgesteld in deze sectoren en gepensioneerden kunnen vanaf 1 januari 2018 een flexi-job uitoefenen.

Winstpremie
Sinds 2001 kan een werkgever zijn werknemers laten deelnemen in de winst of het kapitaal van de onderneming. Omdat dit systeem weinig succes kent, voert de regering een nieuwe winstpremie in waardoor de werkgever op een (para)fiscaal vriendelijke manier een deel van de winst van de onderneming in de vorm van een bonus kan toekennen aan al zijn werknemers.
Een identieke winstpremie, waarbij een gelijk bedrag of percentage wordt toegekend aan alle werknemers, kan worden toegekend door een beslissing van de algemene vergadering. Een gecategoriseerde winstpremie, waarbij de hoogte van de premie kan variëren op basis van een aantal objectieve criteria, wordt ingevoerd via een ondernemings-cao of een toetredingsakte.
De werknemer betaalt een solidariteitsbijdrage van 13,07% en 7% belastingen (15% indien de premie is toegekend in het kader van een investeringsplan en het voorwerp is van een niet achtergestelde lening).
De werkgever betaalt geen patronale RSZ-bijdragen; de premie is niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.
De winstpremies kunnen worden toegekend op basis van de winst van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 30 september 2017.

Uitbreiding nacht- en zondagarbeid in de e-commerce
De procedure om werknemers in de e-commerce ’s nachts en op zondag tewerk te stellen, wordt tijdelijk versoepeld. De versoepeling geldt enkel voor de bedrijven in elektronische handel van (roerende) goederen, niet van diensten.
Om tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 nacht- of zondagarbeid in te voeren in de e-commerce, volstaat het meestal om het arbeidsreglement te wijzigen of een gewone ondernemings-cao af te sluiten (de handtekening van één vakbond volstaat dus). Bij neerlegging van de cao bij de FOD WASO wordt het arbeidsreglement automatisch gewijzigd.

Activeringsbijdrage voor oudere werknemers die vrijgesteld worden van prestaties
Door de verstrenging van de voorwaarden van het SWT zijn er meer en meer werkgevers die – in het kader van een herstructurering – hun oudere werknemers die niet in aanmerking komen voor SWT, vrijstellen van prestaties maar het loon toch nog blijven doorbetalen. Dit strookt niet met het beleid van de regering om oudere werknemers aan het werk te houden. Daarom wordt vanaf 1 januari 2018 een activeringsbijdrage ingevoerd. Het bijdragepercentage varieert in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik van vrijstelling van prestaties en blijft ongewijzigd tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Zo moet de werkgever per kwartaal een bijdrage van 20% van het brutokwartaalloon betalen, met een minimum van € 300, voor een werknemer jonger dan 55 die vrijgesteld wordt van prestaties. De bijdrage kan met 40% verminderd worden wanneer de werknemer tijdens de periode van vrijstelling verplicht is om een door de werkgever georganiseerde opleiding van minstens 15 dagen te volgen.

Responsabiliseringsbijdrage deeltijdse werknemers met een IGU
Door de invoering van een responsabiliseringsbijdrage wil de regering de werkgever aansporen om het beschikbare werk in de onderneming bij voorrang toe te kennen aan een deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering die reeds in dienst is bij de werkgever.
De werkgever zal een maandelijkse bijdrage van € 25 per werknemer moeten betalen indien hij een vacante betrekking niet toekent aan de deeltijdse werknemer met een IGU die hierom gevraagd heeft.

Loonbonus niet meer bij sluiting onderneming
Bij een sluiting van onderneming wordt vaak een niet-recurrent resultaatgebonden voordeel toegekend aan het ontslagen personeel. De regering vindt het niet logisch dat een werkgever enerzijds de noodzakelijke middelen vindt om een bonus toe te kennen, maar anderzijds de noodzakelijke middelen niet vindt om zijn personeel aan het werk te houden. Daarom mag de loonbonus vanaf 1 januari 2018 niet meer toegekend worden ingeval van sluiting van onderneming.

