Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Ook dit jaar worden er in de maand mei ecocheques toegekend aan de arbeiders uit de bouwsector. Dit is het gevolg van de CAO van 10 december 2015, waarin er voor 100 EUR aan ecocheques voor iedere voltijdse tewerkgestelde bouwvakarbeider worden voorzien die volledig tewerkgesteld was in de periode tussen 1 april 2017 en 31 maart 2018.

De bedrijven hadden tot 31 januari 2018 de mogelijkheid om de ecocheques om te zetten in een evenwaardig voordeel.

1. Toekenningsmodaliteiten van de ecocheques.

Vanaf 2016 worden er jaarlijks in de maand mei aan de arbeiders-bouw ecocheques toegekend ter waarde van 100 EUR.

Het bedrag van 100 EUR is van toepassing op de arbeiders die tijdens de volledige referteperiode in dienst waren. De referteperiode loopt van 1 april van het voorgaande kalenderjaar tot en met 31 maart van het lopende kalenderjaar. Voor de toekenning van de ecocheques in mei 2018 betekent dit dat er teruggevallen wordt op de referteperiode die vanaf 1 april 2017 tot en met 31 maart 2018 loopt.

Het bedrag wordt pro rata berekend : - voor deeltijdsen (pro rata het tewerkstellingsregime) - bij in- of uitdiensttredingen in de loop van de referteperiode. Concreet betekent dit dat een arbeider die zelf ontslag nam of ontslagen werd (om gelijk welke reden) op bijv 31 december 2017, nog ecocheques van zijn voormalige werkgever ontvangt. - bij schorsing van de arbeidsovereenkomst tijdens de referteperiode (uitgezonderd gelijkgestelde dagen)

 Bij een schorsing van de arbeidsovereenkomst worden volgende dagen gelijkgesteld voor de berekening van ecocheques :

- de dagen afwezigheid waarvoor de arbeider een loon heeft ontvangen (gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid, feestdagen, klein verlet, recuperatie bijkomende uren KB 213 - overuren,…);

- de wettelijke vakantiedagen;

- de inhaalrustdagen toegekend in het kader van de arbeidsduurvermindering;

- de dagen tijdelijke werkloosheid;

- de dagen moederschapsverlof

Bij een onvolledige referteperiode geschiedt de berekening pro rata aan de hand van volgende formules : - per volledige maand in dienst: 100 EUR/12 - per onvolledige maand in dienst: (aantal kalenderdagen in dienst/aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand) x (100 EUR/12).

2. Omzetting in een gelijkwaardig voordeel.

Tot 31 januari 2018 konden de ondernemingen de ecocheques omzetten in een gelijkwaardig voordeel.

In de ondernemingen met een syndicale afvaardiging gebeurt de omzetting met een schriftelijk akkoord van de syndicale afvaardiging. Ondernemingen zonder een syndicale afvaardiging moesten de omzetting melden aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf.

Bij de omzetting moest erover gewaakt worden dat de totale patronale kost van de omgezette voordelen in geen geval hoger mocht zijn dan deze van de toekenning van de ecocheques (waardoor de mogelijkheden om éénzelfde voordeel in netto te geven, eerder beperkt waren).

3. Toekenningsmodaliteiten.

De ecocheques worden op naam van de arbeider afgeleverd en hun geldigheid is beperkt tot 24 maanden. Zij kunnen slechts aangewend worden voor de aankoop van producten en diensten met een ecologisch karakter (lijst http://www.cnt-nar.be/DOSSIERS/Ecocheques/2017-05-23-Lijst-producten.pdf (beschikbaar via FOD Werk).

De ecocheques kunnen op papieren drager of in elektronische vorm afgeleverd worden. Ontvangen de arbeiders reeds maaltijdcheques, dan kunnen de ecocheques op dezelfde chipkaart worden opgeladen. 

4. Informatieverstrekking.

De eerste keer dat een werkgever ecocheques overhandigt aan zijn werknemers, moet hij zijn werknemers informeren over de lijst van producten en diensten waarvoor de ecocheques kunnen gebruikt worden. Bij uitdiensttreding van een arbeider moet de werkgever hem informeren over het nog verschuldigde bedrag aan ecocheques en het ogenblik waarop deze hem effectief zullen afgegeven worden.

5. Sociaal en fiscaal statuut

Op de ecocheques die conform de CAO worden toegekend moeten geen werkgeversbijdragen, noch persoonlijke bijdragen betaald worden. Voor de werknemer is het een voordeel dat vrijgesteld is van belastingen. Maar voor de werkgever zijn ze niet aftrekbaar als beroepskosten.

