Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Na een veroordeling door de Europese Commissie op 24 november 2011 zag België zich verplicht om zijn wetgeving met betrekking tot de jaarlijkse vakantie aan te passen. Hierdoor zullen sommige werknemers vanaf 2012 recht hebben op vakantiedagen hoewel ze in 2011 niet hebben gewerkt of onvoldoende gepresteerde of gelijkgestelde dagen achter hun naam hebben om in 2012 recht te hebben op vakantie.

Het principe werd vastgelegd in artikel 58 van de Wet van 29 maart 2012 houdende Diverse Bepalingen : een werknemer die een activiteit aanvat of hervat kan vanaf de laatste week van de betrokken driemaandelijkse periode aanspraak maken op een week vakantie. Die aanvullende vakantiedagen zullen worden vergoed.

De Nationale Arbeidsraad, die in een eerste fase de krachtlijnen van de aanpassingen had gepreciseerd, heeft zich in een in een op 4 april jl. gegeven advies uitgesproken over de concrete aanpassingsmodaliteiten aan het stelsel van de jaarlijkse vakantie.

Deze modaliteiten moeten echter nog door een koninklijk besluit worden bekrachtigd.

1. Wie heeft recht op aanvullende vakantie?

De werknemers die een activiteit aanvatten of de werknemers die een activiteit hervatten.

Het zou moeten gaan om een werknemer die:
• een beroepsactiviteit als loontrekkende aanvat;
• een activiteit als loontrekkende uitoefent na een periode van activiteit in het buitenland;
• overgaat van het statuut van zelfstandige naar het statuut van loontrekkende;
• overgaat van de overheidssector naar de privésector;
• na een periode van volledige werkloosheid een activiteit hervat;
• na een langdurige ziekteperiode een activiteit hervat;
• een activiteit als loontrekkende hervat na een periode van volledige loopbaanonderbreking.

2. Voorwaarde van minimale activiteit en periode van toekenning

De werknemer moet kunnen aantonen dat hij minstens drie maanden heeft gewerkt. Om de minimumperiode van 3 maanden tewerkstelling te kunnen aantonen, worden de periodes gedekt door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gecumuleerd. De aanvullende vakantiedagen moeten worden opgenomen in het lopende kalenderjaar.

3. Vakantieduur

De werknemer kan enkel aanspraak maken op aanvullende vakantiedagen als hun aantal hoger is dan het aantal vakantiedagen waarop hij aanspraak kan maken op basis van het voorgaande vakantiedienstjaar.
De aanvullende vakantiedagen kunnen slechts worden aangevraagd na uitputting van de vakantiedagen waarop de werknemer aanspraak kan maken in functie van zijn prestaties van het voorgaande vakantiedienstjaar.

4. Vakantiegeld

Een werknemer die aanvullende vakantie opneemt heeft recht op zijn normale loon.

Berekeningsbasis: het vakantiegeld zal op dezelfde manier worden berekend zoals het huidige enkelvoudige vakantiegeld.

Datum van betaling:
• voor bedienden zal het vakantiegeld worden betaald op het moment waarop hij het loon ontvangt van de maand waarin hij zijn vakantie opneemt.
• voor arbeiders zou de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) de betaling kunnen waarborgen in de loop van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ze hun aanvullende vakantie hebben genomen.

Aftrek van het vakantiegeld: het vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschotl. De aftrek zal dus moeten gebeuren in het volgende jaar, ofwel op het moment waarop een vertrekvakantiegeld wordt berekend. Deze aftrek zou moeten beperkt worden tot het dubbele vakantiegeld.

5.Inwerkingtreding ?

In zijn advies dringt de Nationale Arbeidsraad erop aan dat de hierboven verduidelijkte beginselen en nadere regels snel worden omgezet in verordenende teksten, zodat de nieuwe regeling van kracht kan zijn vanaf 2012 en de werknemers hun recht op "Europese" vakantie in 2012 kunnen uitoefenen, zoals gevraagd in haar advies nr. 1.791.

Bron: Advies van de NAR, nr. 1797 van 4 april 2012

In uitvoering van een CAO die op 13 oktober 2011 in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf werd afgesloten, hebben de arbeiders-bouw voortaan vanaf 18 jaar anciënniteit in hetzelfde bedrijf recht op één dag anciënniteitsverlof per jaar ten laste van hun werkgever.

In het jaar dat de arbeider de anciënniteit van 18 jaar bereikt, kan hij de dag opnemen vanaf de datum waarop hij de vereiste anciënniteit bereikt.

Tijdens de volgende jaren heeft hij dan telkens recht op één dag.