Van zodra deze Programmawet definitief gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, komen wij uitgebreid terug op bovenstaande topics.

Naast deze Programmawet verwachten we de komende weken ook nog een aantal andere wetgevende initiatieven op vlak van werk en sociale zaken, zoals bijvoorbeeld:
• Een lastenverlaging voor de bouwsector in de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing;
• Een progressievere opbouw van de opzeggingstermijn tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling (ter compensatie van de afschaffing van de proefperiode);
• De afschaffing van het verbod op uitzendarbeid in een aantal sectoren;
• Het verbod van toepassing van economische werkloosheid in periodes dat de werkgever beroep doet op onderaannemers;
• Enz.

Bron: Ontwerp van Programmawet dd. 06/11/2017

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Sinds 1 februari 2017 kunnen uw werknemers per jaar 100 (in sommige sectoren zelfs meer) vrijwillige overuren presteren. Voor deze overuren moet er geen specifieke reden zijn om deze te presteren en er dienen ook geen formaliteiten nageleefd te worden. De vrijwillige overuren geven recht op loon en overloon, maar moeten niet ingehaald worden.

Om het systeem van de vrijwillige overuren te kunnen toepassen, moet er een schriftelijke overeenkomst worden afgesloten tussen de werkgever en werknemer. Deze kan voor maximum 6 maanden worden afgesloten.

Indien u bij de invoering van de vrijwillige overuren een overeenkomst met uw werknemer heeft afgesloten, is het dus dringend tijd om te controleren of deze nog niet verlopen is! Is dit het geval, moet u deze overeenkomst zo snel mogelijk hernieuwen. Anders kan u het systeem van de vrijwillige overuren niet toepassen en vervalt u in de “gewone” overurenregeling met alle gevolgen vandien (akkoord vakbondsafvaardiging, toekenning inhaalrust, …).

U herinnert het u wellicht nog … in 2015 nam onze regering een aantal taxshiftmaatregelen waarmee ze belastingen op arbeid wensten af te bouwen en te verschuiven naar andere domeinen zoals de vermogenwinstbelastingen, BTW en accijnzen op bijvoorbeeld suikerhoudende dranken, …
De eerste fase van de taxshift startte in 2016.  Tot de taxshift-maatregelen die in 2016 ingingen, behoorden onder meer de vrijstelling van de basisbijdragen voor startende werkgevers, de verhoging van de RSZ-Doelgroepverminderingen Tweede tot Zesde Aanwerving en een algemene verlaging van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen.
In 2018 krijgen een heel aantal maatregelen een vervolg.  Wij gaan hier verder op in en maken hierbij een onderscheid tussen de maatregelen die een impact hebben op de werkgevers enerzijds, de werknemers anderzijds.
 
1. De Taxshift in 2018 voor de ondernemingen
 
1.1. Verlaging van de basiswerkgeversbijdragen.
 
Er was voorzien om de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid gefaseerd te laten dalen, zodat de concurrentiepositie van de ondernemingen versterkt zou worden.  In die context worden volgende verlagingen van de basiswerkgeversbijdragen overeengekomen:
 

01/01/2016

01/04/2016

Verschil

01/01/2018

Verschil

Basiswerkgevers-bijdrage

24,92%

22,65%

-2,27%

19,88%

-2.77%

Loonmatiging

7,48%

7,35%

-0,13%

5,12 %

-2,23%

Totaal

32,40%

30%

-2,40%

25%

-5,00%

 
Opgelet: het gaat hier enkel om de basiswerkgeversbijdragen.  Daarbovenop zijn er – en dit verschilt alnaargelang van het Paritair Comité waaronder de werkgever ressorteert – nog bijdragen bestemd voor het Fonds voor Bestaanszekerheid en/of bijzondere werkgevers-bijdragen.  Hierop heeft de Taxshift geen enkel effect.  Voor onze bouwsector (PC 124) betekent dit dat er aan de bijdragen, die verschuldigd zijn voor FBZ-Constructive en die deels procentueel, deels op forfaitaire basis worden vastgelegd, geen wijzigingen worden aangebracht.  Ook de bijdragen verschuldigd voor het zegelstelsel-bouw (9,12% getrouwheids-zegels – 2,10% weerverletzegels) veranderen niet.
Ook de bijdragen voor het Fonds Sluiting Ondernemingen (doorgaans 0,23% en 0,14%) en bijdrage KB 214  die verschuldigd is voor de ondernemingen met 10 en meer werknemers (1,69%) zit niet in bovenstaand overzicht.
 
