Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Vanaf 1 januari 2018 zijn de afwijkende korte opzegtermijnen in de bouwsector niet meer geldig. Er moeten vanaf dan verschillende opzegtermijnen worden toegepast naargelang de arbeider vóór of na 1 januari 2014 in dienst werd genomen.

1. Opzeggingstermijnen bij ontslag gegeven door werkgever

Er is een specifieke regeling voorzien in volgende situaties:
1) Indiensttreding vanaf 1 januari 2014
2) Indiensttreding vóór 1 januari 2014
3) < 6 maanden anciënniteit

1.1 Indiensttreding vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot 3 maanden

2 weken

van 3 maanden tot minder dan 6 maanden

4 weken

van 6 maanden tot minder dan 9 maanden

6 weken

van 9 maanden tot minder dan 12 maanden

7 weken

van 12 maanden tot minder dan 15 maanden

8 weken

van 15 maanden tot minder dan 18 maanden

9 weken

van 18 maanden tot minder dan 21 maanden

10 weken

van 21 maanden tot minder dan 24 maanden

11 weken

van 2 jaar tot minder dan 3 jaar

12 weken

van 3 jaar tot minder dan 4 jaar

13 weken

van 4 jaar tot minder dan 5 jaar

15 weken

Vanaf 5 jaar tot 19 jaar anciënniteit wordt de opzegtermijn verder opgebouwd met 3 weken per begonnen jaar anciënniteit

Vanaf 20 jaar anciënniteit evolueert de opzegtermijn trager: verhoging met 2 weken voor het 20e jaar en vanaf het 21e jaar wordt de opzegtermijn opgebouwd met nog slechts 1 week per begonnen jaar anciënniteit.

 

1.2 Indiensttreding vóór 1 januari 2014 – kliksysteem

Als u een werknemer ontslaat die een anciënniteit heeft in de onderneming van vóór 2014, dan zal de opzegtermijn worden berekend op dubbele basis:
a) De anciënniteit die de werknemer heeft verworven op 31 december 2013 ( deel 1) en
b) De anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 ( deel 2)

A. Deel 1 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht waren tot 31 december 2013

Anciënniteit
op 31 december 2013

Arbeider aangeworven

vóór 1 januari 2012

Arbeider aangeworven

na 31 december 2011

van 0 tot 6 maanden

Op 01/01/2014 anciënniteit van minstens 24 maanden

4 werkdagen

van 6 maanden tot 3 jaar

14 dagen

16 dagen

van 3 jaar tot 5 jaar

28 dagen

32 dagen

van 5 jaar tot 10 jaar

28 dagen

32 dagen

van 10 jaar tot 15 jaar

28 dagen

32 dagen

van 15 jaar tot 20 jaar

28 dagen

32 dagen

20 jaar en meer

56 dagen

64 dagen

 

B. Deel 2 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht zijn vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot 3 maanden

2 weken

van 3 maanden tot minder dan 6 maanden

4 weken

van 6 maanden tot minder dan 9 maanden

6 weken

van 9 maanden tot minder dan 12 maanden

7 weken

van 12 maanden tot minder dan 15 maanden

8 weken

van 15 maanden tot minder dan 18 maanden

9 weken

van 18 maanden tot minder dan 21 maanden

10 weken

van 21 maanden tot minder dan 24 maanden

11 weken

van 2 jaar tot minder dan 3 jaar

12 weken

van 3 jaar tot minder dan 4 jaar

13 weken

van 4 jaar tot minder dan 5 jaar

15 weken

Vanaf 5 jaar tot 19 jaar anciënniteit wordt de opzegtermijn verder opgebouwd met 3 weken per begonnen jaar anciënniteit

Vanaf 20 jaar anciënniteit evolueert de opzegtermijn trager: verhoging met 2 weken voor het 20e jaar en vanaf het 21e jaar wordt de opzegtermijn opgebouwd met nog slechts 1 week per begonnen jaar anciënniteit.

 

1.3. Eerste 6 maanden na indienstneming vanaf 1 januari 2018

Deze regeling is onder voorbehoud. Er is nog geen wettekst in het Belgisch Staatsblad verschenen.

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot minder dan 3 maanden

1 week (in plaats van 2)

van 3 tot minder dan 4 maanden

3 weken (in plaats van 4)

van 4 tot minder dan 5 maanden

4 weken (onveranderd)

van 5 tot minder dan 6 maanden

5 weken (in plaats van 4)

 

2. Opzeggingstermijnen bij ontslag gegeven door werknemer

2.1 Indiensttreding vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

Minder dan 3 maanden

1 week

Tussen 3 en 6 maanden

2 weken

Tussen 6 en 12 maanden

3 weken

Tussen 12 en 18 maanden

4 weken

Tussen 18 en 24 maanden

5 weken

Tussen 2 en 4 jaar.