Opgelet: mocht een werkgever buiten de toepassing van de sectorale CAO nog bijkomend ecocheques toekennen aan zijn arbeiders, moet hij er rekening mee houden dat de sociale en fiscale vrijstelling slechts geldt indien er maximaal 250 euro aan ecocheques per jaar wordt toegekend.

6. Wettelijke referentie.

CAO van 10 december 2015 tot toekenning van ecocheques, afgesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf.                                                                         

 

 

 

De wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, gepubliceerd in het Staatsblad van 30 maart 2018, of ook wel eens Relancewet genoemd, bevat een luik dat een belangrijke lastenverlaging voor de bedrijven uit de bouwsector inhoudt.   

 

De regering had zich tot deze lastenverlaging geëngageerd om Belgische bouwbedrijven, die eigen personeel in dienst willen blijven houden, in staat te stellen weer voldoende concurrentievermogen te verwerven en op die manier de concurrentie van buitenlandse bedrijven te weerstaan die afkomstig zijn uit EU-landen waar de loonlasten veel minder hoog zijn dan in België.

Hierna geven we al een eerste toelichting bij de voornaamste principes van de lastenverlaging.

Voor meer details en concrete toepassingsmodaliteiten is het wachten op instructies van de belastingadministratie die wij binnenkort verwachten.

 1. Principe

De lastenverlaging bestaat concreet uit een vrijstelling van doorstorting van een deel van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon van de werknemer. Het gaat om een uitbreiding van de bestaande vrijstelling voor de ondernemingen waar arbeid in opeenvolgende ploegen wordt verricht.

Het gaat om een voordeel dat enkel ten goede komt aan de werkgever. Het geeft dus geen enkele invloed op het nettoloon van de werknemer.

 2. Toepassingsvoorwaarden

 Om de vrijstelling te kunnen toepassen moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 

  • Het moet gaan om werknemers die op locatie worden tewerkgesteld (op een werf dus en niet bijv. in het atelier of het magazijn van de onderneming);

  • Zij moeten daar werken in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in de regelgeving betreffende de BTW (art. 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992);

  • Zij moeten in ploegverband werken. Dit houdt in dat het werk moet verricht worden in één of meerdere ploegen van minstens 2 personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;

  • Hun bruto uurloon moet minstens 13,75 euro bedragen (wat het geval is voor de arbeiders van het PC 124 -Bouw gezien het minimumloon voor categorie I boven dit drempelbedrag ligt). In vergelijking met de regeling voor opeenvolgende ploegen, is voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist dat een ploegenpremie (toeslag boven het normaal loon) betaald of toegekend wordt. 

    3. Percentage van de vrijstelling

     De vrijstelling is gelijk aan een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen:

    • 3% in 2018;

    • 6% in 2019;

    • 18% vanaf 2020. 

      De vrijstelling geldt enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die werken in onroerende staat verrichten in ploegverband op locatie.

      Premies, vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen worden uit de berekeningsbasis gesloten.

      4. Inwerkingtreding

      De Relancewet werd op 30 maart 2018  in het Staatsblad gepubliceerd met als datum van inwerkintreding 1 januari 2018. De belastingsvrijstelling is dus toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.

      Op dit ogenblik zijn er nog heel wat toepassingsvragen die door de FOD Financiën uitgeklaard moeten worden.

      De administratieve instructies zullen ook nog duidelijk moeten maken hoe het voordeel ook nog voor de voorbije maanden waarvoor de bedrijfsvoorheffing intussen gestort is, kan toegepast worden.

      Uiteraard volgen wij dit op de voet op en komen we er naar de ondernemingen op terug van zodra de belastingsvrijstelling (met terugwerkende kracht) praktisch kan toegepast worden.  Uiteraard gaan wij eerst van de bedrijven heel wat informatie over wie, waar en in welke ploegen werkt of heeft gewerkt in 2018, moeten ontvangen.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Ook dit jaar worden er in de maand mei ecocheques toegekend aan de arbeiders uit de bouwsector. Dit is het gevolg van de CAO van 10 december 2015, waarin er voor 100 EUR aan ecocheques voor iedere voltijdse tewerkgestelde bouwvakarbeider worden voorzien die volledig tewerkgesteld was in de periode tussen 1 april 2017 en 31 maart 2018.

De bedrijven hadden tot 31 januari 2018 de mogelijkheid om de ecocheques om te zetten in een evenwaardig voordeel.