1.2. Afschaffing van de structurele lastenverhoging
 
Er zitten evenwel enkele -niet onbelangrijke - addertjes onder het gras:
• op 1 april 2016 werd de 1% korting op de bedrijfsvoorheffing (de zogenaamde “IPA-korting”) reeds afgeschaft. 
• Op datzelfde moment werd er ook aan de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, die automatisch werd toegepast voor alle werkgevers, al geknabbeld: de basisvermindering daalde op 1 april 2016 van 462,60 EUR naar 438 EUR/kwartaal. 
Schematisch kunnen deze veranderingen per 1 april 2016 als volgt weergegeven worden  :
 

- IPA-korting (1% korting op de bedrijfsvoorheffing): afgeschaft vanaf 01/04/2016

- Structurele vermindering: basisbedrag daalt van 462,60 € / kwartaal naar 438 € / kwartaal

 
Meestal betekende de invoering van de Taxshift sinds 01/04/2016 een daling van de loonkost van 0,5% tot 1%, al waren er wel verschillen alnaargelang de verhouding arbeiders/bedienden in de bedrijven.
Vanaf 1 januari 2018 gaat men nog een stap verder: vanaf dan wordt de structurele vermindering grotendeels afgeschaft.  Enkel ten aanzien van de lage lonen zal er vanaf dan nog een “structurele” vermindering gelden, waarbij de lage loongrens wel op een hoger niveau komt te liggen (van 7.178,76 EUR gaat men naar 8.850 EUR/kwartaal). 
De berekening die er was voor de hogere lonen en die aanleiding gaf tot een bedrag dat hoger lag dan het basisbedrag van 438 EUR/kwartaal, verdwijnt evenwel volledig…
 
1.3. Een “vluchtige” berekening van het effect van de opbrengst voor de onderneming
 
In volgende tabel brengen we even het effect van de vermindering van de basiswerkgevers-bijdragen, gecombineerd met de afschaffing van de structurele vermindering in beeld:
 

4de kwartaal 2017

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (32,41%) *

648,20 €

810,25 €

972,30 €

1 134,35 €

1 296,40 €

1 458,45 €

1 620,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-199,79 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-146,00 €

-167,15 €

Totaal patronale last

448,41 €

664,25 €

826,30 €

988,35 €

1 150,40 €

1 312,45 €

1 453,35 €

%

22,42%

26,57%

27,54%

28,24%

28,76%

29,17%

29,07%

1ste kwartaal 2018

Bruto-Wedde/maand

2 000,00 €

2 500,00 €

3 000,00 €

3 500,00 €

4 000,00 €

4 500,00 €

5 000,00 €

Patronale lasten (27,41%)

548,20 €

685,25 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

Structurele vermindering
(1/3de kwartaalbedrag)

-364,80 €

-172,80 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

0,00 €

Totaal patronale last

183,40 €

512,45 €

822,30 €

959,35 €

1 096,40 €

1 233,45 €

1 370,50 €

%

9,17%

20,50%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

27,41%

               
*Werkgeversbijdrage van toepassing voor een bediende tewerkgesteld in een bouwbedrijf met 10  en meer werknemers

Het mag duidelijk zijn : de vermindering van de basiswerkgeversbijdragen wordt voor de midden- en hoge lonen getemperd door de afschaffing/hervorming van de structurele vermindering.  Voor de lagere lonen is er duidelijk vooruitgang…