6 weken

Tussen 4 en 5 jaar

7 weken

Tussen 5 en 6 jaar

9 weken

Tussen 6 en 7 jaar

10 weken

Tussen 7 en 8 jaar

12 weken

Vanaf 8 jaar

13 weken

 

2.2 Indiensttreding vóór 1 januari 2014 – kliksysteem

Indien de werknemer een anciënniteit heeft in de onderneming van vóór 2014, dan zal de opzegtermijn worden berekend op dubbele basis:
a) De anciënniteit die de werknemer heeft verworven op 31 december 2013 ( deel 1) en
b) De anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 ( deel 2)

A. Deel 1 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht waren tot 31 december 2013

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

van 0 tot 6 maanden

1 werkdag

van 6 maanden tot 3 jaar

7 kalenderdagen

van 3 jaar tot 5 jaar

14 kalenderdagen

van 5 jaar tot 10 jaar

14 kalenderdagen

van 10 jaar tot 15 jaar

14 kalenderdagen

van 15 jaar tot 20 jaar

14 kalenderdagen

20 jaar en meer

28 kalenderdagen

 

B. Deel 2 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht zijn vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

Minder dan 3 maanden

1 week

Tussen 3 en 6 maanden

2 weken

Tussen 6 en 12 maanden

3 weken

Tussen 12 en 18 maanden

4 weken

Tussen 18 en 24 maanden

5 weken

Tussen 2 en 4 jaar.

6 weken

Tussen 4 en 5 jaar

7 weken

Tussen 5 en 6 jaar

9 weken

Tussen 6 en 7 jaar

10 weken

Tussen 7 en 8 jaar

12 weken

Vanaf 8 jaar

13 weken

 

2.3 Eerste 6 maanden na indienstneming vanaf 1 januari 2018

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

van 0 tot minder dan 3 maanden

1 week (onveranderd)

van 3 tot minder dan 4 maanden

2 weken (onveranderd)

van 4 tot minder dan 5 maanden

2 weken (onveranderd)

van 5 tot minder dan 6 maanden

2 weken (onveranderd)

 

3. Motivering van het ontslag

Werknemers kunnen de concrete reden van hun ontslag aanvragen bij hun werkgever, waarop de werkgever dient te reageren. Daarnaast worden er ook sancties voorzien indien een ontslag “kennelijk onredelijk” was.

Een werknemer die ontslagen wordt, heeft recht om van zijn werkgever de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid, te kennen: via de ontslagmotivering kan hij deze opvragen bij zijn werkgever. Deze aanvraag moet via een aangetekend schrijven gebeuren, dat binnen een termijn van 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst ingediend moet worden.

De werkgever heeft daarna 2 maanden de tijd om via een aangetekende brief de ontslagmotieven mee te delen. De termijn van 2 maanden begint te lopen op de 3e werkdag na de datum van verzending van het verzoek van de werknemer.

Als een werknemer het niet eens is met de motivering kan hij dit voor de rechtbank aanvechten. De rechter zal het ontslag dan toetsen aan de notie “kennelijk onredelijk ontslag”. Onder kennelijk onredelijk ontslag wordt verstaan:
"Een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer, of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever".

Indien het ontslag als “kennelijk onredelijk” wordt bestempeld, kan de werkgever veroordeeld worden tot betaling van een schadevergoeding aan de werknemer. Deze schadevergoeding bedraagt 3 tot 17 weken loon.

4. Outplacement

Alle werknemers die recht hebben op een opzegtermijn van minstens 30 weken (of een daarmee overeenstemmende vergoeding) hebben recht op outplacementbegeleiding in geval van ontslag, ongeacht hun leeftijd.

Diegenen die niet voldoen aan deze voorwaarde van een opzegtermijn van minstens 30 weken kunnen de sectorale outplacementregeling genieten voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van deze regeling (45 jaar of 40 jaar voor de laaggeschoolden en één jaar dienstanciënniteit).

In geval van ontslag van een werknemer met een opzeggingsvergoeding van ten minste 30 weken wordt de verbrekingsvergoeding verminderd met 4 weken, ongeacht of de werknemer al dan niet aanvaardt om een outplacementbegeleiding te volgen.

Let wel: als de verbrekingsvergoeding een periode van minder dan dertig weken bestrijkt, wordt het bedrag nooit verminderd, zelfs als de werknemer aanspraak kan maken op outplacementsbegeleiding op basis van cao nr. 82 omdat hij ten minste 45 jaar oud is en minimaal één jaar anciënniteit heeft.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Vanaf 1 januari 2018 zijn de afwijkende korte opzegtermijnen in de bouwsector niet meer geldig. Er moeten vanaf dan verschillende opzegtermijnen worden toegepast naargelang de arbeider vóór of na 1 januari 2014 in dienst werd genomen.