Deze regeling heeft een suppletief karakter, wat als volgt wordt verduidelijkt in de CAO zelf : de CAO wijzigt impliciet de bepalingen van ondernemingsakkoorden betreffende het anciënniteitsverlof, tenzij deze bepalingen gunstiger zijn.

Voorbeelden:
• 1 dag na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord wordt 1 dag na 18 jaar;
• 3 dagen na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord, worden 1 dag na 18 jaar en 2 dagen na 20 jaar.

De werkgever moet de dag enkel betalen als het anciënniteitsverlof effectief wordt opgenomen. Hij moet bijgevolg het loon voor de dag anciënniteitsverlof niet betalen, als de arbeider het verlof niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de overeenkomst (dus geen uitbetaling bijv. aan langdurig zieken of aan een arbeider van wie de arbeidsovereenkomst opgezegd of verbroken werd).

Het anciënniteitsverlof kan evenmin worden overgedragen naar een volgend jaar.

De CAO trad in werking op 1 september 2011, zodat er ook in 2011 nog een dag anciënniteitverlof kan opgenomen worden door de arbeiders die de 18 jaar anciënniteit bereiken.

Een opname van een dag anciënniteitsverlof dient aan ons sociaal secretariaat opgegeven te worden onder de looncode 410.

U stelt tijdens de zomermaanden een jongere, die net afgestudeerd is, te werk met een studentencontract. U denkt er aan hem na afloop van het studentencontract aan te werven met een gewone arbeidsovereenkomst.

Denk er in dit geval aan dat de toepassing van de verminderde sociale zekerheidsbijdragen bij tewerkstelling van een student aan strikte regels onderworpen is, en dat u in dit geval een reëel risco loopt om bijkomende sociale zekerheidsbijdragen te moeten betalen !

Wij verduidelijken dit hierna, waarbij we het standpunt van de RSZ weergeven.

Principe

Algemeen dient er vooreerst gesteld wordt dat een totale tewerkstellingsperiode van 46 arbeidsdagen per kalenderjaar, ongeacht of de studentenovereenkomst het kalenderjaar overschrijdt, aanleiding geven tot toepassing van verminderde RSZ-bijdragen. Hierbij dienen er wel volgende voorwaarden inzake spreiding van de 46 dagen per kalenderjaar vervuld te worden :
• maximum 23 arbeidsdagen buiten de grote vakantie (dus van januari tot juni en van oktober tot december), bij één of meerdere werkgevers, buiten de uren van verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling en met een schriftelijke studentenovereenkomst. De verminderde sociale zekerheidsbijdragen aan de RSZ die onder de vorm van een solidariteitsbijdrage worden geheven, bedragen in dit geval 8,01% voor de werkgever en 4,5% voor de student;
• en maximum 23 arbeidsdagen tijdens de grote vakantie (juli, augustus en september) bij één of meerdere werkgevers, met een schriftelijke studentenovereenkomst. De RSZ-solidariteitsbijdragen bedragen dan 5,01% voor de werkgever en 2,5% voor de student.

En indien de jongere al afgestudeerd is?

Een jongere die tijdens de zomervakantie na zijn studies gaat werken, kan toch nog van de verminderde sociale zekerheidsbijdragen voor studenten genieten, ook al is hij afgestudeerd. De RSZ gaat er immers van uit dat hij nog steeds kan beslissen om verder te studeren tijdens het volgende academiejaar.

Aanwerving met een gewoon contract na de zomer…

…bij een andere werkgever

Indien de jongere nadien definitief aangeworven wordt bij een andere werkgever, dan worden de tijdens dat vaste contract gepresteerde arbeidsdagen niet meegeteld om het totaal van 46 dagen per kalenderjaar te berekenen en komt er dus ook geen rechtzetting achteraf.

…bij dezelfde werkgever

Er zal echter wel een rechtzetting gebeuren en de werkgever zal dus de normale bijdragen op de tewerkstelling tijdens de vakantieperiode moeten betalen, indien de jongere wordt aangeworven bij dezelfde werkgever voor dezelfde functie, die hij tijdens zijn studentenjob uitoefende. In dat geval gaat de RSZ er immers van uit dat de studentenjob in feite een vermomde proefperiode was voor het latere contract van onbepaalde duur.