1. Toekenningsmodaliteiten van de ecocheques.

Vanaf 2016 worden er jaarlijks in de maand mei aan de arbeiders-bouw ecocheques toegekend ter waarde van 100 EUR.

Het bedrag van 100 EUR is van toepassing op de arbeiders die tijdens de volledige referteperiode in dienst waren. De referteperiode loopt van 1 april van het voorgaande kalenderjaar tot en met 31 maart van het lopende kalenderjaar. Voor de toekenning van de ecocheques in mei 2018 betekent dit dat er teruggevallen wordt op de referteperiode die vanaf 1 april 2017 tot en met 31 maart 2018 loopt.

Het bedrag wordt pro rata berekend : - voor deeltijdsen (pro rata het tewerkstellingsregime) - bij in- of uitdiensttredingen in de loop van de referteperiode. Concreet betekent dit dat een arbeider die zelf ontslag nam of ontslagen werd (om gelijk welke reden) op bijv 31 december 2017, nog ecocheques van zijn voormalige werkgever ontvangt. - bij schorsing van de arbeidsovereenkomst tijdens de referteperiode (uitgezonderd gelijkgestelde dagen)

 Bij een schorsing van de arbeidsovereenkomst worden volgende dagen gelijkgesteld voor de berekening van ecocheques :

- de dagen afwezigheid waarvoor de arbeider een loon heeft ontvangen (gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid, feestdagen, klein verlet, recuperatie bijkomende uren KB 213 - overuren,…);

- de wettelijke vakantiedagen;

- de inhaalrustdagen toegekend in het kader van de arbeidsduurvermindering;

- de dagen tijdelijke werkloosheid;

- de dagen moederschapsverlof

Bij een onvolledige referteperiode geschiedt de berekening pro rata aan de hand van volgende formules : - per volledige maand in dienst: 100 EUR/12 - per onvolledige maand in dienst: (aantal kalenderdagen in dienst/aantal kalenderdagen van de desbetreffende maand) x (100 EUR/12).

2. Omzetting in een gelijkwaardig voordeel.

Tot 31 januari 2018 konden de ondernemingen de ecocheques omzetten in een gelijkwaardig voordeel.

In de ondernemingen met een syndicale afvaardiging gebeurt de omzetting met een schriftelijk akkoord van de syndicale afvaardiging. Ondernemingen zonder een syndicale afvaardiging moesten de omzetting melden aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf.

Bij de omzetting moest erover gewaakt worden dat de totale patronale kost van de omgezette voordelen in geen geval hoger mocht zijn dan deze van de toekenning van de ecocheques (waardoor de mogelijkheden om éénzelfde voordeel in netto te geven, eerder beperkt waren).

3. Toekenningsmodaliteiten.

De ecocheques worden op naam van de arbeider afgeleverd en hun geldigheid is beperkt tot 24 maanden. Zij kunnen slechts aangewend worden voor de aankoop van producten en diensten met een ecologisch karakter (lijst http://www.cnt-nar.be/DOSSIERS/Ecocheques/2017-05-23-Lijst-producten.pdf (beschikbaar via FOD Werk).

De ecocheques kunnen op papieren drager of in elektronische vorm afgeleverd worden. Ontvangen de arbeiders reeds maaltijdcheques, dan kunnen de ecocheques op dezelfde chipkaart worden opgeladen. 

4. Informatieverstrekking.

De eerste keer dat een werkgever ecocheques overhandigt aan zijn werknemers, moet hij zijn werknemers informeren over de lijst van producten en diensten waarvoor de ecocheques kunnen gebruikt worden. Bij uitdiensttreding van een arbeider moet de werkgever hem informeren over het nog verschuldigde bedrag aan ecocheques en het ogenblik waarop deze hem effectief zullen afgegeven worden.

5. Sociaal en fiscaal statuut

Op de ecocheques die conform de CAO worden toegekend moeten geen werkgeversbijdragen, noch persoonlijke bijdragen betaald worden. Voor de werknemer is het een voordeel dat vrijgesteld is van belastingen. Maar voor de werkgever zijn ze niet aftrekbaar als beroepskosten.

Opgelet: mocht een werkgever buiten de toepassing van de sectorale CAO nog bijkomend ecocheques toekennen aan zijn arbeiders, moet hij er rekening mee houden dat de sociale en fiscale vrijstelling slechts geldt indien er maximaal 250 euro aan ecocheques per jaar wordt toegekend.