1. Opzeggingstermijnen bij ontslag gegeven door werkgever

Er is een specifieke regeling voorzien in volgende situaties:
1) Indiensttreding vanaf 1 januari 2014
2) Indiensttreding vóór 1 januari 2014
3) < 6 maanden anciënniteit

1.1 Indiensttreding vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot 3 maanden

2 weken

van 3 maanden tot minder dan 6 maanden

4 weken

van 6 maanden tot minder dan 9 maanden

6 weken

van 9 maanden tot minder dan 12 maanden

7 weken

van 12 maanden tot minder dan 15 maanden

8 weken

van 15 maanden tot minder dan 18 maanden

9 weken

van 18 maanden tot minder dan 21 maanden

10 weken

van 21 maanden tot minder dan 24 maanden

11 weken

van 2 jaar tot minder dan 3 jaar

12 weken

van 3 jaar tot minder dan 4 jaar

13 weken

van 4 jaar tot minder dan 5 jaar

15 weken

Vanaf 5 jaar tot 19 jaar anciënniteit wordt de opzegtermijn verder opgebouwd met 3 weken per begonnen jaar anciënniteit

Vanaf 20 jaar anciënniteit evolueert de opzegtermijn trager: verhoging met 2 weken voor het 20e jaar en vanaf het 21e jaar wordt de opzegtermijn opgebouwd met nog slechts 1 week per begonnen jaar anciënniteit.

 

1.2 Indiensttreding vóór 1 januari 2014 – kliksysteem

Als u een werknemer ontslaat die een anciënniteit heeft in de onderneming van vóór 2014, dan zal de opzegtermijn worden berekend op dubbele basis:
a) De anciënniteit die de werknemer heeft verworven op 31 december 2013 ( deel 1) en
b) De anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 ( deel 2)

A. Deel 1 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht waren tot 31 december 2013

Anciënniteit
op 31 december 2013

Arbeider aangeworven

vóór 1 januari 2012

Arbeider aangeworven

na 31 december 2011

van 0 tot 6 maanden

Op 01/01/2014 anciënniteit van minstens 24 maanden

4 werkdagen

van 6 maanden tot 3 jaar

14 dagen

16 dagen

van 3 jaar tot 5 jaar

28 dagen

32 dagen

van 5 jaar tot 10 jaar

28 dagen

32 dagen

van 10 jaar tot 15 jaar

28 dagen

32 dagen

van 15 jaar tot 20 jaar

28 dagen

32 dagen

20 jaar en meer

56 dagen

64 dagen

 

B. Deel 2 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht zijn vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot 3 maanden

2 weken

van 3 maanden tot minder dan 6 maanden

4 weken

van 6 maanden tot minder dan 9 maanden

6 weken

van 9 maanden tot minder dan 12 maanden

7 weken

van 12 maanden tot minder dan 15 maanden

8 weken

van 15 maanden tot minder dan 18 maanden

9 weken

van 18 maanden tot minder dan 21 maanden

10 weken

van 21 maanden tot minder dan 24 maanden

11 weken

van 2 jaar tot minder dan 3 jaar

12 weken

van 3 jaar tot minder dan 4 jaar

13 weken

van 4 jaar tot minder dan 5 jaar

15 weken

Vanaf 5 jaar tot 19 jaar anciënniteit wordt de opzegtermijn verder opgebouwd met 3 weken per begonnen jaar anciënniteit

Vanaf 20 jaar anciënniteit evolueert de opzegtermijn trager: verhoging met 2 weken voor het 20e jaar en vanaf het 21e jaar wordt de opzegtermijn opgebouwd met nog slechts 1 week per begonnen jaar anciënniteit.

 

1.3. Eerste 6 maanden na indienstneming vanaf 1 januari 2018

Deze regeling is onder voorbehoud. Er is nog geen wettekst in het Belgisch Staatsblad verschenen.

Anciënniteit

Ontslag door de werkgever

van 0 tot minder dan 3 maanden

1 week (in plaats van 2)

van 3 tot minder dan 4 maanden

3 weken (in plaats van 4)

van 4 tot minder dan 5 maanden

4 weken (onveranderd)

van 5 tot minder dan 6 maanden

5 weken (in plaats van 4)

 

2. Opzeggingstermijnen bij ontslag gegeven door werknemer

2.1 Indiensttreding vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

Minder dan 3 maanden

1 week

Tussen 3 en 6 maanden

2 weken

Tussen 6 en 12 maanden

3 weken

Tussen 12 en 18 maanden

4 weken

Tussen 18 en 24 maanden

5 weken

Tussen 2 en 4 jaar.