Hou hier rekening mee indien u overweegt om een jongere eerst met een studentenovereenkomst gedurende maximaal 23 arbeidsdagen en nadien (al dan niet aaneensluitend) met een arbeidsovereenkomst tewerk te stellen.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Na een veroordeling door de Europese Commissie op 24 november 2011 zag België zich verplicht om zijn wetgeving met betrekking tot de jaarlijkse vakantie aan te passen. Hierdoor zullen sommige werknemers vanaf 2012 recht hebben op vakantiedagen hoewel ze in 2011 niet hebben gewerkt of onvoldoende gepresteerde of gelijkgestelde dagen achter hun naam hebben om in 2012 recht te hebben op vakantie.

Het principe werd vastgelegd in artikel 58 van de Wet van 29 maart 2012 houdende Diverse Bepalingen : een werknemer die een activiteit aanvat of hervat kan vanaf de laatste week van de betrokken driemaandelijkse periode aanspraak maken op een week vakantie. Die aanvullende vakantiedagen zullen worden vergoed.

De Nationale Arbeidsraad, die in een eerste fase de krachtlijnen van de aanpassingen had gepreciseerd, heeft zich in een in een op 4 april jl. gegeven advies uitgesproken over de concrete aanpassingsmodaliteiten aan het stelsel van de jaarlijkse vakantie.

Deze modaliteiten moeten echter nog door een koninklijk besluit worden bekrachtigd.

1. Wie heeft recht op aanvullende vakantie?

De werknemers die een activiteit aanvatten of de werknemers die een activiteit hervatten.

Het zou moeten gaan om een werknemer die:
• een beroepsactiviteit als loontrekkende aanvat;
• een activiteit als loontrekkende uitoefent na een periode van activiteit in het buitenland;
• overgaat van het statuut van zelfstandige naar het statuut van loontrekkende;
• overgaat van de overheidssector naar de privésector;
• na een periode van volledige werkloosheid een activiteit hervat;
• na een langdurige ziekteperiode een activiteit hervat;
• een activiteit als loontrekkende hervat na een periode van volledige loopbaanonderbreking.

2. Voorwaarde van minimale activiteit en periode van toekenning

De werknemer moet kunnen aantonen dat hij minstens drie maanden heeft gewerkt. Om de minimumperiode van 3 maanden tewerkstelling te kunnen aantonen, worden de periodes gedekt door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten gecumuleerd. De aanvullende vakantiedagen moeten worden opgenomen in het lopende kalenderjaar.

3. Vakantieduur

De werknemer kan enkel aanspraak maken op aanvullende vakantiedagen als hun aantal hoger is dan het aantal vakantiedagen waarop hij aanspraak kan maken op basis van het voorgaande vakantiedienstjaar.
De aanvullende vakantiedagen kunnen slechts worden aangevraagd na uitputting van de vakantiedagen waarop de werknemer aanspraak kan maken in functie van zijn prestaties van het voorgaande vakantiedienstjaar.

4. Vakantiegeld

Een werknemer die aanvullende vakantie opneemt heeft recht op zijn normale loon.

Berekeningsbasis: het vakantiegeld zal op dezelfde manier worden berekend zoals het huidige enkelvoudige vakantiegeld.

Datum van betaling:
• voor bedienden zal het vakantiegeld worden betaald op het moment waarop hij het loon ontvangt van de maand waarin hij zijn vakantie opneemt.
• voor arbeiders zou de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) de betaling kunnen waarborgen in de loop van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ze hun aanvullende vakantie hebben genomen.

Aftrek van het vakantiegeld: het vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschotl. De aftrek zal dus moeten gebeuren in het volgende jaar, ofwel op het moment waarop een vertrekvakantiegeld wordt berekend. Deze aftrek zou moeten beperkt worden tot het dubbele vakantiegeld.

5.Inwerkingtreding ?

In zijn advies dringt de Nationale Arbeidsraad erop aan dat de hierboven verduidelijkte beginselen en nadere regels snel worden omgezet in verordenende teksten, zodat de nieuwe regeling van kracht kan zijn vanaf 2012 en de werknemers hun recht op "Europese" vakantie in 2012 kunnen uitoefenen, zoals gevraagd in haar advies nr. 1.791.

Bron: Advies van de NAR, nr. 1797 van 4 april 2012

In uitvoering van een CAO die op 13 oktober 2011 in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf werd afgesloten, hebben de arbeiders-bouw voortaan vanaf 18 jaar anciënniteit in hetzelfde bedrijf recht op één dag anciënniteitsverlof per jaar ten laste van hun werkgever.

In het jaar dat de arbeider de anciënniteit van 18 jaar bereikt, kan hij de dag opnemen vanaf de datum waarop hij de vereiste anciënniteit bereikt.

Tijdens de volgende jaren heeft hij dan telkens recht op één dag.