6. Wettelijke referentie.

CAO van 10 december 2015 tot toekenning van ecocheques, afgesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf.                                                                         

 

 

 

De wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, gepubliceerd in het Staatsblad van 30 maart 2018, of ook wel eens Relancewet genoemd, bevat een luik dat een belangrijke lastenverlaging voor de bedrijven uit de bouwsector inhoudt.   

 

De regering had zich tot deze lastenverlaging geëngageerd om Belgische bouwbedrijven, die eigen personeel in dienst willen blijven houden, in staat te stellen weer voldoende concurrentievermogen te verwerven en op die manier de concurrentie van buitenlandse bedrijven te weerstaan die afkomstig zijn uit EU-landen waar de loonlasten veel minder hoog zijn dan in België.

Hierna geven we al een eerste toelichting bij de voornaamste principes van de lastenverlaging.

Voor meer details en concrete toepassingsmodaliteiten is het wachten op instructies van de belastingadministratie die wij binnenkort verwachten.

 1. Principe

De lastenverlaging bestaat concreet uit een vrijstelling van doorstorting van een deel van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon van de werknemer. Het gaat om een uitbreiding van de bestaande vrijstelling voor de ondernemingen waar arbeid in opeenvolgende ploegen wordt verricht.

Het gaat om een voordeel dat enkel ten goede komt aan de werkgever. Het geeft dus geen enkele invloed op het nettoloon van de werknemer.

 2. Toepassingsvoorwaarden

 Om de vrijstelling te kunnen toepassen moet cumulatief aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 

  • Het moet gaan om werknemers die op locatie worden tewerkgesteld (op een werf dus en niet bijv. in het atelier of het magazijn van de onderneming);

  • Zij moeten daar werken in onroerende staat verrichten zoals bedoeld in de regelgeving betreffende de BTW (art. 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992);

  • Zij moeten in ploegverband werken. Dit houdt in dat het werk moet verricht worden in één of meerdere ploegen van minstens 2 personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;

  • Hun bruto uurloon moet minstens 13,75 euro bedragen (wat het geval is voor de arbeiders van het PC 124 -Bouw gezien het minimumloon voor categorie I boven dit drempelbedrag ligt). In vergelijking met de regeling voor opeenvolgende ploegen, is voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist dat een ploegenpremie (toeslag boven het normaal loon) betaald of toegekend wordt. 

    3. Percentage van de vrijstelling

     De vrijstelling is gelijk aan een bepaald percentage van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen:

    • 3% in 2018;

    • 6% in 2019;

    • 18% vanaf 2020. 

      De vrijstelling geldt enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die werken in onroerende staat verrichten in ploegverband op locatie.

      Premies, vakantiegeld, eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen worden uit de berekeningsbasis gesloten.

      4. Inwerkingtreding

      De Relancewet werd op 30 maart 2018  in het Staatsblad gepubliceerd met als datum van inwerkintreding 1 januari 2018. De belastingsvrijstelling is dus toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.

      Op dit ogenblik zijn er nog heel wat toepassingsvragen die door de FOD Financiën uitgeklaard moeten worden.

      De administratieve instructies zullen ook nog duidelijk moeten maken hoe het voordeel ook nog voor de voorbije maanden waarvoor de bedrijfsvoorheffing intussen gestort is, kan toegepast worden.

      Uiteraard volgen wij dit op de voet op en komen we er naar de ondernemingen op terug van zodra de belastingsvrijstelling (met terugwerkende kracht) praktisch kan toegepast worden.  Uiteraard gaan wij eerst van de bedrijven heel wat informatie over wie, waar en in welke ploegen werkt of heeft gewerkt in 2018, moeten ontvangen.

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,053 14,750 14,979 15,727 15,931 16,910 15,39167


Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,059 + 0,062 + 0,063 + 0,066 + 0,067 + 0,071 + 0,06467

 
Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld.
- Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/04/2018 tem 30/06/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 3,382 20,292
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 15,931 + 1,593 17,524
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 16,910 + 1,691 18,601
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 1/04/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,613


V
ergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/07/2017 t/m 30/09/2017 Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018

Huisvesting 

Kost

12,73 

26,76

12,77 

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

Totaal 39,49  39,63 39,70 39,84


Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30


Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,589
15 jaar en 6 maanden 8,291
16 jaar 8,994
16 jaar en 6 maanden 10,399
17 jaar 11,805
17 jaar en 6 maanden 13,210
18 jaar 14,053


Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,190 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 
- 10,018 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...