6 weken

Tussen 4 en 5 jaar

7 weken

Tussen 5 en 6 jaar

9 weken

Tussen 6 en 7 jaar

10 weken

Tussen 7 en 8 jaar

12 weken

Vanaf 8 jaar

13 weken

 

2.2 Indiensttreding vóór 1 januari 2014 – kliksysteem

Indien de werknemer een anciënniteit heeft in de onderneming van vóór 2014, dan zal de opzegtermijn worden berekend op dubbele basis:
a) De anciënniteit die de werknemer heeft verworven op 31 december 2013 ( deel 1) en
b) De anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 ( deel 2)

A. Deel 1 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht waren tot 31 december 2013

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

van 0 tot 6 maanden

1 werkdag

van 6 maanden tot 3 jaar

7 kalenderdagen

van 3 jaar tot 5 jaar

14 kalenderdagen

van 5 jaar tot 10 jaar

14 kalenderdagen

van 10 jaar tot 15 jaar

14 kalenderdagen

van 15 jaar tot 20 jaar

14 kalenderdagen

20 jaar en meer

28 kalenderdagen

 

B. Deel 2 van de opzegtermijn berekenen conform de regels die van kracht zijn vanaf 1 januari 2014

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

Minder dan 3 maanden

1 week

Tussen 3 en 6 maanden

2 weken

Tussen 6 en 12 maanden

3 weken

Tussen 12 en 18 maanden

4 weken

Tussen 18 en 24 maanden

5 weken

Tussen 2 en 4 jaar.

6 weken

Tussen 4 en 5 jaar

7 weken

Tussen 5 en 6 jaar

9 weken

Tussen 6 en 7 jaar

10 weken

Tussen 7 en 8 jaar

12 weken

Vanaf 8 jaar

13 weken

 

2.3 Eerste 6 maanden na indienstneming vanaf 1 januari 2018

Anciënniteit

Ontslag door de werknemer

van 0 tot minder dan 3 maanden

1 week (onveranderd)

van 3 tot minder dan 4 maanden

2 weken (onveranderd)

van 4 tot minder dan 5 maanden

2 weken (onveranderd)

van 5 tot minder dan 6 maanden

2 weken (onveranderd)

 

3. Motivering van het ontslag

Werknemers kunnen de concrete reden van hun ontslag aanvragen bij hun werkgever, waarop de werkgever dient te reageren. Daarnaast worden er ook sancties voorzien indien een ontslag “kennelijk onredelijk” was.

Een werknemer die ontslagen wordt, heeft recht om van zijn werkgever de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid, te kennen: via de ontslagmotivering kan hij deze opvragen bij zijn werkgever. Deze aanvraag moet via een aangetekend schrijven gebeuren, dat binnen een termijn van 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst ingediend moet worden.

De werkgever heeft daarna 2 maanden de tijd om via een aangetekende brief de ontslagmotieven mee te delen. De termijn van 2 maanden begint te lopen op de 3e werkdag na de datum van verzending van het verzoek van de werknemer.

Als een werknemer het niet eens is met de motivering kan hij dit voor de rechtbank aanvechten. De rechter zal het ontslag dan toetsen aan de notie “kennelijk onredelijk ontslag”. Onder kennelijk onredelijk ontslag wordt verstaan:
"Een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer, of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever".

Indien het ontslag als “kennelijk onredelijk” wordt bestempeld, kan de werkgever veroordeeld worden tot betaling van een schadevergoeding aan de werknemer. Deze schadevergoeding bedraagt 3 tot 17 weken loon.

4. Outplacement

Alle werknemers die recht hebben op een opzegtermijn van minstens 30 weken (of een daarmee overeenstemmende vergoeding) hebben recht op outplacementbegeleiding in geval van ontslag, ongeacht hun leeftijd.

Diegenen die niet voldoen aan deze voorwaarde van een opzegtermijn van minstens 30 weken kunnen de sectorale outplacementregeling genieten voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van deze regeling (45 jaar of 40 jaar voor de laaggeschoolden en één jaar dienstanciënniteit).

In geval van ontslag van een werknemer met een opzeggingsvergoeding van ten minste 30 weken wordt de verbrekingsvergoeding verminderd met 4 weken, ongeacht of de werknemer al dan niet aanvaardt om een outplacementbegeleiding te volgen.

Let wel: als de verbrekingsvergoeding een periode van minder dan dertig weken bestrijkt, wordt het bedrag nooit verminderd, zelfs als de werknemer aanspraak kan maken op outplacementsbegeleiding op basis van cao nr. 82 omdat hij ten minste 45 jaar oud is en minimaal één jaar anciënniteit heeft.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...