2. De taxshift in 2018 voor de werknemers
 
2.1. Verhoging van de koopkracht
 
Voor de werknemers zal de tweede fase van de taxshift er voor zorgen dat ze aan het einde van de maand netto meer zullen overhouden.  Concreet werden er naar de werknemers toe volgende fiscale maatregelen getroffen:
- Geleidelijke afschaffing van de belastingschijf van 30%.  Nadat de schijf die aan dit tarief belast wordt sinds 2016 werd afgebouwd, zal ze vanaf 1 januari 2018 volledig verdwijnen.  Bedoeling is om deze belastingschijf volledig op te nemen bij de schijf die tegen 25% belast is (om zo dus een groter deel van het inkomen aan een lager tarief te belasten);
- Verhoging van de forfaitaire beroepskosten.  De laatste jaren werd het algemeen kostenforfait, waarmee belastingplichtigen het bruto bedrag van hun inkomsten automatisch mogen verminderen, reeds meermaals opgetrokken.  Vanaf 2018 zal nog slechts één globaal percentage van 30% aan forfaitaire beroepskosten overblijven, met een maximum van 2.950 euro (bedrag te indexeren).
- Verhoging van de belastingvrije som. De inkomensgrens om recht te hebben op een verhoogde belastingvrije som zal vanaf 1 januari 2018 verhoogd worden.

2.2. Hoeveel netto ontvangen de werknemers in 2018 meer ?
 
De werknemers met een laag en gemiddeld inkomen zullen er in 2018 ongeveer 28 tot 32 EUR netto per maand bijkrijgen.
Voor de hoge lonen zal het iets minder zijn: grosso modo zal het om en bij de 23 EUR netto per maand gaan.
Uiteraard zal ons sociaal secretariaat de aanpassingen onmiddellijk toepassen in de berekeningen vanaf 2018.  Er zullen nieuwe bedrijfsvoorheffingsschalen worden toegepast, zodat de werknemers effectief meer netto aan het einde van de maand overhouden.
 

Op 6 november 2017 legde de regering een ontwerp van Programmawet neer bij het Parlement. Het ontwerp voorziet een aantal nieuwigheden die voor u als werkgever belangrijk kunnen zijn. Hierna vindt u een kort overzicht. Aangezien het nog maar over een wetsontwerp gaat, kunnen er achteraf nog wijzigingen zijn.

Verhoging bijdrage aanvullende pensioenen (Wijninckx-bijdrage)
Sinds enkele jaren moet er een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 1,5% betaald worden op aanvullende pensioenen indien de gestorte premies meer dan € 31.836 (bedrag 2017) bedragen. Deze bijzondere bijdrage komt bovenop de gewone patronale bijdrage van 8,86%. De Wijninckx-bijdrage geldt zowel voor loontrekkenden als voor zelfstandigen. Vanaf 1 januari 2018 verhoogt deze bijdrage tot 3%.

Uitbreiding flexi-jobs
Het systeem van de flexi-jobs dat momenteel al in de horeca bestaat, wordt vanaf 1 januari 2018 uitgebreid tot de volgende sectoren: industriële broodbakkerijen, kleinbakkerijen en kleinbanketbakkerijen (PC 118.03), handel in voedingswaren (PC 119 + PC 202), zelfstandige kleinhandel (PC 201), middelgrote levensmiddelenbedrijven (PC 202.01), grote kleinhandelszaken (PC 311), warenhuizen (PC 312) en kappersbedrijf en schoonheidszorgen (PC 314). Ook de uitzendkrachten tewerkgesteld in deze sectoren en gepensioneerden kunnen vanaf 1 januari 2018 een flexi-job uitoefenen.

Winstpremie
Sinds 2001 kan een werkgever zijn werknemers laten deelnemen in de winst of het kapitaal van de onderneming. Omdat dit systeem weinig succes kent, voert de regering een nieuwe winstpremie in waardoor de werkgever op een (para)fiscaal vriendelijke manier een deel van de winst van de onderneming in de vorm van een bonus kan toekennen aan al zijn werknemers.
Een identieke winstpremie, waarbij een gelijk bedrag of percentage wordt toegekend aan alle werknemers, kan worden toegekend door een beslissing van de algemene vergadering. Een gecategoriseerde winstpremie, waarbij de hoogte van de premie kan variëren op basis van een aantal objectieve criteria, wordt ingevoerd via een ondernemings-cao of een toetredingsakte.
De werknemer betaalt een solidariteitsbijdrage van 13,07% en 7% belastingen (15% indien de premie is toegekend in het kader van een investeringsplan en het voorwerp is van een niet achtergestelde lening).
De werkgever betaalt geen patronale RSZ-bijdragen; de premie is niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.
De winstpremies kunnen worden toegekend op basis van de winst van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 30 september 2017.