Deze regeling heeft een suppletief karakter, wat als volgt wordt verduidelijkt in de CAO zelf : de CAO wijzigt impliciet de bepalingen van ondernemingsakkoorden betreffende het anciënniteitsverlof, tenzij deze bepalingen gunstiger zijn.

Voorbeelden:
• 1 dag na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord wordt 1 dag na 18 jaar;
• 3 dagen na 20 jaar opgenomen in een ondernemingsakkoord, worden 1 dag na 18 jaar en 2 dagen na 20 jaar.

De werkgever moet de dag enkel betalen als het anciënniteitsverlof effectief wordt opgenomen. Hij moet bijgevolg het loon voor de dag anciënniteitsverlof niet betalen, als de arbeider het verlof niet opneemt of niet heeft kunnen opnemen ingevolge schorsing of beëindiging van de overeenkomst (dus geen uitbetaling bijv. aan langdurig zieken of aan een arbeider van wie de arbeidsovereenkomst opgezegd of verbroken werd).

Het anciënniteitsverlof kan evenmin worden overgedragen naar een volgend jaar.

De CAO trad in werking op 1 september 2011, zodat er ook in 2011 nog een dag anciënniteitverlof kan opgenomen worden door de arbeiders die de 18 jaar anciënniteit bereiken.

Een opname van een dag anciënniteitsverlof dient aan ons sociaal secretariaat opgegeven te worden onder de looncode 410.

U stelt tijdens de zomermaanden een jongere, die net afgestudeerd is, te werk met een studentencontract. U denkt er aan hem na afloop van het studentencontract aan te werven met een gewone arbeidsovereenkomst.

Denk er in dit geval aan dat de toepassing van de verminderde sociale zekerheidsbijdragen bij tewerkstelling van een student aan strikte regels onderworpen is, en dat u in dit geval een reëel risco loopt om bijkomende sociale zekerheidsbijdragen te moeten betalen !

Wij verduidelijken dit hierna, waarbij we het standpunt van de RSZ weergeven.

Principe

Algemeen dient er vooreerst gesteld wordt dat een totale tewerkstellingsperiode van 46 arbeidsdagen per kalenderjaar, ongeacht of de studentenovereenkomst het kalenderjaar overschrijdt, aanleiding geven tot toepassing van verminderde RSZ-bijdragen. Hierbij dienen er wel volgende voorwaarden inzake spreiding van de 46 dagen per kalenderjaar vervuld te worden :
• maximum 23 arbeidsdagen buiten de grote vakantie (dus van januari tot juni en van oktober tot december), bij één of meerdere werkgevers, buiten de uren van verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstelling en met een schriftelijke studentenovereenkomst. De verminderde sociale zekerheidsbijdragen aan de RSZ die onder de vorm van een solidariteitsbijdrage worden geheven, bedragen in dit geval 8,01% voor de werkgever en 4,5% voor de student;
• en maximum 23 arbeidsdagen tijdens de grote vakantie (juli, augustus en september) bij één of meerdere werkgevers, met een schriftelijke studentenovereenkomst. De RSZ-solidariteitsbijdragen bedragen dan 5,01% voor de werkgever en 2,5% voor de student.

En indien de jongere al afgestudeerd is?

Een jongere die tijdens de zomervakantie na zijn studies gaat werken, kan toch nog van de verminderde sociale zekerheidsbijdragen voor studenten genieten, ook al is hij afgestudeerd. De RSZ gaat er immers van uit dat hij nog steeds kan beslissen om verder te studeren tijdens het volgende academiejaar.

Aanwerving met een gewoon contract na de zomer…

…bij een andere werkgever

Indien de jongere nadien definitief aangeworven wordt bij een andere werkgever, dan worden de tijdens dat vaste contract gepresteerde arbeidsdagen niet meegeteld om het totaal van 46 dagen per kalenderjaar te berekenen en komt er dus ook geen rechtzetting achteraf.

…bij dezelfde werkgever

Er zal echter wel een rechtzetting gebeuren en de werkgever zal dus de normale bijdragen op de tewerkstelling tijdens de vakantieperiode moeten betalen, indien de jongere wordt aangeworven bij dezelfde werkgever voor dezelfde functie, die hij tijdens zijn studentenjob uitoefende. In dat geval gaat de RSZ er immers van uit dat de studentenjob in feite een vermomde proefperiode was voor het latere contract van onbepaalde duur.

Hou hier rekening mee indien u overweegt om een jongere eerst met een studentenovereenkomst gedurende maximaal 23 arbeidsdagen en nadien (al dan niet aaneensluitend) met een arbeidsovereenkomst tewerk te stellen.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...