Uitbreiding nacht- en zondagarbeid in de e-commerce
De procedure om werknemers in de e-commerce ’s nachts en op zondag tewerk te stellen, wordt tijdelijk versoepeld. De versoepeling geldt enkel voor de bedrijven in elektronische handel van (roerende) goederen, niet van diensten.
Om tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 nacht- of zondagarbeid in te voeren in de e-commerce, volstaat het meestal om het arbeidsreglement te wijzigen of een gewone ondernemings-cao af te sluiten (de handtekening van één vakbond volstaat dus). Bij neerlegging van de cao bij de FOD WASO wordt het arbeidsreglement automatisch gewijzigd.

Activeringsbijdrage voor oudere werknemers die vrijgesteld worden van prestaties
Door de verstrenging van de voorwaarden van het SWT zijn er meer en meer werkgevers die – in het kader van een herstructurering – hun oudere werknemers die niet in aanmerking komen voor SWT, vrijstellen van prestaties maar het loon toch nog blijven doorbetalen. Dit strookt niet met het beleid van de regering om oudere werknemers aan het werk te houden. Daarom wordt vanaf 1 januari 2018 een activeringsbijdrage ingevoerd. Het bijdragepercentage varieert in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik van vrijstelling van prestaties en blijft ongewijzigd tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Zo moet de werkgever per kwartaal een bijdrage van 20% van het brutokwartaalloon betalen, met een minimum van € 300, voor een werknemer jonger dan 55 die vrijgesteld wordt van prestaties. De bijdrage kan met 40% verminderd worden wanneer de werknemer tijdens de periode van vrijstelling verplicht is om een door de werkgever georganiseerde opleiding van minstens 15 dagen te volgen.

Responsabiliseringsbijdrage deeltijdse werknemers met een IGU
Door de invoering van een responsabiliseringsbijdrage wil de regering de werkgever aansporen om het beschikbare werk in de onderneming bij voorrang toe te kennen aan een deeltijdse werknemer met een inkomensgarantie-uitkering die reeds in dienst is bij de werkgever.
De werkgever zal een maandelijkse bijdrage van € 25 per werknemer moeten betalen indien hij een vacante betrekking niet toekent aan de deeltijdse werknemer met een IGU die hierom gevraagd heeft.

Loonbonus niet meer bij sluiting onderneming
Bij een sluiting van onderneming wordt vaak een niet-recurrent resultaatgebonden voordeel toegekend aan het ontslagen personeel. De regering vindt het niet logisch dat een werkgever enerzijds de noodzakelijke middelen vindt om een bonus toe te kennen, maar anderzijds de noodzakelijke middelen niet vindt om zijn personeel aan het werk te houden. Daarom mag de loonbonus vanaf 1 januari 2018 niet meer toegekend worden ingeval van sluiting van onderneming.

Van zodra deze Programmawet definitief gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, komen wij uitgebreid terug op bovenstaande topics.

Naast deze Programmawet verwachten we de komende weken ook nog een aantal andere wetgevende initiatieven op vlak van werk en sociale zaken, zoals bijvoorbeeld:
• Een lastenverlaging voor de bouwsector in de vorm van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing;
• Een progressievere opbouw van de opzeggingstermijn tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling (ter compensatie van de afschaffing van de proefperiode);
• De afschaffing van het verbod op uitzendarbeid in een aantal sectoren;
• Het verbod van toepassing van economische werkloosheid in periodes dat de werkgever beroep doet op onderaannemers;
• Enz.

Bron: Ontwerp van Programmawet dd. 06/11/2017

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...